Mary na verwijten van Jambon: “Onaanvaardbaar dat een minister zich zo inlaat met zaak die nog bezig is”

Mary na verwijten van Jambon: “Onaanvaardbaar dat een minister zich zo inlaat met zaak die nog bezig is”
Brussel -

Minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) heeft vragen bij de vraag van advocaat Sven Mary voor de vrijspraak van Salah Abdeslam op het proces rond het schietincident in Vorst. Maar Mary zelf bijt van zich af: “Het wordt tijd om minister Jambon te herinneren aan de principes van de scheiding der machten”, reageert die.

Sven Mary riep donderdag op het proces procedurekwesties in. Bij de aanstelling van een onderzoeksrechter is volgens hem een inbreuk gepleegd op de taalwetgeving, waardoor de strafvordering onontvankelijk is en het hele onderzoek nietig, én Abdeslam bijgevolg moet vrijuit gaan.

Mary na verwijten van Jambon: “Onaanvaardbaar dat een minister zich zo inlaat met zaak die nog bezig is”
Jambon tijdens duidingsprogramma ‘De Zevende Dag’ Foto: VRT

Minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon heeft weinig begrip voor Sven Mary. “Dat een advocaat gebruikt maakt, in dit geval, het geval van Salah Abdeslam, van procedurefouten om die man vrij te krijgen, ik begrijp dat niet,” klinkt het. Als wordt geopperd dat de man zijn werk doet, trekt Jambon dat in twijfel. “Ik weet niet of hij zijn werk doet, een advocaat moet er toch op toezien dat iemand een correcte straf krijgt? Niet te veel, maar ook niet te weinig straf.”

LEES OOK. Sven Mary overstelpt met haatmails: “Uw kinderen zouden moeten ontploffen”

Volgens Jambon mag een procedurefout ook nooit tot een vrijspraak leiden. “Als er procedurefouten gemaakt werden, moet het proces misschien worden overgedaan, maar dit kan toch niet tot vrijspraak leiden? “, aldus de minister.

“Jambon zet rechtbank zo onder druk”

Voor Sven Mary kunnen de uitspraken van Jambon niet. “Het is onaanvaardbaar dat een minister in functie zich inlaat met een zaak die hangende is voor een rechtbank”, zegt meester Mary. “Op deze manier zet hij de rechtbank in een delicaat dossier, met een delicaat probleem, onder druk.”

Mary na verwijten van Jambon: “Onaanvaardbaar dat een minister zich zo inlaat met zaak die nog bezig is”
Foto: AFP

“Ik neem er ook akte van dat hij vindt dat er voor iemand als Salah Abdeslam geen vrijspraak mag gevraagd worden en stelt dat de advocaat er enkel moet op toezien dat er een juiste bestraffing volgt”, gaat meester Mary verder. “Dat klopt niet, een advocaat moet er in de eerste plaats op toezien dat de rechtsregels en procedure gerespecteerd worden, zelfs voor iemand als Salah Abdeslam. Met deze populistische uitspraken paait hij misschien een breed publiek maar dat is niet zijn taak als minister.”

“Misschien moet de N-VA zich ook eens afvragen waarom er in Brussel geen tweetalige onderzoeksrechters meer zijn”, aldus nog de strafpleiter. “Dat is namelijk het gevolg van de splitsing van de Brusselse rechtbank van eerste aanleg in een Franstalige en een Nederlandstalige rechtbank.”

”Vermijden dat er misplaatste druk wordt uitgeoefend op een rechter”

Ook Hugo Lamon, woordvoerder van de Orde van Vlaamse Balies, vindt de uitspraken van Jambon niet correct: “Minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon lijkt niet te weten wat de rol is van een advocaat in een rechtsstaat.

Mary na verwijten van Jambon: “Onaanvaardbaar dat een minister zich zo inlaat met zaak die nog bezig is”

“Advocaten leveren juridische bijstand en vertegenwoordigen hun cliënt in alle onafhankelijkheid. Het is niet aan een minister om te zeggen wat een advocaat al dan niet mag doen. Een advocaat moet ervoor zorgen dat de wet correct wordt toegepast. Hij mag wijzen op eventuele procedurefouten en het is de taak van de rechter, en niet die van de minister, om te controleren of er in een concrete zaak sprake is van een procedurefout. De rechter doet dat aan de hand van alle gegevens van het dossier en mag daarbij niet onder druk worden gezet door wie dan ook. Het is daarom een gewoonte dat in een hangende zaak ministers en parlementsleden een terughoudendheid respecteren, precies om te vermijden dat er misplaatste druk wordt uitgeoefend op een rechter.”

Als de rechter een procedurefout zou vaststellen omdat de taalwet niet werd gerespecteerd, is het de wet die de sancties voorziet. “Wanneer er in de wet een nietigheid staat, is het de plicht van de advocaat om de rechter daar op te wijzen”, gaat de OVB-woordvoerder verder. “Als de minister het niet mee eens is met de sancties die voorzien zijn in de taalwet in gerechtszaken, moet hij niet de advocatuur met de vinger wijzen. Hij moet dan maar aan het parlement vragen om de wet te wijzigen, zodat dan in de toekomst andere sancties gelden.”

“N-VA voelt zich niet aangesproken”

Voor de N-VA-Kamerleden Kristien Van Vaerenbergh en Sophie De Wit wekt meester Mary “verkeerdelijk de indruk dat het gebrek aan tweetalige onderzoeksrechters de fout is van de N-VA”. Ze wijzen erop dat de N-VA de zesde staatshervorming nooit heeft goedgekeurd. “Bij de hervorming van het gerechtelijk arrondissement hebben we er steeds op gehamerd dat deze ten nadele van de Vlamingen en de Nederlandstalige rechtzoekenden zou zijn. Er is namelijk geen echte splitsing van de rechtbank, enkel het parket is gesplitst in een parket van Halle-Vilvoorde en Brussel. Ook de afbouw van tweetaligheid van de Brusselse magistraten van 2/3 naar 1/3 is geheel de verantwoordelijkheid van de institutionele meerderheid van de zesde staatshervorming. N-VA heeft zich hiertegen steeds verzet en voelt zich dan ook niet aangesproken”, benadrukken de N-VA’sters

Corrigeer

MEER NIEUWS