Jean-Pierre Coopman: “Ali gaat nooit uit mijn gedachten"

Jean-Pierre Coopman: “Ali gaat nooit uit mijn gedachten"
"De herinnering aan Mohammed Ali zal altijd blijven. Hij gaat nooit meer uit mijn gedachten." Jean-Pierre Coopman is de enige Belg ooit die het mocht opnemen tegen Mohammed Ali, de bokslegende die vandaag op 74-jarige leeftijd overleed. In februari vertelde Coopman in Het Nieuwsblad over zijn fascinatie voor de grootste bokser aller tijden. "Ali is de schoonste mens die ik in mijn leven heb ontmoet."

“Moh jongens toch zeg.” In de living van hun bescheiden, doorrookte ­ap­partement in Beveren wordt het ­Jean-Pierre en zijn vrouw Yasmine te machtig. De videospeler dreunt - ten huize Coopman draaien nog video­cassettes - en Yasmine zit te snikken, terwijl ook bij Coopman een traan blinkt. Samen kijken we naar een ­­­­do­cumentaire over Muhammad Ali. Over hoe Ali, in de jaren na zijn kamp tegen Coopman, naar Antwerpen kwam op zijn afscheidstournee.

Jean-Pierre Coopman: “Ali gaat nooit uit mijn gedachten

“Ik was toen niet eens uitgenodigd”, zegt Coopman. “Typisch Belgisch. Maar ik zat wel in het publiek, en hij her­kende me. Hij riep me in de ring en gaf me twee kussen. Twéé kussen! Zoals ik bij hem had gedaan toen ik hem jaren eerder voor het eerst had ontmoet. In de maanden voor onze kamp hadden ze mij afgeschilderd als de grootste rassen­hater ter wereld, dus Ali was op zijn hoede. Toen ik hem wou kussen, heeft hij het grootste verschot van zijn leven gepakt, mens toch! Maar het ijs was wel meteen gebroken. En jaren later wist hij dat nog. Dat is toch van het schoonste wat een mens kan dromen?”

Ter ere van Ali

Coopmans flat is een boksschrijn ­geworden. Ter ere van Ali. De blik van The Greatest komt van overal op je af: grote foto’s aan de muur, schilderijen die Coopman zelf maakte, talloze ­boeken in zijn kast. Alles ademt hier nog 20 februari 1976: de nacht dat ­honderdduizenden Vlamingen niet naar bed gingen, maar wakker bleven voor Ali-Coopman, de wonderlijkste boksmatch aller tijden.

Jean-Pierre Coopman: “Ali gaat nooit uit mijn gedachten
Foto: BELGA

“Natuurlijk was dat wonderlijk”, zegt Coopman. “Ik, steenkapper uit de ­Nijverheidsstraat in Ingelmunster. ­Amper vijf jaar eerder met boksen ­begonnen. De jaren voordien was ik de grootste roker en drinker van ­West-Vlaanderen. Maar ik heb snel ­carrière gemaakt. In 1976 zocht Ali een tegenstander. En ik stond wel in de top 15 van de wereld.”

Ali had net Joe Frazier verslagen in de zogenaamde Thrilla in Manila, een van de meest legendarische en slopende bokskampen ooit. Zijn entourage vond het tijd voor een hapje. Enter Coopman.

Jean-Pierre Coopman: “Ali gaat nooit uit mijn gedachten
Foto: BELGA

“Ik ging in die tijd elke dag trainen in de bossen van Zedelgem. Bomen ­hakken, kilometers lopen, touwtje springen. Na mijn training kwam ik aan bij mijn huisarts, en z’n gezicht was krijtwit. Jean-Pierre, zegt hij, je raadt nooit tegen wie je mag boksen! ­­Ein­delijk, antwoordde ik, tegen Richard Dunn voor het Europees ­kampioenschap. Bah neen gij, Jean-Pierre, tegen Ali! Hij heeft het mij toch zeker vier keer moeten zeggen.”

De ster van Coopman was geboren. De kamp zou in het Roberto Clemente­stadion plaatsvinden, in het broeierig hete San Juan, Puerto Rico. 300 leden van zijn fanclub maakten de reis mee. Clubnaam: Keihard. Twee dagen voor de kamp brak in het hotel nog een ­kleine brand uit, die Ali uit zijn bed lichtte. Bovendien kwam de wereldkampioen met over­gewicht en een zware borstvalling in de ring.

En toch. “Na één seconde wist ik het al”, zegt Coopman. “Dat het onmogelijk zou zijn. Dat ik tegen een spook bokste.”

Langer dan 14 minuten en 46 seconden zou Coopman de miljoenen tv-­kijkers niet kunnen boeien. Ali dolde wat met The Lion of Flanders (hij hield het zelf op The Pussycat of Flanders), en na wat moordende jabs en tikken links en rechts, ging Coopman neer in de vijfde ronde. En dat was dat.

“Hij raakte me hier, op mijn hersenplaats”, prevelde Coopman bij jour­nalist Louis De Pelsmaeker achteraf. “Toeme toch he vint, ik geraakte niet meer recht. Het draaide al da’k zag.”

Coopman werd wereldwijd afgemaakt in de pers: hij was een onwaardige ­uitdager geweest. “Ali verslaan is nog wel iets anders dan een boompje ­hakken in het bos”, schamperden de Amerikaanse commentatoren.

---

Hij staat recht en schuifelt naar de muur waar een ingekaderde restaurantrekening hangt. Ali heeft er “to my friend Jean-Pierre” opgekrabbeld. ­“Iemand die Ali had gezien, heeft me dat gegeven”, zegt hij. “Godver mens toch, wat zou ik hem graag nog eens terugzien. Dat wens ik nog. Voor de rest? Niets meer. Ik heb mijn appartement, mijn vrouw, mijn herinneringen aan die fantastische kamp. Geef toe, ik ben ­eigenlijk smoorrijk.”

Corrigeer

Het Nieuwsblad biedt meer dan 3.000 reeksen in 28 sporten aan. Zoek hierboven de uitslagen van uw favoriete club of surf naar onze uitslagenpagina.