Onderzoek nuanceert: “Jongeren zijn niet verslaafd aan sexting of sociale media”

Onderzoek nuanceert: “Jongeren zijn niet verslaafd aan sexting of sociale media”

Foto: ss

Om de twee jaar onderzoekt de UGent het smartphonegebruik bij kinderen en jongeren. Uit het ‘Apestaartjaren’-onderzoek blijkt dat de smartphone omnipresent is in hun leven, maar dat het best wel meevalt met afwijkend of verslavend gedrag.

Van de Vlaamse jongeren tussen 12 en 18 jaar heeft 92 procent een eigen smartphone en bij kinderen tussen 9 en 12 jaar heeft 41 procent een persoonlijk exemplaar. De iPhone is de populairste smartphone (45,9 %), gevolgd door Samsung (27,7 %) en Huawei (10,3 %). Bovendien heeft 9 op de 10 kinderen en jongeren thuis toegang tot minstens één tablet.

Wellicht geven heel wat ouders hun toestellen door aan hun kinderen, wanneer ze een nieuwere versie kopen. Volgens onderzoekster Sandrijn Van Waeg is die jonge leeftijd waarop ze hun eerste smartphone krijgen niet zozeer problematisch. “Het hangt vooral af van waarvoor ze het toestel gebruiken. Ouders spelen hierbij een belangrijke rol. Vaak krijgen de kinderen een smartphone om gewoon bereikbaar te zijn, en dus niet per se om er mee op sociale media te zitten. Goede afspraken zijn hierbij heel belangrijk”, aldus Van Waeg.

“Video, muziek, communicatie, games, nieuws en zelfs een seksueel getinte foto op zijn tijd dringen via de smartphone het leven van jongeren binnen. Op die manier is de smartphone het belangrijkste toestel voor jongeren om kennis over de realiteit rondom zich te vergaren en te interpreteren”, besluit het onderzoeksrapport.

Acht procent doet wel eens aan sexting

Onderzoek nuanceert: “Jongeren zijn niet verslaafd aan sexting of sociale media”
Foto: ss

Wat “sexting” betreft, wat door de onderzoekers beschouwd wordt als “met je mobiele telefoon een foto van jezelf nemen die seksueel uitdagend is”, lijken de cijfers mee te vallen. Acht procent van de jongeren doet er wel eens aan mee. “Bij de jongeren die de voorbije twee maanden een ‘sext’ verstuurden, verstuurde de helft van de jongeren een foto van zichzelf in ondergoed of zwemkleding. 41,5 procent verstuurde een foto van zichzelf met naakt bovenlijf. Slechts 21,2 procent verstuurde een volledig naakte foto. Dat komt neer op 1,7 procent van alle Vlaamse jongeren.” De meeste jongeren die een sext sturen, gebruiken daar Snapchat voor, omdat ze er van uitgaan dat de foto op dat kanaal maar een paar seconden zichtbaar is. Toch geeft 47 % van de jongeren toe minstens 1 keer per week een screenshot te nemen op Snapchat.

Daarnaast blijkt dat 25 procent van de jongeren via de digitale weg al wel eens zo’n pikante foto ontvangen. Maar dat hoeft op zich geen probleem te betekenen. Onderzoeker Marieke Vanden Abeele van de Universiteit Gent vertelde aan de VRT dat jongeren alleen moeten opletten naar wie ze foto’s sturen. “Sexting is een vorm van seksuele expressie, zoals we misschien vroeger achter het fietsenhok onze rok omhoog trokken. Het risico is nu enkel dat het materiaal nu verder verspreid of gedeeld kan worden.”

Onderzoekster Van Waeg vindt dat jongeren over het algemeen best goed geïnformeerd zijn over hoe het allemaal in elkaar zit, en ook over de risico’s die verbonden zijn aan sociale media. “Maar toch doen ze er hun eigen ding mee. Een meisje kan bijvoorbeeld ten volste beseffen dat sexting gevaarlijk kan zijn, want de foto zou zomaar verspreid kunnen worden, en toch stuurt ze een sext naar een bepaalde jongen, omdat ze er bijvoorbeeld verliefd op is.” Er kan dus veel gebeuren, en dat weten de jongeren. Maar toch experimenteren ze graag. “Dat heet dan jong zijn, denk ik”, zegt Van Waeg.

Slaaptekort als probleem ervaren

Lees ook de getuigenis van Flor (23): “Mijn generatie bekijkt de wereld te veel door dat schermpje”

Van de ondervraagde jongeren vindt 31,5 procent het vaak of heel vaak moeilijk om te stoppen met sociale media op hun mobiele telefoon en 30,6 procent zegt daar ook vaak opmerkingen over te krijgen van anderen. 22,4 procent van de jongeren geeft toe vaak huiswerk minder grondig te maken omdat ze liever op sociale media zitten. “Maar je mag niet vergeten dat ook volwassenen vaker op sociale media zitten. Dat hoort bij de tijd waarin we leven”, aldus Van Waeg.

Een opvallende vaststelling is wel dat een kwart van de jongeren aangeeft vaak of heel vaak slaap te kort te komen door ‘s nachts op de mobiele telefoon te zitten. “Of veel sociale media gebruiken effectief de oorzaak is van slaaptekort of minder grondig huiswerk kunnen we niet causaal afleiden uit deze cijfers. Wat we wel kunnen concluderen is dat een goed kwart van de bevraagde jongeren het zo ervaart”, meldt de studie.

Meisjes zijn meer bezig met sociale media dan jongens, zo blijkt ook. Van de meisjes vindt 37,6 procent het (heel) vaak moeilijk om te stoppen met socialemedia-gebruik op hun telefoon tegenover 23,1 procent van de jongens. Een kwart van de meisjes gebruikt ook vaak of heel vaak de mobiele telefoon omdat ze zich ongelukkig voelen, terwijl dat bij jongens maar 1 op de 10 is.

Maar daartegenover staat dat 59,1 procent van de jongeren zelden of nooit last heeft van momenten wanneer ze niet op sociale media kunnen via hun mobiele telefoon. “Bovendien verkiezen 3 op de 4 jongeren zelden of nooit sociale media op de mobiele telefoon boven tijd doorbrengen met anderen, zoals vrienden of ouders. Met die socialemedia-verslaving bij jongeren valt het dus best mee”, besluit het Apestaartjaren-onderzoek.

Onderzoek nuanceert: “Jongeren zijn niet verslaafd aan sexting of sociale media”

Jongeren lezen geen kranten meer

De klassieke media krijgen klappen, besluit het rapport. “Om het nieuws te volgen, wenden Vlaamse jongeren zich in de eerste plaats tot hun sociale media. 70,5 procent van de jongeren geeft aan dagelijks via sociale media op de hoogte te blijven van het nieuws. Ter vergelijking: in 2014 volgde 54,9 procent van de jongeren dagelijks nieuws via sociale media.”

Het aandeel van de televisie in de nieuwsconsumptie daalt van 61 naar 55 procent, maar de radio gaat van 58 naar 39 procent in twee jaar tijd. Waar in 2014 nog 25 procent van de jongeren aangaf dagelijks nieuws uit papieren kranten te halen, is dat in 2016 gedaald tot 11 procent. Hoe ouder de jongeren, hoe vaker ze wel de actualiteit beginnen te volgen via de traditionele kanalen, gecombineerd met de apps op hun smartphones.

Corrigeer