OVERZICHT. In de frisse buitenlucht of tussen het jonge grut: in welk type gemeente woont u?

OVERZICHT. In de frisse buitenlucht of tussen het jonge grut: in welk type gemeente woont u?

Foto: rr

Vlaanderen verandert en doet dat snel. Grote thema's zoals mobiliteit, vergrijzing en verschillen in inkomens stellen de stads- en gemeentebesturen voor almaar grotere uitdagingen. Om een beter zicht te krijgen op die uitdagingen van de toekomst heeft de bank Belfius een vernieuwde versie van de zogenaamde Typologie van de gemeenten opgesteld. Die wordt ter beschikking gesteld van de gemeentebesturen in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van oktober en deelt Vlaanderen in in een aantal clusters. Woont u in een woongemeente met een vergrijzende bevolking, in een goed uitgeruste gemeente met een toenemend aantal jongeren of eerder in een landelijke woongemeente met hogere inkomens? Ontdek het in dit overzicht.

De Vlaming is een pendelaar. Hij woont meestal niet in de gemeente waar hij werkt, maar kiest liever voor een (rustige) randgemeente met een vlotte verbinding naar zijn werk. Daardoor evolueert Vlaanderen ook steeds meer naar een soort van “randstad”, met in de ruit tussen Antwerpen, Brussel en Gent amper nog verschil tussen stad en platteland. In die randstad zit ook de welvaart en de jongere bevolking geconcentreerd. Daarbuiten - Limburg en delen van West-Vlaanderen - slaat de vergrijzing zwaar toe. 

Dat zijn enkele van de grootste conclusies uit de sociaal-economische typologie van gemeenten die Belfius heeft opgesteld. De bank stelt hen de informatie ter beschikking, in aanloop naar gemeenteraadsverkiezingen. “Hiermee krijgen de gemeenten de uitdagingen te zien die op hen afkomen. Men krijgt er ook een idee hoe de inkomstenbelasting kan evolueren”, legt Geert Gielens, chief economist bij Belfius, uit. Een vergrijzende gemeente heeft traditioneel minder inkomsten uit de aanvullende personenbelasting en moet op zoek naar alternatieve inkomsten, bijvoorbeeld de onroerende voorheffing.

Gemak

Opmerkelijk is dat economische activiteit en levensstandaard niet overlappen in Vlaanderen. “Dat vind ik als macro-econoom toch wel verrassend. De Vlaming woont liever in de buurt van economische groeipolen, zoals de rand van de stad. Hij kiest in de eerste plaats voor “convenience” (gemak): niet te ver van zijn werk en alle voorzieningen, wat groen in de buurt, enzovoort...”. Dat maakt onder meer dat de economische groeipolen vooral geconcentreerd zijn in de luchthavenregio. 

Op het vlak van die voorzieningen zijn het de centrumsteden zoals Leuven en Oostende die de hoogste score halen. Kleinere en landelijke gemeenten zoals Glabbeek, Horebeke en Wortegem scoren heel wat minder. 

Belfius maakte tien jaar geleden al eens een gelijkaardige oefening. Toen was vergrijzing nog meer een differentiator tussen gemeenten, terwijl nu alle gemeenten met dit fenomeen te maken hebben. Al slaat de vergrijzing relatief harder toe in Limburg en aan de kust, maar bijvoorbeeld ook in gemeenten zoals Brasschaat of Sint-Martens-Latem, die te duur zijn geworden voor jonge gezinnen.

Andere gemeenten in de Brusselse rand, kampen dan weer met een uitdijend Brussel en dus een vergrijzing én verjonging. “Je zit als gemeente dus met een dubbele uitdaging: er zijn zowel voorzieningen voor jongeren als voor ouderen nodig en de druk op je grondgebied neemt toe”, legt Gielens uit. Al nuanceert hij ook. “Het gaat vooral om een acuut probleem. Op lange termijn creëert dit ook een nieuwe dynamiek, die een vergrijzende gemeente niet heeft”.

De centrumsteden hebben nagenoeg allemaal een relatief jonge bevolking, maar toch zijn er grote verschillen. Zo is Leuven jong én rijk, terwijl Antwerpen jong en relatief arm is. “Leuven is al decennia aan het investeren en dat trekt welstellende jonge gezinnen aan. De gemeente kampt nu wel met een probleem van betaalbaarheid. Antwerpen daarentegen had veel schulden en investeerde veel minder. De stad trekt heel wat migranten aan”.

Corrigeer

IN HET NIEUWS

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees