DronePort in Sint-Truiden: “Alleen in Spanje is er een grotere zone”

Deze stad krijgt tweede grootste testzone voor drones van Europa

Deze stad krijgt tweede grootste testzone voor drones van Europa

Foto: hnb

Sint-Truiden -

Vanaf eind maart krijgt Sint-Truiden krijgt de tweede grootste testzone voor drones van Europa. In een zone van 10 kilometer doorsnee zullen grote drones tot 650 meter hoog mogen vliegen. “Het koninklijk besluit dat dit regelt, gaat eind maart in”, zegt Jack Waldeyer van Limburg Regional Airport dat instaat voor de uitbating van de luchthaven.

Welgeteld twintig jaar na het vertrek van de militairen krijgt het vliegveld van Brustem een tweede leven als zone waar - naast gewone vliegtuigen - ook hun onbemande varianten de lucht in kunnen. Vorige week is de stad Sint-Truiden samen met partner LRM naar de notaris geweest om de NV DronePort officieel op te richten. Tegen 2017 moet er een nieuw gebouw staan voor startende bedrijfjes, een zogenaamde incubator. “Momenteel hebben we al acht starters”, zegt Peter Dedrij, business development manager van DronePort. “Die zijn bezig met onder meer opleiding, software, sensoren en diensten.”

Testen kunnen ze sinds kort al in een kleine zone van 3 hectare waar ze tot 350 meter hoog mogen. Dat is veel hoger dan de 90 meter-limiet die op andere plekken geldt. Die 90 meter is trouwens alleen voor commerciële vluchten, je persoonlijke drone moet onder de 10 meter blijven. Zo lang die reglementen nog niet officieel zijn, moet je voor elke vlucht een uitzondering aanvragen. Eind maart wordt het pas echt interessant, dan mogen grote drones zelfs tot 650 meter hoog vliegen en dat in een straal van 5 kilometer vanaf het midden van de startbaan. In het totaal gaat dus een om een zone met een doorsnee van 10 kilometer. Voorlopig wil niemand de officiële kaarten tonen, maar we hebben alvast zelf de oefening gemaakt (zie kaartje) en daaruit blijkt dat niet alleen Brustem in die testzone ligt. “Alleen in Spanje hebben ze een nog grotere zone”, zegt Peter Dedrij. Daarnaast wordt er vooral uitgekeken naar privé-investeerders. “We praten met een aantal grote namen, maar we moeten eerst wachten op de publicatie in het staatsblad.” Die wordt nog deze maand verwacht.

Om te weten wie er allemaal in het luchtruim rondvliegt, heeft Idronect - ook al een start-up - de nodige software ontwikkeld. Wie wil vragen om te vliegen, kan dit online doen. “In 10 minuten ben je klaar, met papier kost het je een week”, zegt Roeland Pelgrims van Idronect. Het platform registreert ook wie waar, wanneer vliegt. “We kunnen ook een alarm laten afgaan als een toestel buiten een bepaalde zone komt. We zouden dus met de politie kunnen samenwerken en zorgen dat dit meteen een boete oplevert.”

Corrigeer

Auto's in de kijker

Vastgoed

Jobs in de regio