Vlaanderen - Baloise geeft jongeren kansen maar Walter Planckaert waarschuwt: “We zijn het OCMW niet”

Vlaanderen - Baloise geeft jongeren kansen maar Walter Planckaert waarschuwt: “We zijn het OCMW niet”

Ook voor de jonkies van Vlaanderen - Baloise staat het nieuwe seizoen voor de deur. Onze man trok naar het Spaanse Calpe voor een gesprek met Walter Planckaert (69), sportdirecteur bij het pro-continentale team van teammanager Christophe Sercu.

De ervaren Nevelenaar nipt van een cortado en geeft een goeie snok aan zijn sigaret. “Ik ben wie ik ben, recht voor de raap. Verschiet niet als ik er weer een lap opgeef”, opent Planckaert het gesprek. “Nee, ik was vorig seizoen niet content. We hadden er veel meer van verwacht. Er zijn excuses, maar daar wil ik mij niet achter verbergen. Dat Amaury Capiot uitviel, was jammer. De Limburger had het speerpunt van de ploeg kunnen zijn. Verschillende renners losten de hoge verwachtingen niet in en moeten zichzelf in vraag stellen. We zijn het OCMW niet. Wie niet presteert, moet ander werk zoeken.”

Vlaanderen - Baloise geeft jongeren kansen maar Walter Planckaert waarschuwt: “We zijn het OCMW niet”
Walter Planckaert.

Planckaert is duidelijk ontgoocheld in zijn troepen. “Het volstaat niet om een grote motor te hebben, men moet er ook maximaal rendement uithalen”, klinkt het. “Het vorige seizoen moeten we snel doorspoelen, maar toch onthoud ik enkele leuke momenten. De prestatie van Piet Allegaert in Parijs-Roubaix was niet alledaags. Op het Carrefour de l’Arbre kon Piet enkel nog op het binnenblad rijden. Toch reed hij met de eerste achtervolgende groep naar de piste. Chapeau, zeg ik dan. Idem dito voor Dries Van Gestel in de Tour des Fjords. Ritwinst en leiderstrui in een ronde van dat niveau is niet min. De eindzege had gekund indien we niet op een coalitie botsten. Aimé De Gendt verraste op verschillende fronten. Die heeft nog een brede progressiemarge en is onhoudbaar voor mijn ploeg.”

Vlaanderen - Baloise geeft jongeren kansen maar Walter Planckaert waarschuwt: “We zijn het OCMW niet”
Robbe Ghys: een toptalent volgens Walter Planckaert. Foto: Marc Van Hecke

Zes renners verlieten het warme nest en werden vervangen door zes jonge Vlaamse leeuwen. Zit er een witte merel tussen? “Zeker weten”, zegt Planckaert met veel overtuiging. “Robbe Ghys is een toptalent waarvan we nog niet alles hebben gezien. Op dit ogenblik focust hij op de piste en de OS in Tokio 2020. Ghys catalogeer ik bij het lijstje raspaarden zoals Yves Lampaert, Edward Theuns en Oliver Naesen. Als hij voor de weg kiest, zal hij snel naar de top doorschieten. Robbe heeft geen stappen overgeslagen. Dat deden Sean De Bie, Louis Vervaeke en onder andere Enzo Wouters wel. Onze ploeg was voor hen te min, maar daar hebben ze nu wellicht al spijt van. Binnen onze ploeg kun je rustig groeien omdat wij het nodige geduld opbrengen. Onze ploeg staat voor structuur, iedereen weet waar hij aan toe is. Qua materiaal, omkadering en voedingsadvies zijn we top. Dat kunnen we niet veel meer verbeteren. Voor sommige renners wil ik een tweede vader zijn. Wat dat betreft, ben ik nog van de oude stempel. Ik heb de koers niet uitgevonden, maar ik hoef al die wetenschappelijke benaderingen niet. Een deugddoende peptalk helpt een renner vooruit. Dat is al jaren mijn troefkaart. Wie mijn ploeg verliet om naar een World Tour-ploeg te gaan, maakte het waar. Iljo Keisse, Pieter Serry, Maarten Wijnants, en zo zijn er wel meer, leerden bij ons de stiel. Ge kunt toch niet zeggen dat het kleine coureurs zijn.”

De helft van de ploeg bestaat uit eerste -en tweedejaarsprofs. Behouden jullie het programma van de voorbije jaren? “Nee, dit moeten we bijsturen. Limousin en Burgos laten we vallen, maar we zijn er voor het eerst bij in Mallorca en mogen ook deelnemen aan de Ronde van Valencia. Dat is mooi en een vorm van erkenning voor onze ploeg. Goed aan het seizoen beginnen is voor iedere ploeg belangrijk. Ik herinner me nog mijn tijd bij Panasonic. De Ster van Besseges was niet belangrijk. Toen we de eerste drie ritten niet wonnen, werden ze nerveus. Winnen zorgt voor gemoedsrust en dat is voor grote of kleine ploegen juist hetzelfde. Dit jaar wil ik dat mijn renners de finale rijden. Meegaan in een ontsnapping volstaat niet. Waarmee ik geen afbreuk doe van wat Allegaert presteerde in de Driedaagse De Panne-Koksijde (bergtrui) en Binck Bank Tour (strijdlust). Wij moeten de lat altijd op een aanvaardbare hoogte leggen, maar het betekent niet dat we met een figurantenrol moeten tevreden zijn.”

Sport Vlaanderen-Baloise blijft een doorgeefluik van talent. Wie zijn er rijp voor de overstap? Planckaert: "Jonas Rickaert werd in het tussenseizoen al aan Quick Step Floors gelinkt. Aimé De Gendt moet dit jaar dé stap voorwaarts zetten. Amaury Capiot koerste een jaar niet en dus weet ik niet waar hij uitkomt. Vorig jaar was Piet Allegaert, die als allerlaatste werd aangetrokken, onze revelatie. Hopelijk verrast één van de neo-profs mij. Milan Minten laat een goede indruk. Hopelijk kan hij zich opwerken tot de spurter van de ploeg. Preben Van Hecke is onze wegkapitein. Deze winter trainde Preben anders dan de voorgaande jaren. Met Preben weet men nooit. Moest hij dit jaar nog eens uitpakken, dan zou mij dat niet verbazen.”

Kern 2018

Piet Allegaert, Amaury Capiot, Aimé De Gendt, Kenny De Ketele, Moreno De Pauw, Lindsay De Vylder, Benjamin Declercq, Kevin Deltombe, Maxime Farazijn, Robbe Ghys, Milan Menten, Christophe Noppe, Edward en Emiel Planckaert, Jonas Rickaert, Thomas Sprengers, Dries Van Gestel, Mathias Van Gompel, Preben Van Hecke, Kenneth Van Rooy, Aaron Verwilst en Jordi Warlop.

Corrigeer