Neuroloog Steven Laureys onderzoekt culturele verschillen bij bijna-doodervaringen

Wij zien een wit licht, moslims een deur

Steven Laureys Foto: Sebastien Smets

De ene bijna-doodervaring is de andere niet, zo heeft comaspecialist Steven Laureys ondervonden. Hij verzamelde al meer dan 450 getuigenissen van mensen die schipperden tussen leven en dood. Opvallend: ze zijn cultureel bepaald. Want terwijl wij een wit licht zien aan het eind van de tunnel, is dat in India een rivier. En zijn ze bij ons overwegend positief, dan heeft de helft van de ­Russen een negatieve­ ­ervaring.

Een man die zweert dat hij tijdens een hartoperatie uit zijn lichaam trad. Een vrouw die een overleden oude geliefde terugzag. Wie al een bijna-doodervaring had, kan vaak zelf niet plaatsen wat hem juist overkwam. “Maar de wetenschap neemt die personen niet au sérieux”, zegt neuroloog Steven Laureys. “Veel collega’s vinden het niet interessant en menen dat het gewoon een bijwerking is van een zuurstoftekort. Daar ben ik het niet mee eens. Het is complexer dan dat, en we hebben ook verhalen gehoord van mensen bij wie er geen zuurstoftekort was.”

Het andere uiterste, dat het een bewijs is van leven na de dood, daar doet Laureys ook niet aan mee. “Ook dat is te dogmatisch en verkeerd. Ik probeer op een nieuwsgierige en wetenschappelijke manier naar het fenomeen te kijken.”

Positieve ervaring

Twee jaar geleden lanceerde Laureys een eerste oproep om bijna-doodervaringen te melden. Intussen heeft hij er al meer dan 450. De grote constante: voor 90 procent is zo’n bijna-doodervaring erg positief. “Al lijkt dat ten dele cultureel bepaald te zijn. Ik ben net terug van Rusland, en daar zouden de helft van de verhalen niet zo positief zijn.” Ook het licht aan het eind van de tunnel is niet universeel. “In India is die tunnel eerder een rivier. In de moslimwereld wordt het dan weer eerder geïnterpreteerd als een deur. Die culturele aspecten zijn boeiend. Het toont hoe de herinnering toch enigszins filosofisch of religieus gekleurd is.”

Zelf opwekken

En laat dat nu het pijnpunt zijn bij de studie van bijna-doodervaring. De wetenschappers zijn afhankelijk van een herinnering en kunnen ze niet meten terwijl ze bezig zijn. Daarom riep het team de ervaringen op bij vrijwilligers, door ze een appelflauwte te laten krijgen of bepaalde drugs te geven. “Dan konden we kijken wat er op dat moment in hun hersenen gebeurt. Een échte bijna-doodervaring is het niet, maar bepaalde aspecten kun je wel benaderen. Het uit het lichaam treden kun je bijvoorbeeld opwekken door een bepaald deel van de hersenen te stimuleren.”

Zelf proefkonijn

De professor speelde ook zelf proefkonijn. Hij kreeg psychedelische paddenstoelen intraveneus toegediend en ging op een militaire basis in Warschau in een centrifuge waar jachtpiloten het effect van extreme zwaartekracht kunnen voelen. “Anders is het zoals een wetenschapper die kleuren bestudeert maar zelf kleurenblind is. Zelf heb ik tunnelzicht meegemaakt, ik zag zigzagpatronen in zwart-wit. Het was heel bijzonder.”

Wie een bijna-doodervaring meemaakte, kan contact opnemen met Steven ­Laureys via coma@chu.ulg.ac.be

Corrigeer

IN HET NIEUWS

Verkiezingen in jouw gemeente:

Meest Gelezen

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees