Generatie Swipe - Deel 3

Kweken we een leger schermzombies?

Kweken we een leger schermzombies?

Foto: belgaimage

Deel 3: Wat is dat toch met die jeugd van tegenwoordig? Buiten spelen, blokken bouwen, popjes knuffelen: het is allemaal passé. Hun favoriete speelgoed is de tablet. Een stom scherm dat hen uren hypnotiseert. Maar wat gebeurt er dan in hun hersentjes, terwijl ze swipen en tokkelen op dat ding? Een wondere inkijk in het ­digitale brein van uw kind.

“Schermzombies zijn het! Ze ­denken niet na, ze vegen gewoon over dat scherm!” Zo orakelde neuropsychiater Theo Compernolle een jaar geleden in Terzake. Hij stond te kijken naar een groepje peuters, verzameld rond een tablet. Waanzinnig plezant vonden die dat. Na een uur – een ­eeuwigheid voor zo’n peuter – stonden ze daar nog altijd te swipen met hun kleine vingertjes. “Maar wat hebben ze nu geleerd?”, zei Compernolle. “Niks! Ze hebben geen seconde creativiteit getoond. Ze duwden gewoon op dat scherm. Een heel uur lang.”

Die kwam binnen. De volgende dag stonden alle gazetten vol met dat woord. “Schermzombies”. Dramatischer kan het niet. Maar Theo Compernolle – een soort consultant, die zich als professor verkoopt – zegt het vandaag nog altijd vol overgave: “Ja, het zijn zombies. Die peuters denken niet na op zo’n tablet, ze gebruiken alleen hun ­primitieve reflexbrein. Duwen op een knopje en hopla: een beloning. Zoals een ratje dat op een hendel duwt voor water. En dat ratje blijft maar duwen, ook al heeft het geen dorst meer.”

Vreselijk idee is dat. Het briljante brein van onze kinderen, ­gereduceerd tot dat van een primitieve rat. Ik heb zelf een dochter van 3, en na het telefoontje met Compernolle ­stopte ik haar toch maar een good old prentenboek van Tip De Muis in de handen. Beter dat dan die ratten­technologie.

“Het hele verhaal is nochtans absolute onzin”, zegt prof. dr. Wouter Duyck, cognitief psycholoog aan de UGent. Hij is de tegenpool van Theo Compernolle: fervent Twitteraar, adept van de nieuwe media, en wél een echte professor. Volgens Duyck slaan de uitspraken van Compernolle op niets, simpelweg omdat ons brein niet zo werkt. “Wat onderscheidt de mens van een dier? Dat is de cortex, de hersenschors. Daar zitten alle hersenfuncties die te maken hebben met intelligent gedrag. Lezen, spreken, maar ook gamen. Het één is niet inferieur aan het ander. Die ­peuters waren wel degelijk cognitief bezig. Een spelletje spelen, dat is ook leren.”

Wouter Duyck stoort zich ­mateloos aan de paniekzaaierij rond technologie en ons brein. Want er is al heel wat degelijk wetenschappelijk ­onderzoek gevoerd, zegt hij. Maar de resultaten zijn lang niet altijd zo dramatisch als verwacht.

Een voorbeeld. Op Google vind je tientallen hersenscans van mensen met een internetverslaving. Die zien er enorm onheilspellend uit: hele gebieden in fluogeel of pimpelpaars, daar waar het internet het brein heeft aangetast. “Maar eigenlijk is dat heel logisch”, zegt Duyck. “Als jij elke dag een fichebak ordent, ga ik dat ook zien op een hersenscan. En bij Londense taxichauffeurs zag men al dat hetzelfde hersengebied – hun ruimtelijk structureringsvermogen – enorm ontwikkeld is. Zo werken onze hersenen nu eenmaal: alles wat we regelmatig doen, laat zijn sporen na. Dat concept noemen we leren.”

Corrigeer