De betonstop in 10 concrete vragen: wat verandert er voor u?

De betonstop in 10 concrete vragen: wat verandert er voor u?

Foto: vum

De regering wil komaf maken met de bouwobesitas. Het is definitief gedaan met het morsen met onze schaarse morzels grond. Tegen 2040 moet er een perfect evenwicht komen tussen bebouwing en groen. Voor elke hectare open ruimte die wordt ingenomen zal er dan een andere moeten teruggegeven worden aan de natuur. Maar dat heeft natuurlijk zijn gevolgen. Zullen wij nog mogen bouwen op het stuk geërfde bouwgrond van onze ouders? Wordt wonen in de stad goedkoper? Zullen de woning- en grondprijzen dalen of net stijgen? We staken ons licht op, al moet er voor concrete antwoorden nog veel uitgeklaard worden.

1. Vanaf welke datum verandert er iets?

“Op dit moment verandert er niets”, zegt het kabinet van Schauvliege. “En in de nabije toekomst evenmin. De volgende maanden zal de regering en het parlement geconsulteerd moeten worden en beslissingen moeten treffen. Dit zal minstens nog een jaar duren”.

Voor Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck is dit een kantelmoment en een mijlpaal. “Tegelijk: je kan niet tegen morgen de uitbreiding op nul zetten”, zegt hij tegen De Tijd. “Er lopen nog vergunningen voor projecten in woonuitbreidingsgebieden die pas binnen zes jaar klaar zijn. Dat kan je niet zomaar terugschroeven. Ik ben voor een geleidelijke aanpak.”

2. Wat verandert er met dit plan voor wie een bestaande woning bezit?

Een carport of veranda aanbouwen zal niet meteen moeilijker worden en blijft mogelijk als de ruimtelijke voorschriften in je wijk het toelaten. “Die maatregelen nemen vaak geen extra ruimte in en zijn dus geen probleem”, aldus het kabinet-Schauvliege.

Een verharde oprit aanleggen is wel problematisch omdat er al te veel verharde ondergrond is in Vlaanderen, wat nefast is voor de afwatering. Waterdoorlatend materiaal voor de oprit zal gestimuleerd worden.

Het bouwen van een kangoeroe- of zorgwoning in je tuin zal makkelijker worden gemaakt omdat dit de ruimte beter laat renderen.

3. Wat verandert er voor wie een nieuwe woning wil bouwen?

Dat hangt in hoge mate af of je dat wil doen op het platteland dan wel in de stad. Het tweede zal aangemoedigd worden, het eerste ontraden. “Een nieuwe woning bouwen in volledig open ruimte, ver weg van de woonkern, zonder voorzieningen of met weinig infrastructuur in de buurt: dat zal moeilijk worden”, aldus het kabinet.

Wie na 2040 nog wil bouwen op de buiten zal dit nog enkel kunnen als de ingenomen ruimte gecompenseerd wordt door de creatie van een nieuw stukje groen. Of zal gevraagd worden om zijn stuk om te ruilen met een stuk grond in een woonkern.

Wie daar woont, zorgt mee voor minder files en minder CO-uitstoot van auto’s. Die infrastructuur is vooral in stedelijke kernen te vinden.

“Bouwen nabij een knooppunt van voorzieningen (zoals in de buurt van drukke verkeersaders of een station, red.) zal zeker gestimuleerd worden”, aldus het kabinet.

Helemaal top wordt bouwen op een klein terrein, in de vorm van een woonproject met meerdere verdiepingen.

De Vlaams Bouwmeester gaat nog een stuk verder en vindt dat het kadastraal inkomen van percelen op het platteland duurder moeten worden dan die in een stedelijke omgeving (nu is dat omgekeerd, red.), wat betekent dat de onroerende voorheffing die je als eigenaar ieder jaar voor je eigendom betaalt op de buiten ook zal stijgen.

4. Wat verandert er voor wie een stuk onbebouwde bouwgrond wil schenken of nalaten aan zijn kinderen?

Ook hier hangt alles weer af van wanneer dit zal gebeuren en op welke locatie dit stuk zich bevindt, laat het kabinet weten. Er wordt vooral gekeken naar de ligging van het stuk grond. Afgelegen percelen waar over een lang traject nutsleidingen moeten gelegd worden, staan er het slechtst voor. De Vlaams Bouwmeester wil de aanleg van nutsleidingen naar een afgelegen perceel ook duurder maken dan die voor een huis in wat nu al woongebied is.

5. Als een bouwgrond niet meer bebouwd mag worden, hoe zal dan de financiële compensatie berekend worden door de overheid?

“Daarover zijn nog geen afspraken”, geeft de woordvoerder van minister Schauvliege toe. “Maar het moet een eerlijke vergoeding zijn”.

Bouwmeester Van Broeck suggereert om dat geld voor een deel te halen bij eigenaars die hun stuk grond in de stad verkopen en daar een stuk meer voor zullen krijgen dan vroeger (zie vraag 9)

6. Kan een eigenaar zelf voorstellen voor welk project in de stad hij zijn bouwgrond op de buiten wil ruilen?

“Voorstellen doen kan steeds, maar er zal altijd een overheid moeten zijn die de spelregels bepaalt van waar wat kan”, zegt het kabinet. “We gaan ervan uit dat de gemeente hier een belangrijke rol zal spelen”.

7. Wat verandert er voor wie een bestaand huis wil afbreken met de bedoeling een nieuw gebouw op die kavel te zetten?

“Omdat er geen extra ruimte wordt ingenomen en er ook geen extra verharding wordt gecreëerd, zal dit geen probleem zijn”, belooft Schauvliege. “Afbreken zal in bepaalde gevallen zelfs aangemoedigd worden”.

8. Zal er nog landbouwgrond kunnen omgezet worden in bouwgrond?

Tuurlijk, zegt het kabinet. “Al is het de bedoeling dat er meer huidige bouwgrond zal omgevormd worden tot open ruimte”.

9. Zullen de woning- en grondprijzen dalen of stijgen door dit plan?

De overheid houdt zich op de vlakte door te stellen dat de impact daarvan nog niet is berekend.

Leo Van Broeck laat in De Tijd wel in zijn kaarten kijken. “Bouwgrond buiten de stadskernen zal zeker in waarde dalen”, zegt hij. “Maar dat zouden ze waarschijnlijk sowieso doen. Een huis in de stad of een bouwgrond in stedelijk gebied zal volgens hem dan weer zeker duurder worden. “Maar die hogere prijs vang je op door verdichting (kleiner gaan wonen, red.) Natuur is vandaag veel te goedkoop”.

10. Welke invloed zal dit hebben op de bouwsector?

Het kabinet van de minister sust: “Er zal niet minder gebouwd worden, maar anders.: hoger, op andere locaties, met co-housing enz.”

 

Corrigeer

IN HET NIEUWS

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees