De zoekers

Eindredactrice 'Magazine'

  • 36 jaar
  • Getrouwd, moeder van twee zonen Jules (7) en Theo (bijna 4)
  • Woont in Mechelen
  • “De titel van Idealist is geen hoedje dat je even opzet. Omdat er nog zoveel te zoeken is, doe ik er nog een jaar bij. Lukt het dit jaar wel om de auto vaker te laten staan? Minder plastic te gebruiken? Een groenteabonnement te nemen?”

Life

COLUMN. Een week lang met de trein, zelfs onze idealist slaagt er niet in

COLUMN. Een week lang met de trein, zelfs onze idealist slaagt er niet in

Ik probeer voor deze rubriek al het hele jaar de auto een week thuis te laten, en dat lukt maar niet. Hoe komt het toch dat experimenten elke keer weer stranden in excuses als: “eerst een week bijhouden hoeveel tijd ik precies in de auto zit”. Om net die week een keer tweeënhalf uur over de dertig kilometer te rijden en het “niet-representatief” te vinden, een andere week uit te kiezen, uiteraard met eerst weer autotijd timen. Oké, ik ben zeker meer met de trein gaan werken dan ik had gedaan als deze ‘Idealist’-rubriek niet had bestaan. Ik sta er zeker wel bij stil. Niet in het minst als ik écht in de file om me heen kijk en iedereen zo alleen in zijn auto zie zitten.

Mijn treinritten beginnen ‘s ochtends nochtans altijd goed: driekwart van de keren haal ik om halfnegen (de kindjes op tijd naar school gebracht, vlak bij het station – ik heb echt geen excuses) de rechtstreekse trein van 8.17 uur. Op de trein richting Antwerpen denk ik dus zo goed als iedere keer: moet ik meer doen. Ook al kan mijn aankomst op de redactie variëren tussen 9.04 uur (vroegterecord dat “maar” enkele minuten na mijn gemiddelde aankomsttijd met de auto ligt) en 9.40 uur. ‘s Avonds zit mijn gemiddelde reistijd altijd rond het uur. Tien minuten vertraging zijn dan zo’n bron van ergernis dat ik de volgende ochtend pas ver op de E19 besef dat ik de trein zelfs niet overwoog. De treinreis maakt ‘s avonds helaas het verschil tussen mee-eten, of mijn bord in de microgolf vinden (manzijdank dat ik de benen-onder-tafel-schuifouder mag zijn). Nochtans heb ik die vertraging toch ook zeker wekelijks aan mijn been omdat op de snelweg iets gebeurd is. Waarom blijf ik die dan wel “uitzonderlijk” vinden?

Drie dagen

COLUMN. Een week lang met de trein, zelfs onze idealist slaagt er niet in

Mijn record “met de trein gaan werken” ligt voorlopig op drie opeenvolgende dagen. De vierde dag leerde een deadline in de voormiddag me dat ik eerder vertrouw op vlot verkeer in de Kennedytunnel dan op geluk met trein en tram. Als de file dan ‘s avonds tot voor de redactie staat, keer ik soms met de trein terug. Een twijfelende keer maakten we daar een wedstrijdje van. Een collega die dezelfde kant op moet, vertrok naar de trein, ik met de auto. Het eindigde met een sms uit het station net op het moment dat ik onze garage inrijd. Een kleine tien minuutjes fietsen, dat had het me die dag amper gescheeld. En tien minuten beweging: daar moet ik mezelf toch ook mee kunnen motiveren?

De jongste poging tot een week treinen begon niet ideaal. Het miezerde en dat mijn maandagse carpoolmaatje op het vliegtuig zat, hielp ook al niet. Bovendien was het Tijdloze Week op Studio Brussel, en is dat niet net het gezelligste onderweg: goeie muziek en luid meezingen, in je eigen cocon, je eigen ruimte. Maar nee, stil in mijn regenjas naar het station dus. In de trein bots ik zowaar op een vriend. Hé, dit moet ik echt meer doen: als de tijd op de trein ook qualitytime wordt, vind ik de verplaatsing of zelfs vertraging helemaal niet erg. En hé, eigenlijk werkt mijn zus ook in Antwerpen, passeert ze elke dag door “mijn” station en zien we elkaar veel te weinig: we leggen de agenda’s samen en proberen af te spreken.

Me-time?

COLUMN. Een week lang met de trein, zelfs onze idealist slaagt er niet in

Medereizigers die hun tijd op de trein, met koffie en krant, als “me-time” zien, kan ik melden dat voor mij in de file staan meer als me-time aanvoelt. Is het een soort (vals) gevoel van controle? Een poging “me-time” op te roepen door op de trein naar de radio op mijn smartphone te luisteren, verdwijnt in geen ontvangst. Op trein en tram kreeg deze column dan weer wel veel input. (Telt dat dan als werktijd?) Dat je gedachten vlot draaien terwijl je naar buiten kijkt, helpt. Maar dat heb ik in de auto ook. Alleen kan ik ze dan niet opschrijven. Onder andere overpeinsd: misschien vind ik dat halfuur dat ik ‘s avonds mis met de kinderen minder erg als ze wat groter zijn en later in bed zitten. Dán ga ik altijd met de trein. Intussen zal ik me waarschijnlijk schuldig blijven voelen dat ik er niet in slaag “gezinstijd” op te offeren voor “een properder toekomst voor onze kinderen”.

En zo heb ik al één goed voornemen voor 2018. Want dat ik zelfs na een jaar als Idealist bij code oranje gedachteloos in de auto spring (jep, de open ophaalbrug tussen school en station was die dag een teken dat ik niet met de trein moest gaan), wringt wel. Ik zal maar een euh … versnelling hoger schakelen als Idealist. Volgend jaar probeer ik elke week één dag te carpoolen, één dag thuis te werken en één keer met mijn zus met de trein te gaan. En een keer één week de auto thuis te laten.

Corrigeer

De Zoekers

De Zoekers