VELDRIJDEN 80STE vlaamse DRUIVENCROSS ZONDAG IN OVERIJSE - Elise Vanhoey en Lucien Goossens zijn pioniersjaren nog niet vergeten

“Renners appreciëren onze uitdagende omloop”

“Renners appreciëren onze uitdagende omloop”

Elise Vanhoey en Lucien Goossens voor de foto’s uit de oude doos met Pierre Kumps en Victor Philips. Foto: Luc verbruggen

In Overijse vindt zondag de 80ste editie van de Vlaamse Druivenveldrit plaats. Van vandaag tot zaterdag focussen we op het topevenement waarop de druivengemeente met recht en reden trots is. Vandaag deel I: wat ooit begon als een kleinschalig initiatief groeide uit tot een internationaal topevenement.

Elise Vanhoey heeft het ontstaan en de uitbouw van de veldrit in Overijse vanop de eerste rij meegemaakt. Het was in vader Frans’ café de Toekomst dat in 1958 wielerclub De Sportvrienden werd opgericht. Twee jaar later zag de Druivencross het levenslicht.

“Veldrijden was in die periode zeer populair in onze streek”, steekt Elise Vanhoey van wal.

“In veel omliggende gemeenten werd al gecrost. Daarenboven konden we toen bogen op zeer getalenteerde thuisrenners. Daarom sprong de club mee op de kar. Het was meteen een succes. Het hele dorp zakte voor de eerste editie naar de omloop af. Dat Overijsenaar Pierre Kumps ook nog eens won, was een schitterende apotheose. De uitbaters van de dorpscafés kwamen handen te kort.’

“Niet enkel de toeschouwers amuseerden zich, ook de renners konden de veldrit meteen smaken”, gaat Elise Vanhoey verder.

“Overijse beschikt over een glooiend landschap. Alle elementen zijn voorhanden om een uitdagende en spectaculaire omloop uit te zetten. Wij hebben geen artificiële hindernissen nodig om ons parcours te verbeteren. Dat hebben de renners altijd weten te appreciëren. De natuur ligt aan de basis van ons succes.”

Die stelling beaamt ex-veldrijder Lucien Goossens. Hij was er in de beginjaren steevast bij met wisselend succes.

“Op de eerste edities van de Druivencross kon ik mij nog niet echt manifesteren. Ik was pas op 21-jarige leeftijd in de sport gestapt en betaalde leergeld, maar ik maakte gestaag progressie.”

Zoniënwoud

“Zeker op heuvelachtige omlopen zoals in Overijse stond ik al vlug mijn mannetje. Ik eindigde er diverse keren in de top tien. In 1966 was ik zelfs dicht bij het podium, maar in een kopgroep met toppers Eric De Vlaeminck en Albert Van Damme woekerde ik te veel met mijn krachten en ik moest uiteindelijk vrede nemen met de vierde plaats.”

“Dat waren mooie tijden”, mijmert de 80-jarige Hoeilaartenaar. “Het was een leuke periode om te crossen, temeer daar het met enkele streekrenners heel goed klikte. Samen met Pierre Kumps en Victor Philips trokken we er geregeld op uit.”

“In het Zoniënwoud werkten we wekelijks onze trainingen af. Niet enkel fietsen en lopen, maar ook turnen stond op het programma. Ook onze supporters konden het goed met mekaar vinden. Ze hadden toen gelegenheden genoeg om op de crossen in de buurt te verbroederen, maar eens onze beste jaren voorbij waren en we één voor één het veldrijden vaarwel zeiden, haakten vele plaatselijke organisatoren af.”

Ook de Druivencross kende in de jaren ‘70 een dip, maar De Sportvrienden gaven niet op. Integendeel, ze staken net een tandje bij. De opkomst van nieuw Brabants talent als Jan Teugels en Roland Liboton in het tweede deel van dat decennium zorgde mede voor een heropleving.

Superprestige

“De veldritsport had het moeilijk, maar wij versaagden niet”, vertelt Elise Vanhoey. “Om de magere kalender wat uit te breiden, besloten we in Overijse zelfs twee crossen per winter te organiseren. Het was telkens een hels karwei om alles rond te krijgen. Toen we er in het seizoen 1975-’76 ook nog eens het Belgisch Kampioenschap bijnamen, zorgden we helemaal voor een huzarenstukje.’

De organisatoren uit Overijse wilden nog een stapje verder gaan. Wielerjournalist André De Brouwer, tevens de echtgenoot van Elise Vanhoey, nam de fakkel in 1980 over.

Samen met de organisatie in Asper stond de club niet veel later aan de wieg van de Superprestige, het allereerste moderne regelmatigheidscriterium. Dit betekende de start van de internationalisering van de sport.

“De Superprestige bezorgde het veldrijden een nieuwe impuls. De media-aandacht werd groter en dat leverde de sport veel publiciteit op. Jammer genoeg eindigde ons verhaal in de Superprestige in 2001.”

“Desondanks blijft de Druivencross ook als onafhankelijke veldrit overeind en alom gewaardeerd. Ik ben trots dat ik mijn steentje nog altijd aan dit prachtige evenement kan bijdragen”, besluit het kranige bestuurslid.

Corrigeer

Doe de stemcheck van Het Nieuwsblad en ontdek met welke partij jij het best overeenkomt.

Auto's in de kijker

Vastgoed

Jobs in de regio