Hoe de aanslagen nog steeds sporen nalaten: “Dat de luchthaven kapot was, sneed tot diep in mijn ziel”

Hoe de aanslagen nog steeds sporen nalaten: “Dat de luchthaven kapot was, sneed tot diep in mijn ziel”

De aanslagen van 22 maart 2016 hebben bij veel mensen diepe sporen nagelaten. Dat is ook bij Loes het geval. Ze werkte als politieagente op de luchthaven. Nu niet meer: de aanslagen hebben haar te hard getekend. Op Radio 1 getuigde de vrouw over hoe zij die dag beleefd heeft, en over het moeilijke gevecht achteraf.

“Die dag begon eigenlijk geweldig saai”, vertelt Loes op Radio 1. “Ik werkte toen bij de dienst repatriëringen en was samen met een collega passagierslijsten aan het uitpluizen, omdat we eigenlijk niks anders om handen hadden. Er waren een paar vluchten afgelast, waardoor we eigenlijk niet veel te doen hadden die ochtend. Ik weet nog dat we eigenlijk van plan waren om naar de vertrekhal te gaan, om instapkaarten te gaan halen voor collega’s. En we waren aan het wachten op die collega’s voor hun documenten.”

Op dat moment kwam er een oproep binnen op de radio. “Ik weet niet meer juist wat er gezegd is, maar ik hoorde wel het woord ‘ontploffing’, en op een of andere manier, door de intonatie in de stem van die collega, door het lawaai dat ik hoorde op de achtergrond, wist ik meteen: “dit is geen oefening”. Omdat we regelmatig wel oefeningen kregen en omdat we werden voorbereid op hetgeen er zou kunnen komen, we wisten allemaal na 13 november in Parijs dat er iets zou komen, of verwachtten we in ieder geval wel iets. Maar uiteindelijk heeft ons niks kunnen voorbereiden op wat we toen gezien hebben.”

Hoe de aanslagen nog steeds sporen nalaten: “Dat de luchthaven kapot was, sneed tot diep in mijn ziel”

“Parijs spookte door mijn hoofd”

Samen met haar collega heeft Loes haar wapen genomen, deed ze een kogelwerende vest aan en renden ze naar de auto. “We zijn meteen naar de vertrekhal gereden. De hulpverlener in mij nam het heel hard over. Ik ben die dag ook heel zeker geweest van het feit dat ik mijn wapen ging gebruiken. Toen ik bij de politie begon, heb ik altijd gedacht dat de enige keer wanneer ik mijn wapen gebruik, in die schietstand is, en nooit anders. Maar die dag dacht ik echt: ik ga mijn wapen moeten gebruiken. Parijs spookte toen heel hard door mijn hoofd op dat ogenblik en daar werd toen ook geschoten. Ik weet nog de beelden van die politieagenten die tegen een muurtje geplakt stonden en aan het schieten zijn. Ik had verwacht dat dit nu ook zou gebeuren, daar hadden we ook op geoefend.”

Loes heeft uiteindelijk niet geschoten die dag. Wel heeft ze tientallen mensen geholpen. “Dat was onze grootste bekommernis. We hebben mensen geëvacueerd, we hebben ze uit de vertrekhal gehaald en hebben hen naar een veilige plaats gestuurd, of we gingen er toch van uit dat het om een veilige plaats ging”, gaat Loes haar getuigenis op Radio 1 verder.

“Waarom zou ik thuis blijven?”

Loes herinnert zich uiteindelijk maar fracties van die dag. De dag erop is ze gewoon weer gaan werken. Maar dat heeft z’n sporen nagelaten. “Het kwam niet in mij op van te stoppen. Ik moest er zijn, ik moest er zijn voor mijn collega’s. Ik wilde er ook zijn, om te zien wat het is. Ik was niet gewond geraakt, dus waarom zou ik thuis blijven.”

