Herboren Vanendert krijgt ontketende Jungels net niet te pakken

Waarom Lotto Soudal voor “Oude Jelle” koos: “Ik heb jaren gekend dat we met schaamrood op de wangen stonden”

Waarom Lotto Soudal voor “Oude Jelle” koos: “Ik heb jaren gekend dat we met schaamrood op de wangen stonden”

Foto: BELGA

Het zou van Tim en Tiesj komen. Dachten we vooraf. Maar uiteindelijk kwam het van Jelle. Net als in de Waalse Pijl was Jelle Vanendert (33) de beste renner van Lotto-Soudal. Met een tegenaanval op Saint-Nicolas was hij de enige die winnaar Jungels nog echt kon bedreigen. Jammer dat hem uiteindelijk net geen toptienplaats gegund was? “Nee, ik speelde alles of niets. Die ene ereplaats meer of minder maakt mijn carrière niet meer.”

Zo dwing je op je 33ste dus respect af. In de Waalse Pijl had Lotto-Soudal nog de laatste kilometer op de Muur van Hoei nodig om te zien dat Vanendert net ietsje beter was dan hem, in Luik-Bastenaken-Luik hadden zijn ploegmaats het al op zo’n twintig kilometer van de finish begrepen. Op de Roche-aux-Faucons was Tim Wellens het hem al komen zeggen. “Hij zei dat hij duidelijk minder goed was dan ik”, knikte Vanendert. Dus werd vanaf dan volop zijn kaart getrokken.

Toch een verrassing. Na de Brabantse Pijl, amper elf dagen eerder, leek de hiërarchie bij Lotto-Soudal nog vast te liggen. Wellens en Benoot de kopmannen, Vanendert hun luitenant. Maar in de Ardeense wedstrijden draaide Vanendert die rollen fijntjes om. Benoot gaf gisteren heel eerlijk toe dat dit voor hem een beetje de wedstrijd te veel was. Om hier te willen presteren, moet hij 110 procent zijn en na een lang en zwaar voorjaar zat dat er niet meer in. Terwijl Wellens halfweg de Roche-aux-Faucons voelde dat hij “heel diep moest gaan om bij de eerste tien mee te gaan” en dat er niet genoeg “punch op de benen zat”.

Zo werd het plots Vanendert die vier dagen na zijn podiumplaats in Hoei opnieuw vol in de schijnwerpers kwam te staan. Op Saint-Nicolas ging hij resoluut op zoek naar Jungels. En even, héél even, leek hij de Luxemburger te kunnen teruggrijpen. “Maar uiteindelijk kwam ik alleen bij mijn demarrage echt even dichter”, gaf Vanendert toe. “Eenmaal we beiden op ons tempo reden, reed hij zelfs sneller dan ik. Hij was gewoon heel sterk.”

Je kon je afvragen of Vanendert niet beter bij de achtervolgende groep was gebleven. Nu overspoelde die hem in de laatste kilometer en was er zelfs geen toptienplaats voor hem weggelegd. Wrang? Een beetje, gaf Vanendert toe. Anderzijds: “Ik heb ook niet gevloekt toen ze me nog voorbijreden. Ik heb in al deze klassiekers al top tien gereden. Of ik nu 2de, 3de, 7de of 8ste ben, ik heb het allemaal al meegemaakt. Daarom heb ik alles of niets gespeeld. Ik wil er alleen nog heel graag een winnen.”

Blijft de vraag waar die plotse heropleving bij Vanendert vandaan komt. Vóór deze week dateerde zijn laatste echte topnotering in de klassiekers van 2014: een tweede plaats in de Amstel Gold Race. Zelf zoekt hij het bij dat kleine, haast onmerkbare vormverschil. “Het gaat vaak maar om twee à drie procent. Maar dat bepaalt wel of je de besten kan volgen dan wel of je zelf bij de besten bent. Voor je resultaat en wat je kan doen tijdens de wedstrijd, maakt dat een groot verschil uit.”

Waarom Lotto Soudal voor “Oude Jelle” koos: “Ik heb jaren gekend dat we met schaamrood op de wangen stonden”
Tim Wellens. Foto: Photo News

Overal in de finale

Marc Sergeant, sportief manager van Lotto-Soudal, kon het alleen maar beamen. “De afgelopen jaren heeft Jelle vaak pech gehad in deze periode. Nu niet. En dan zie je dat hij héél goed naar die klassieke weken kan pieken. Dit was weer de oude Jelle.”

Maar ook die oude Jelle kon in Luik-Bastenaken-Luik niets meer veranderen aan de analyse die we eerder al maakten van Lotto-Soudal. Grandioos in de Strade en de Brabantse Pijl, maar ook veel klassiekers waar de ploeg weliswaar tot heel diep in de wedstrijd een voorname rol speelde maar ook net iets tekortkwam voor de hoofdprijs. “Maar we hebben wel altijd meegedaan voor winst”, is Sergeant allesbehalve ontevreden. “Ik heb jaren gekend dat we na Luik-Bastenaken-Luik met het schaamrood op de wangen stonden omdat we haast nergens een finale gereden hadden. Nu waren we bijna overal in de finale. En vooral: we durven koers te maken. Ook nu weer in Luik-Bastenaken-Luik. Dan vind ik dat we het goed gedaan hebben.”

Corrigeer