Onze journalist ontmoette Prince: “Geniaal en geschift. Maar vooral: beminnelijk”

Onze journalist ontmoette Prince: “Geniaal en geschift. Maar vooral: beminnelijk”

Foto: REUTERS

Een paar weken later zou zijn concert op het Sint-Pietersplein ‘een mokerslag’ zijn, vertelde hij me. Sinds die dag in juni weet ik perfect hoe een mokerslag voelt. Als een ontmoeting met Prince, mijn grootste muzikale held. Geniaal en geschift. Maar vooral: wat een beminnelijk man.

Prince verwachtte me die dag in juni 2011 in Le Bristol, een tophotel vlak bij de woonst van de toenmalige president Sarkozy. Hij had drie journalisten uitgenodigd. Drie interviews van een half uurtje, promopraatjes omdat er nog tickets moesten verkocht worden. Maar daar had-ie geen zin in. Geen interviews, zei zijn PA. Hij wil gewoon wat babbelen met jullie. About music and life.

Een uur later dan afgesproken kwam hij binnen. Onvergetelijk moment. Zwarte broek, laarzen met hoge hakken, zwarte trui met rolkraag. Man in Black. Behalve het indrukwekkende juweel en de roze Lennon-bril. Was hij geen genie, ik had hem ter plekke uitgelachen. Shelby J, zijn achtergrondzangeres, en Andy Allo, zijn bassiste en toenmalig lief, gingen elk op een knie zitten. Ook dat was Prince: een vrouwenzot zonder weerga.

Onze journalist ontmoette Prince: “Geniaal en geschift. Maar vooral: beminnelijk”
Journalist Jan Claeys. Foto: Het Nieuwsblad

Ik had al wat mensen ontmoet in die tijd. Maar de aanwezigheid van Prince sneed me de adem af. Ik zei hem dat ook. “Snap ik niet”, klonk het. “Ik ben net zoals iedereen die naar mijn concerten komt. Ik bouw graag feestjes en hou van muziek. En ik poets mijn tanden en ga naar het toilet. Moet ik het tonen?” Het werd geen interview. Het werd een babbel met een fijne mens. Over zichzelf. Over mij. “Do you have children? Are they fonky?” Even niet opgejaagd. Doodgewoon.

Helemaal anders dan de gek - en dat bedoel ik zéér positief - die ik zo vaak zag. De laatste keer, twee keer op één avond, in de Brusselse Botanique. Twee keer 100 euro, recht in zijn handje. De fiscus heeft waarschijnlijk nooit geweten dat hij in het land was. Maar het was elke cent vijf keer waard. Let’s go crazy. Hij zou het niet anders willen.

Corrigeer

MEER NIEUWS