75 jaar nadat de eerste joden systematisch vergast werden

Hoe het uiteenspatten van de ‘Afrikaanse droom’ leidde tot de horror van Hitlers eerste vernietigingskamp waarover niemand nog spreekt

Hoe het uiteenspatten van de ‘Afrikaanse droom’ leidde tot de horror van Hitlers eerste vernietigingskamp waarover niemand nog spreekt

Foto: ISOPIX

Zo’n 6 miljoen Joden lieten het leven tijdens de Holocaust van de nazi’s tijdens Wereldoorlog II. ‘Operatie Reinhard’, de codenaam voor het plan ter uitroeiing van in de eerste plaats Poolse Joden, begon niet in het beruchte vernietigingskamp van Auschwitz maar in dat van het vergeten dorpje Belzec.

“Er kwam een transport aan met kinderen tot drie jaar oud. Enkele arbeiders moesten een diep gat graven, waar de kinderen ingegooid werden en levend begraven. Ik zal nooit vergeten hoe de aarde opsteeg, tot de kinderen gestikt waren”, vertelt Chaim Hirszman, één van de weinige overlevenden van het vernietigingskamp in het Poolse Belzec. Tussen 17 maart 1942 en eind december 1942 stierven naar schatting 500.000 tot 600.000 mensen, de grote meerderheid Joden, in het allereerste nazi-vernietigingskamp met gaskamers. Vandaag spreekt echter zo goed als niemand er nog over...

Hoe het uiteenspatten van de ‘Afrikaanse droom’ leidde tot de horror van Hitlers eerste vernietigingskamp waarover niemand nog spreekt
Heinrich Himmler Foto: ISOPIX

De aanzet

Het naziregime begon al meteen met de uitbouw van concentratiekampen toen Adolf Hitler op 30 januari 1933 benoemd werd tot Duits bondskanselier en zijn nazipartij NSDAP aan de macht kwam. Dat van Dachau opende als eerste zijn deuren voor “politieke gevangenen”, om zo opnieuw “rust te brengen in Duitsland”, onder het toeziend oog van SS-leider Heinrich Himmler. Gevangenen moesten er onder erbarmelijke omstandigheden werken, werden gefolterd, uitgehongerd en geëxecuteerd.

Twee jaar later trok Nazi-Duitsland de stekker uit het Verdrag van Versailles en werden de ‘rassenwetten van Neurenberg’ van kracht. Joden en andere minderheden waren vanaf september 1935 “vijanden van de rassenstaat”, aangezien de nazi’s geloofden in ‘Lebensraum’ voor het Duitse volk, en meer specifiek, het Arische ras. Het zelfvertrouwen van de nazi’s groeide en in 1938 werd Oostenrijk geannexeerd. Tsjecho-Slowakije werd een jaar later bezet en na de ondertekening van het niet-aanvalsverdrag (Molotov-Ribbentrop) met de Sovjet-Unie viel Duitsland Polen binnen op 1 september 1939, wat de start van Wereldoorlog II betekende.

Joden werden vanaf 1933 systematisch uit de Duitse maatschappij verbannen. Eerst door pesterijen en groepsdruk, daarna meer en meer door vervolging en deportatie. Met als voorlopig ‘hoogtepunt’ in november 1938 de ‘Kristallnacht’. Daarbij werden in Duitsland meer dan 30.000 Joden opgepakt en gedeporteerd, 250 synagogen in brand gestoken en ruim 7.000 Joodse handelszaken verwoest. Vele experts zien dit als het begin van de ‘Endlösung’, de vernietiging van de Joden door de nazi’s.

Hoe het uiteenspatten van de ‘Afrikaanse droom’ leidde tot de horror van Hitlers eerste vernietigingskamp waarover niemand nog spreekt
Foto: Shutterstock

De Afrikaanse droom

De uitbouw van concentratiekampen in Duitsland was één ding, maar hoe konden de nazi’s hun grootste “vijanden van de rassenstaat” helemaal uit het zicht doen verdwijnen? Toen Polen onder Duits bewind viel, vonden Hitler en zijn partijgenoten dé praktische oplossing. Er leefden sowieso al veel Joden in Polen, waardoor de deportatie van een groot aantal van hen makkelijk haalbaar was. Bovendien konden zo ook Duitse Joden massaal én snel verwijderd worden van Duits grondgebied.

Op dat moment was er echter nog geen sprake van vernietigingskampen waar Joden vergast zouden worden. Himmler broedde namelijk op een idee waarbij zijn grootste vijand “richting Afrika of één of andere kolonie” gestuurd zouden worden. Er was zelfs een specifiek plan voor: het Madagaskar-plan, vernoemd naar het gelijknamige Afrikaanse eiland. Dat kende zijn oorsprong in de late 19e eeuw en werd nieuw leven in geblazen door een medewerker van het Duits Ministerie van Buitenlandse Zaken vlak voor de val van Frankrijk in 1940.

Franz Rademacher had uitgedokterd dat Madagaskar een Franse kolonie was, die onder Duitse controle zou komen. Vier jaar lang zouden één miljoen Joden verscheept worden richting het Afrikaanse eiland, waarbij de SS de handhaving zou doen. Hitler zag wel graten in het idee en wilde het in de praktijk omzetten. Door de zware weersomstandigheden en het dorre landschap op Madagaskar zouden weinig Joden de trip overleven. Althans, dat was het idee want het plan werd nooit tot uitvoering gebracht door een blokkade van de Britse marine. In 1942 werd het in definitief in de vuilbak gegooid omdat de nazi’s ondertussen een nieuw plan bedacht hadden.

Hoe het uiteenspatten van de ‘Afrikaanse droom’ leidde tot de horror van Hitlers eerste vernietigingskamp waarover niemand nog spreekt
Reinhard Heydrich (centraal), met links naast hem Heinrich Himmler. Foto: ISOPIX

Het ‘praktische’ Belzec

Op 20 januari 1942 riep de hooggeplaatste SS’er en hoofd van de Gestapo Reinhard Heydrich, die Hitler “de man met het ijzeren hart” noemde, de Wannseeconferentie bijeen. Vijftien nazi’s deden er minder dan twee uur over om te beslissen dat de ‘Endlösung’, de definitieve vernietiging van het joodse ras, onmiddellijk van start diende te gaan. De operatie kreeg de naam ‘Operatie Reinhard’, die al enkele maanden in voorbereiding was aangezien al in november 1941 gedetailleerde plannen van Auschwitz werden uitgetekend.

De nazi’s waren in Polen dus al eerder op zoek gegaan naar de geschikte locatie voor het allereerste vernietigingskamp, waarbij gaskamers gebruikt zouden worden om zoveel mogelijk Joden te vermoorden. Dat zou uiteindelijk niet Auschwitz maar Belzec worden, waarvan de bouw al op 1 november 1941 begonnen was. De regio rond het dorpje deed eerder al dienst als werkkamp en werd vooral uit praktisch oogpunt uitverkozen. Belzec lag namelijk tussen twee grote joodse gemeenschappen en vlak naast een treinspoor. Het kamp telde origineel drie houten gaskamers, die vanaf 17 maart 1942 operationeel waren en gebouwd werden door Poolse arbeiders.

Hoe het uiteenspatten van de ‘Afrikaanse droom’ leidde tot de horror van Hitlers eerste vernietigingskamp waarover niemand nog spreekt
Een tekening van het vernietigingskamp van Belzec. Foto: Isopix

“Drie SS’ers eisten 20 arbeiders op en ik was er daar eentje van”, aldus Stanislaw Kozak. “De allereerste barak bouwden we helemaal achteraan de site. “De barak was 50 meter lang en 12,5 meter breed, en diende als wachtruimte voor Joden. De tweede barak was 25 meter lang en was een ruimte om te baden. De derde was 12 meter lang en 8 meter breed, verdeeld in drie stukken en beveiligd met sterke deuren. In elk deel van deze barak werden in alle hoeken waterleidingen gehangen, die uitmondden in een gat op zo’n 1 meter boven de vloer en verbonden waren met een motor. Aan de noordkant van de barak lag een ramp en een spoorwegje, die recht naar de verderop gegraven putten leidden.”

‘Vriendelijke’ barakken

“Het eerste transport met Joden arriveerde op een avond in maart 1942”, getuigt toenmalig inwoner van Belzec Alojzy Bereszowski. “Het bestond uit 15 wagons. Rond 21.00u hoorde ik kinderen, vrouwen en mannen schreeuwen, daarna gevolgd door geweerschoten.” Dit werd ook bevestigd door Viktor Skowronek: “Gehuil en geschreeuw, gevolgd door schoten. Dat hoorde ik op de avond van het eerste transport naar Belzec.”

SS-officier Karl Schluch stond samen met Lorenz Hackenholt, de bouwer van de dieselmotor die gebruikt werd voor de vergassing, lange tijd in voor de operationele werking van de gaskamers. “Ik moest de Joden de weg tonen”, aldus Schluch. “Ze waren ervan overtuigd dat ze een bad zouden nemen. De barakken zagen er dan ook ‘vriendelijk’ uit. Hackenholt sloot dan de deuren en zette de motor die het gas leverde in werking. Na vijf tot zeven minuten gingen we door een raampje kijken of iedereen dood was. Lijken lagen op elkaar want er was nauwelijks ruimte. Ze werden dan naar buiten gesleept door andere Joden, onderzocht door een tandarts en in een put gegooid.”

Tegen juli 1942 zouden deze “poorten naar de hel” vervangen worden door zes betonnen gaskamers. Maximaal 30 SS-officieren en 90 tot 120 Oekraïense bewakers hielden de wacht. De mensen die aankwamen kregen het verhaal te horen dat ze in een transitkamp zaten. Mannen en vrouwen werden gescheiden en uitgekleed, zogezegd om hen te “desinfecteren”. Ze werden vervolgens verplicht “om te douchen”, maar uiteindelijk vergast. Er bleven altijd zo’n 1.000 gevangenen over om het vuile werk te doen, zoals lijken uit de gaskamers halen en begraven, en kleren en bezittingen doorzoeken.

