"Wie nog de hoop koesterde dat het ons niet kon overkomen, is een illusie armer. Maar wie geloofde dat nog echt?"

"Wie nog de hoop koesterde dat het ons niet kon overkomen, is een illusie armer. Maar wie geloofde dat nog echt?"

En eens te meer moeten we de woorden vinden die het onzegbare weten te vatten. De verklaringen die zin geven aan wat nauwelijks te begrijpen is. Zoals in Zaventem en metrostation Maalbeek het puin bijeen geveegd wordt, moet de taal de werkelijkheid bijeen harken. In een poging tussen het stof toch weer betekenis en perspectief te vinden. Al lijkt het enige zinnige een wezenloos stamelen.

Terwijl Brussel naar adem hapte, betuigden leiders uit de hele wereld hun medeleven. Het heeft stilaan iets routineus. We kennen de verklaringen uit de grote terreurtrommel intussen. Veel ‘we mogen niet’. Niet buigen voor terreur. Niet raken aan onze grondwaarden. Niet toegeven aan de angst. Veel ‘we moeten’ ook. Kalm blijven en verder gaan. Krachtdadig optreden. Het gevaar in de kiem smoren. En dan zijn er de dingen die we ‘nooit meer’ zullen zijn. Veilig. ­Naïef. Onschuldig.

We kennen die steunbetuigingen omdat we ze zelf eerder uitspraken. We zeiden ‘Je suis’ en we bedoelden ‘iemand anders, iemand die terreur zelf ondervonden heeft’. Op Facebook en Twitter, de tempels van het collectieve medeleven, was #prayfor toch altijd bestemd voor een plek die niet de onze is.

Gisteren was anders. Omdat we het zelf waren. Omdat het onze driekleur is die nu monumenten over de hele wereld oplicht. Omdat we deze keer niet in de lange rij stonden te wachten om onze condoleances te prevelen, maar ze zelf in ontvangst moesten nemen.

En omdat het zo verduiveld dichtbij komt. Wie kent niet de vertrekhal van Zaventem? Wie heeft er nooit iemand afgezet, een laatste koffie gedronken, de juiste ­check-inbalie gezocht? Hoeveel Belgen zitten elke dag weer in de Brusselse metro, het enige vervoersmiddel in de hoofdstad dat nooit in de file staat? Het gsm-netwerk ging ei zo na plat, omdat iedereen wel iemand kende die heel misschien net op het verkeerde moment op de verkeerde plek was.

Alles wordt hetzelfde

Bij zwarte dagen horen grote woorden. Niets wordt ooit meer hetzelfde, de wereld is veranderd. Zou het? Onze wereld is veranderd, ja. Wie nog de hoop koesterde dat het ons niet kon overkomen, is een illusie armer. Maar wie geloofde dat nog echt? We hebben gisteren vooral geleerd dat er een levensgroot verschil is tussen weten dat iets kan gebeuren en het live op televisie zien gebeuren.

De wereld is niet veranderd. Als je één iets kan zeggen, is dat de wereld meer en meer hetzelfde wordt. New York, Madrid, Londen, Parijs. En nu Brussel. En voeg daar meteen al die andere plekken bij die minder iconische foto’s opleveren, maar waar het bloed de straatstenen even rood kleurt. 22/3 is onze zwarte dinsdag, maar op de wereldkalender van terreur is het een datum tussen vele dagen met een rouwrandje. Steeds weer datzelfde blind geweld, telkens weer dezelfde blinde paniek.

Angst, paniek en chaos. Terroristen grossieren erin. In de hoop dat het de voedingsbodem blijkt voor polarisatie, haat en nieuw geweld. Hier en elders. Het enige wat we daar echt tegenover kunnen zetten, is dat we met veel meer zijn. En het vermogen hebben om ergens hartstochtelijk in te geloven, zonder de nood te voelen om andersdenkenden naar de hel en terug te bombarderen. Dat is veel. Maar op dagen als gisteren lijkt het tegelijk belachelijk weinig.

De boel bijeenhouden

Hoe gaat het verder? Onze eerste gedachten gaan naar de mensen voor wie die vraag zonder voorwerp geworden is. Onze wereld bestaat voortaan uit een voor en een na, maar wij zijn de gelukkigen. De overlevers, die enkel littekens op de ziel hebben opgelopen. Bij het zinloos verlies van minstens­ 34 levens kan je enkel stil worden. Bij het verdriet van nabestaanden worden onze eigen angsten en verwarring nietig.

Het zal niet lang duren voor beleids- en opiniemakers met oplossingen komen aandraven. Meer repressie, meer controle, meer harde hand, minder verdraagzaamheid met de onverdraagzamen! Nee, meer preventie, meer zachte hand, meer begeleiding, meer dialoog! De situatie is nieuw, de recepten blijven dezelfde. Nu Brussel ­- mijn Brussel, ons Brussel - bloedt, lijkt dat voorspelbare gevecht dat vanop voorspelbare barricades gevoerd wordt, bij voorbaat futiel.

We zullen het simpelweg allemaal moeten doen. En nog zoveel meer. We zullen de straathoeken van Molenbeek moeten aanpakken en onze internationale politiek. We zullen perspectief moeten creëren voor wie het anders wil en het perspectief moeten wegnemen van degenen die dood en verderf zaaien. We moeten afschrikken en aanhalen. We moeten grondig van mening kunnen verschillen en elkaar toch proberen te begrijpen. “De boel bijeen houden”, noemde Job Cohen zijn belangrijkste opdracht als burgemeester van Amsterdam. Het zou intussen het motto van deze tijd kunnen zijn.

We moeten zo veel en we kunnen zo weinig. We twijfelen meer dan we zeker weten. Zo lijkt het toch, nu het stof nog niet is gaan liggen. Wezenloos stamelen, het is een optie als alle woorden hol klinken. En dat is niet eens erg. Absolute zekerheden zijn zoveel erger. Absolute zekerheden kunnen moorden. Een tekening op de grond maken, een kaars ontsteken, even stil worden en elkaar vastnemen. Het is vele malen zinniger dan de dodelijke zekerheid van terreur.

Corrigeer