Marc Sergeant, manager van Lotto-Soudal, beleeft niet zijn prettigste voorjaar

Sergeant beleeft met Lotto-Soudal niet prettigste voorjaar: “Het is om zot van te worden”

Sergeant beleeft met Lotto-Soudal niet prettigste voorjaar: “Het is om zot van te worden”

Foto: BELGA

Het leven is lijden. Toch als je dezer dagen manager van Lotto-Soudal bent. In vertwijfeling, want zonder topresultaat de jongste twee weken, trekt Marc Sergeant zondag naar de start van de Ronde van Vlaanderen. “Ik hoor het graag: ‘Lotto-Soudal had zich met een extra kopman moeten versterken’. Of: ‘Waarom rijdt Gilbert niet bij jullie?’ Maar als het budget er niet is, dan is het er niet, hé.” Het verweer van Sergeant.

“Als het geen crisis is bij Lotto-Soudal, dan toch ten minste een crisette”, stond er deze week in de krant.

“Ik heb het gelezen. Het was een waarheidsgetrouw beeld. Voor onze twee beste renners op dit moment, Benoot en Gallopin, zat het de voorbije weken niet mee. De ene valt, de andere rijdt lek op het slechtste moment. Waarna je direct uitkomt bij dat andere duo: Debusschere en Roelandts. En die komen er voorlopig niet aan te pas. Het was pijnlijk om zien hoe ze op de Kemmel niet meekonden.”

Wat is dat toch met Roelandts? De voorbije jaren lukte het niet als kopman. Nu hij vanuit de schaduw mag opereren, lijkt het nog minder.

“Terwijl je net zou denken dat dat hem veel beter ligt. Maar inderdaad: hoe lang is het geleden dat hij nog een koers gewonnen heeft? In 2013 een rit in de Ronde van de Middellandse Zee en in 2015 een koers in Roeselare. Dat is te weinig. Is dat een mentale kwestie? Een fysieke? Ik weet het ook niet. Het rare is: ergens blijf je toch denken dat het er op een dag gaat uitkomen. Ook jullie. Zelfs voor de grote wedstrijden krijgt hij vaak nog een sterretje. We staan niet alleen met dat geloof.”

Zijn contract bij jullie loopt af. Niet geruststellend voor hem.

“Dat zeg ik niet. Jürgen heeft ook kwaliteiten. Veel sprinters dromen van zo’n man in hun buurt. Greipel zegt dat letterlijk: Jürgen is de enige die ik blindelings durf te volgen. Dat moet je ook willen zien .”

Hoe reageert een ploegmanager als hij zijn twee speerpunten in Gent-Wevelgem op het beslissende moment ziet afhaken?

“Dat is om zot te worden. Dat zeg ik hen ook: Dat is niet waarvoor ik gekomen ben. Hetzelfde bij Jens. Hij zou ook dat stapje moeten zetten. Maar in de Tirreno zag ik met lede ogen aan hoe hij niet kon versnellen in de spurt, dat kon hij vorig jaar wel. Waarom weet hij zelf ook niet.”

Corrigeer

MEER NIEUWS