In de loop van de dag begon Loes echter te beseffen dat het toch niet zo goed ging met haar. “Ik zag de luchthaven in puin liggen, de luchthaven die ik beschouwde als een tweede thuis. Voor mij was het een droom om daar te werken. Voor mij was dat fantastisch. Het feit dat dat allemaal kapot was, dat sneed echt tot diep in mijn ziel. Nog altijd.

Weinig hulp van politie en overheid

Hoe de aanslagen nog steeds sporen nalaten: “Dat de luchthaven kapot was, sneed tot diep in mijn ziel”
Foto: Photo News

Intussen werkt Loes niet meer bij de politie. Ze heeft na de aanslagen een moeilijke periode gehad, maar op veel hulp van haar werkgever kon ze niet rekenen. Ook met de hulp van de overheid was Loes niet tevreden. “Er zijn wel maatregelen genomen aangekondigd, maar die zijn niet voldoende”, zegt ze op Radio 1. “Ik ben lange tijd thuis geweest. Ben wel nog heel even terug gaan werken, maar daarna zat ik een dikke vier maanden thuis.” Ze heeft toen zelf het heft in eigen handen genomen. “Want als je dat niet doet, gebeurt er niks. Want je bent thuis, en de papieren zijn in orde. Dus waarom zou iemand zich om jou druk maken? Ik werd voor geen meter ondersteund door de politie. Ik ben wel naar het stressteam geweest, maar ik vond dat ik geen goeie klik had met de persoon die me daar hielp. Daar is me vooral gezegd geweest dat ik zo snel mogelijk weer moest gaan werken. Ik heb dat ook gedaan, maar dat is me zeer zuur opgebroken. In de zomer van 2016 heb ik dan zelf een traumapsycholoog gezocht. En dat heeft me wel heel hard geholpen. Dat heeft me ook geholpen in sterker te worden, in voor mezelf opkomen.”

Loes kreeg de diagnose posttraumatisch stresssyndroom. “Dat uitte zich bij mij vooral in zeer intens, maar onverklaarbaar verdriet. Het feit dat je elke avond thuiskomt en aan het wenen bent, verdrietig bent en je niet kunt zeggen waarom je zo onbedaarlijk moet wenen, waarom je al nachten niet meer slaapt. Dat is een heel beangstigend gevoel.”

Intens verdriet, zonder aanleiding

Dat intense verdriet, dat heeft Loes nu soms nog. “Ik heb dat nu nog, dat ik heel verdrietig kan zijn, en ik kan niet zeggen vanwaar het komt of hoe dat is opgekomen. Er is geen aanleiding voor. Dat zijn dingen die je niet kan verklaren, dat verdriet. Dat zijn kleine hapjes die uit mijn hart en ziel zijn genomen, en die ga ik nooit terugkrijgen. En dat gemis, dat voel je soms.”

Hoe de aanslagen nog steeds sporen nalaten: “Dat de luchthaven kapot was, sneed tot diep in mijn ziel”

2 jaar later kan Loes de gebeurtenissen van toen intussen plaatsen. Of toch meestal. “De meeste dagen van het jaar, kan ik het een plaats geven. Maar nu, de voorbije weken, deze week...Het is geen fijne week.” Toch kiest Loes ervoor om te getuigen over haar PTSS. “Ik vind het belangrijk dat mensen weten wat het inhoudt. Er zijn zoveel collega’s die er nog elke dag mee geconfronteerd worden, die elke dag tegen een muur botsen en niet geholpen worden en soms eigenlijk zelfs tegengewerkt worden.”

Daar wordt Loes nu niet meer mee geconfronteerd. Ze gaf haar ontslag bij de politie en gooide haar leven over een andere boeg. Ze is zelfstandige geworden. “Ik heb eerst in een zaak in Leuven gewerkt. Ik heb dat met zoveel plezier en liefde gedaan… Ik denk dat ik nog nooit zo hard gewerkt heb als toen, maar ik deed dat met zoveel plezier. Ik heb besloten dat dit nu de nieuwe weg is voor mij.” Die weg start voor Loes binnen 2 weken: dan opent ze haar eigen horecazaak.

Corrigeer

POPULAIRE VIDEO'S