Hoe het uiteenspatten van de ‘Afrikaanse droom’ leidde tot de horror van Hitlers eerste vernietigingskamp waarover niemand nog spreekt
Muur met namen van de slachtoffers van de horror in Belzec. Foto: Shutterstock

Horror

Rudolf Reder was net als Chaim Hirszman één van de weinige overlevenden van het vernietigingskamp. Hij hielp zelfs een keer om de motor die zorgde voor het dodelijke gas te repareren. “Twintig minuten en niet langer. Zo was dat spel afgesteld”, getuigt Reder. “Op een bepaald moment waren twee bewakers tegen de machine gelopen en ik was hersteller van dienst. De machine was slechts 1,5 op 1 meter groot, maar zeer performant. Ze werd echter pas aangezet als de zes kamers gevuld waren, 750 mensen per kamer. De mensen uit de eerste kamer hadden dus al twee uur afgezien alvorens ze vergast werden.”

Deze horror onder leiding van kampcommandant Christian Wirth was zelfs teveel voor de bepaalde SS-officieren. Zoals Kurt Gerstein, die in 1942 de taak kreeg om de efficiëntie van de gaskamers op te drijven. “Als een soort van grap hadden ze op het plafond van elk van de drie gaskamers een joodse ster geschilderd”, begint Gerstein. “Die dag in augustus zag ik echter geen enkel lijk, enkel de geur was niet te harden. De volgende ochtend kwam er een transport aan: 45 wagons met 6.700 mensen, waarvan er al 1.450 gestorven waren onderweg. De bewakers haalden hun zwepen boven. Mannen, vrouwen (sommigen met een baby aan de borst) en kinderen werden naakt richting de gaskamers op de heuvel gestuurd. Ze moesten vooral goed inademen, dat was goed voor de ontsmetting.”

“Wat later vlogen de kinderlijkjes door de lucht”, gaat Gerstein verder. “Er was gewoon geen tijd. De lijken stapelden elkaar op in die putten. Tandartsen doorzochten elk gebit op zoek naar goud. Net als zowat elke andere plek waar je kostbare zaken kan verstoppen. Wirth voelde zich in zijn element en pronkte met elk voorwerp dat men vond.” Ook Franz Stangl, die het kamp even leidde, aanschouwde de horror. Ik kan niet beschrijven hoe het was. Wirth stond daar altijd, op zijn heuvel en naast die putten. Vol waren ze, vol! Met duizenden lijken.’Daarvoor dienen ze’, zei hij tegen me.”

Boerderij

De dodentol in Belzec piekte in de zomer van 1942. Tijdens de maand augustus werden liefst 130.000 Joden de gaskamers ingestuurd. Dagelijks kwamen drie tot vier transporten aan in het vernietigingskamp. De lijken stapelden op omdat de arbeiders het tempo nauwelijks nog aankonden. Om het uitroeiingsproces nog sneller te laten verlopen, gingen de nazi’s over tot executies. Een kogel was voor velen op dat moment een ‘mooiere dood’ dan de gaskamers.

Hoe het uiteenspatten van de ‘Afrikaanse droom’ leidde tot de horror van Hitlers eerste vernietigingskamp waarover niemand nog spreekt
Het monument van Belzec, met nog steeds het gevoel alsof je een heuvel oploopt. Foto: Shutterstock

Op 11 december 1942 arriveerden de laatste wagons in Belzec. Toen was al begonnen met het verbranden van alle bewijzen van het massaal uitmoorden van Joden. Daarvoor moesten alle lijken weer opgegraven worden. Ook de gaskamers werden afgebroken en in brand gestoken, net als alle andere gebouwen. Er kwamen onder andere sparren in de plaats.

De 300 nog overgebleven Joden werden op een trein richting het vernietigingskamp van Sobibor gezet. De inwoners van Belzec gingen ondertussen op zoek naar waardevolle spullen op de site van het kamp maar vonden vooral menselijke overschotten. Toen Wirth hiervan op de hoogte werd gesteld, liet hij extra bomen planten en het gebied omvormen tot landbouwgrond. Die werd afgestaan aan een Oekraïense boerenfamilie. Nadat Belzec veroverd werd door de Sovjet-Unie werd ook die boerderij afgebroken.

Uiteindelijk stierven naar schatting 500.000 tot 600.000 mensen in het vernietigingskamp van Belzec. Slechts een handvol gevangenen overleefde de horror, terwijl de site van de kaart geveegd werd en vervangen door een donker monument. En dus spreekt nagenoeg niemand nog over Belzec. Misschien wel symbolisch voor de verwoestende kracht waarmee de nazi’s er tekeer gingen...

Corrigeer

NIEUWS