Populair in peloton, zelfs al word je er duizelig van: dopingexpert vraagt algemeen verbod op Tramadol

Populair in peloton, zelfs al word je er duizelig van: dopingexpert vraagt algemeen verbod op Tramadol

Foto: tt

Uit cijfers van antidopingagentschap WADA blijkt dat meer dan vier procent van alle urinestalen in het wielrennen sporen van de omstreden pijnstiller Tramadol bevatten. Het product is niet verboden, maar zou gevaarlijke bijwerkingen hebben: Duizeligheid en draaierigheid.

Lotto-ploegarts Servaas Bingé schrikt wanneer hij de WADA-cijfers over Tramadol-gebruik in het wielrennen hoort. “4,4 procent? In een peloton van 200 man zijn dat acht renners. We gaan niet flauw doen: Tramadol wordt dus nog altijd veel gebruikt.”

In 2012 al getuigde de Amerikaanse renner Taylor Phinney dat Tramadol vaak gebruikt werd in zogenaamde finalebidons, krachtige cocktails die ervoor zorgen dat renners in de laatste kilometers minder pijn voelen.

Onder meer bij Team Sky zou het product erg in zwang zijn. Oud-renner Michael Barry getuigde over “onethisch gebruik” en volgens Jonathan Tiernan-Locke werd Tramadol op het WK 2012 ook “vrijelijk rondgedeeld” op de bus van de Britse selectie. Toch is het zeker geen exclusief Brits probleem. In zijn recente biografie Het Beest vertelde ook Nederlander Lieuwe Westra dat hij vaak Tramadol nam.

Niet verboden, wel op monitoringlijst

Het product is niet verboden, maar staat wel op de zogenaamde monitoringlijst van het WADA. Het wereldantidopingagentschap controleert urinestalen standaard op Tramadol, evenwel zonder het gebruik te bestraffen.

De cijfers van die monitoring bewijzen dat het product inderdaad bij uitstek populair is in het wielrennen. Van de 12.554 afgenomen stalen in 2017 bevatten er 548 Tramadol. 4,4 procent lijkt niet veel, maar geen enkele andere sport komt ook maar in de buurt. In het voetbal bevat maar 0,36 procent van de stalen de bewuste pijnstiller. In atletiek is dat nauwelijks 0,2 procent.

Structureel probleem

“In het wielrennen is er een structureel probleem van Tramadol”, zegt Peter Van Eenoo, directeur van het antidopinglabo in Gent. “Er is geen enkele logische verklaring voor de hoge cijfers. We vinden in het wielrennen en bijvoorbeeld biatlon ook meer producten die voorkomen in astmamedicatie, maar die sporten lokken astma ook vaker uit. Dat houdt steek. Tramadol kan je niet verklaren. Dat kan alleen om misbruik gaan.”

Renners gebruiken het product dus niet om pijn van blessures te verlichten buiten competitie, wel om een hogere pijntolerantie te hebben ­tijdens de competitie. Omwille van het prestatiebevorderende effect. Tramadol zit zo in de bewuste ‘grijze zone’, maar dat is niet eens het grootste probleem: “Het gaat er niet om of Trama­dol prestatieverhogend is of niet”, aldus Lotto-arts Servaas Bingé. “Het probleem is dat het gevaarlijk is. Tramadol vermindert het bewustzijn. Je moet er geen morfine van maken, maar het werkt wel in op dezelfde receptoren. Wielrennen met een verminderd bewustzijn is geen goed idee.”

Valpartijen

Het frequente gebruik van Tramadol in het wielrennen zou aanleiding geven tot meer valpartijen, een these waar ook Van Eenoo heel erg in gelooft: “De bijwerkingen zijn niet voor de poes: duizeligheid en draaierigheid. Natuurlijk zorgt dat voor valpartijen.”

In het wielrennen hebben teams die aangesloten zijn bij het MPCC (vereniging voor geloofwaardig wielrennen) – zoals Lotto-Soudal – zichzelf al een verbod op het gebruik van Trama­dol opgelegd. Van Eenoo hoopt dat het WADA dat voorbeeld volgt: “Het product staat nu al zes jaar op de monitoringlijst. Er is duidelijk sprake van misbruik, dus ik zou Tramadol graag op de officiële lijst van verboden producten zien.”

Corrigeer