Aantal burgerdoden Wereldoorlog I ligt vijf keer hoger dan eerst geschat

Aantal burgerdoden Wereldoorlog I ligt vijf keer hoger dan eerst geschat

Foto: Collectie Etienne Vermeulen, Zonnebeke

Tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn geen 5.600 Belgische burgers om het leven gekomen, zoals lange tijd werd aangenomen, maar minstens 24.000. Dat is de voor­lopige balans van de ‘Namenlijst’, een wetenschappelijke telling van alle dodelijke slachtoffers die in ons land vielen van 1914 tot 1918. Die telling wordt uitgevoerd door het In Flanders Fieldsmuseum (IFFM).

De minutieuze telling begon al in 2011 en loopt tot eind volgend jaar. Het grote verschil werd verwacht, omdat historici alleen rekening hielden met de eerste oorlogsmaanden, toen het Duitse leger België binnenviel en zijn frustratie over de Belgische weerstand op burgers botvierde. Maar ook in de maanden en jaren daarna maakte de oorlog veel slachtoffers bij burgers.

“Een tyfusepidemie leidde tot 1.000 doden”, zegt projectleider Pieter Trogh. “Vanaf 1916 dwong het Duitse militaire gezag Belgen ook om als dwangarbeiders te werken. Velen zijn omgekomen door ontbering: het cijfer dat wij nu bekomen, is niet 2.000, zoals aangenomen, maar 8.000. Het eindoffensief heeft ook veel levens gekost, omdat veel West-Vlaamse dorpen in de frontlinie lagen. Daar hebben we nu 2.300 slachtoffers geteld.”

Met nog 7.000 doden door de vele bombardementen komt de Namenlijst zo aan 24.000 burgerslachtoffers. Volgend jaar komen daar naar verwachting nog driehonderd zeelieden bij, en de vierhonderdvijftig slachtoffers (tot nu) van ongevallen met achtergebleven munitie. Het moeilijkst traceerbaar zijn de vluchtelingen die in het buitenland over­leden zijn.

Ook de ‘grote’ Namenlijst, die alle slachtoffers op Belgische bodem oplijst, zal de bekende cijfers opwaarts corrigeren. Tot nu werd het aantal dodelijke slachtoffers op Belgische bodem op 500.000 geraamd. Dat is intussen opgelopen tot 542.000 en enkele belangrijke groepen ontbreken nog: het precieze aantal Amerikaanse doden, voorts Italiaanse, Russische en Roemeense krijgsgevangenen, en vooral de vele Duitse vermisten.

Trogh verwacht dat de ‘grote lijst’ boven de 570.000 slachtoffers zal uitkomen.

Nationalistische geschiedschrijving

De uitgebreide telling, die in samenwerking met vrijwilligers gebeurde, heeft ook enkele betekenisvolle correcties opgeleverd. Zo waren er geen 60 nationaliteiten aanwezig in en achter de Belgische loopgraven, maar 104. Velen van hen waren, bij gebrek aan getuigenissen, in de plooien van de geschiedenis verdwenen.

‘De geschiedschrijving gebeurde vaak nationalistisch’, zegt Trogh. ‘De Eerste Slag bij Ieper (van 21 oktober tot 22 november 1914, red.) werd door de Britten heroïsch geduid, want dat is voor hen “holy ground”: hun leger hield daar stand tegen een overmacht Duitsers. Vanaf november verdedigden vooral de Fransen de stad Ieper, maar zij hebben daar amper over geschreven. Ze schreven liever over hun “eigen” slagvelden. De Namenlijst corrigeert het Franse dodental van 50.000 naar 80.000.’

Corrigeer

IN HET NIEUWS

Verkiezingen in jouw gemeente:

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees