Eén op de vijf scholieren experimenteert met zelfverwonding

Eén op de vijf scholieren experimenteert met zelfverwonding

Foto: Shutterstock

Brussel -

Bij meer dan 8 procent van de jongeren is zelfverwonding een significant probleem. Dat blijkt uit een VUB-studie in acht scholen in Vlaanderen bij 700 leerlingen. Meer dan vijf zelfverwondingen op een jaar worden als problematisch gezien. Uit het onderzoek blijkt voorts dat één op de vijf leerlingen er wel eens mee experimenteert. Meer dan 6 procent van de leerlingen geeft aan al een zelfmoordpoging te hebben ondernomen. Recente socialemediahypes, zoals de ‘iceburn challenge’ en de ‘blue whale challenge’, maken zelfverwondend gedrag een veelbesproken gespreksonderwerp onder jongeren.

Zelfverwonding in scholen lijkt een relatief jong verschijnsel, dat voor het eerst beschreven werd in een Canadese studie uit 2002. Nochtans heeft het waarschijnlijk altijd al bestaan.

Het onderzoek werd uitgevoerd door professor Psychopathologie Imke Baetens van de faculteit Psychologie en Educatiewetenschappen van de VUB. De leerlingen kregen eerst lessen over mentaal welbevinden en werden naderhand individueel bevraagd.

Tussen de 12 en de 14 procent van alle leerlingen in de eerste graad van het middelbaar heeft ooit al eens aan zelfverwonding gedaan. Meer dan de helft daarvan is onrustwekkend gedrag. Het gaat dan over snijden, zichzelf brandwonden toebrengen, met het hoofd tegen de muur bonken, zichzelf slaan... Meisjes gaan eerder aan het snijden, jongens brengen zichzelf meer brandwonden toe of slaan zichzelf.

Opstap

De helft van de mensen die aan zelfverwonding doen, spreekt er over met vrienden en leerkrachten. Ouders worden minder in vertrouwen genomen: slechts één op de drie jongeren kaart zijn of haar problemen aan bij vader of moeder. Bij 60 procent van de jongeren gaat het zelfverwondend gedrag vanzelf over. Bij 30 procent blijft het probleem bestaan. Bovendien is de kans op andere psychopathologieën op latere leeftijd - anorexia, depressie of suïcidaal gedrag - bij die groep groot.

“Naast algemene preventie, gericht op welbevinden en destigmatisering van psychische klachten, zijn leerlingen dus vooral gebaat bij een specifieke preventie met bijhorend beleid in de school”, zegt professor Baetens. “Specifieke preventielessen geven jongeren info over zelfverwonding, wat te doen als een vriend of vriendin zichzelf opzettelijk verwondt en hoe ze om kunnen gaan met foto’s van zelfverwonding op de sociale media.”

Preventie

Vrijdag organiseert Baetens samen met professor Laurence Claes (KULeuven en UAntwerpen) een studiedag omtrent aanpak van zelfverwonding op scholen. Ze stellen er hun recentste publicatie over het onderwerp voor. “Zie me niet: omgaan met zelfverwondend gedrag thuis en op school” is een praktische gids voor scholen, leerkrachten en ouders die met de problematiek geconfronteerd worden.

“Om schoolepidemies te voorkomen, lanceren we vrijdag ook nieuw lessenpakket”, verduidelijkt Baetens. “Het is gericht op de 1e en 2e graad ASO, TSO en BSO, en omvat een praktische handleiding, een documentaire, lesvoorbereidingen en richtlijnen voor het schoolbeleid onder de vorm van een schoolprotocol. Verder is er gewerkt aan psycho-educatief materiaal, aan tips om een schoolprotocol op te stellen, met richtlijnen voor het beleid en instructies om ook de ouders bij het probleem te betrekken.”

Wie meer informatie wil over zelfverwonding, kan terecht op www.zelfverwonding.be.

Corrigeer

NIEUWS