CD&V kritisch voor Francken: ‘amper’ 16,5 procent van uitwijzingen gebeurt effectief

“Francken zou beter minder zaniken op sociale media en werk maken van beleid dat werkt”

“Francken zou beter minder zaniken op sociale media en werk maken van beleid dat werkt”

Staatssecretaris Francken is momenteel op ‘ontradingscampagne’ in Georgië. Foto: BELGA

Van de 32.235 asielzoekers die in 2017 het bevel kregen om het grondgebied te verlaten, zijn er volgens Europese cijfers maar 5.255 die dat effectief deden. ­Daarmee hangt België ergens achteraan het Europese peloton. “Francken zou ­beter minder zaniken op ­sociale media en werk maken van beleid dat werkt”, zegt Europarlementslid Ivo Belet (CD&V).

Het Zweedse model moet soelaas brengen. Dat liet staats­secretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) optekenen tijdens de ontradings­campagne die hij momenteel in Georgië voert. Een veilig land, maar sinds Georgiërs geen visum meer nodig hebben om naar Europa te komen, boomt het aantal asielaanvragen. De voorbije maanden ging het gemiddeld om 100 aanvragen, zo’n 1.200 per jaar dus.

Nu bestaat er in ons land al een versnelde procedure van 15 dagen voor asielzoekers uit veilige landen – die dus geen kans maken – maar Zweden treedt volgens de N-VA-staatssecretaris nog een pak krachtdadiger op. De dag van de asielaanvraag gaat de administratie al met de betrokkene rond de tafel zitten. Als de aanvraag wordt verworpen, wordt de asielzoeker meteen uitgewezen, ook al tekent die nog beroep aan. In België zijn verschillende aanvragen mogelijk en kan uitwijzing pas na een derde afwijzing. “Ik wil kijken of Europa dit toelaat, maar in Zweden is het een groenlinkse regering die dit doet”, benadrukt Francken.

Experts zien wel al problemen. “Zelfs voor mensen uit veilige landen heb je een ­gepast onderzoek nodig om te zien of ze geen gevaar lopen”, zegt professor Migratierecht Dirk Vanheule (UA). “Een ­gesprek volstaat niet. Een asielzoeker kan trouwens altijd naar de rechter stappen voor een opschorting.”

Slechte leerling

Europarlementslid Ivo Belet (CD&V) vindt het voorstel van Francken wel waardevol. En niets te vroeg volgens hem, want uit cijfers van ­Eurostat blijkt dat lang niet alle uitgeprocedeerden ook uitgewezen worden. In 2017 kregen 32.235 mensen het bevel het grondgebied te verlaten. Amper 5.255 of 16,3 procent van hen deden dat ook echt. Daarmee bengelt België op de 22ste plaats, achteraan in het peloton van de 28 EU-landen. “Francken zou beter minder zaniken op sociale media en werk maken van beleid dat echt werkt”, zegt Belet. “Andere landen slagen er wel in om dat percentage omhoog te krijgen. Maar dat is hard labeur. Afspraken maken met andere staten, hen over de brug trekken met handelsakkoorden of ontwikkelingshulp.”

Wat er gebeurt met de overige 83,7 procent van de mensen die uitgewezen worden, daar heeft iedereen het raden naar. “Ze verdwijnen uit de statistieken, dus het blijft gissen”, zegt Kati Verstrepen, advocate en voorzitter van de Liga voor de Mensenrechten. “Uit eigen ervaring denk ik dat de meeste mensen uit­eindelijk België wel verlaten, al hebben ze vaak meer dan een maand nodig om dat te doen. Een ander deel blijft hier onder de radar tot ze tegen de lamp lopen. En sommigen vinden nog een andere oplossing, omdat ze de liefde vinden en trouwen of omdat een werkgever iets kan doen.”

Op het kabinet van Francken reageren ze verbaasd op de cijfers. “Het aantal uitwijzingen ligt rond de 11.000. Kan het beter? Ja, maar we werken er hard aan om nog efficiënter te zijn. Bovendien verlaten sommigen zonder enige vorm van hulp vrijwillig het land. En dat zit niet in de cijfers.”

Corrigeer

IN HET NIEUWS

Verkiezingen in jouw gemeente:

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees