Food

Frisdranken­gigant brengt drankje op basis van noten, granen en rijst op de markt

Coca-Cola wil nu ook je ontbijt maken

Coca-Cola wil nu ook je ontbijt maken

Foto: rr

De sterke opmars van plantaardige dranken verleidt nu ook Coca-Cola. Met AdeZ brengt de frisdrankengigant een “voedzame ontbijtdrank” op de markt. “Wij willen een aanbod voor ieder moment van de dag”, klinkt het.

De toenemende hang naar gezonde en duurzame voeding duwt steeds meer mensen weg van suiker of dierlijke producten. Die evolutie dwingt Coca-Cola steeds meer in onbekende wateren. De klassieke frisdrank kreeg eerder al suikervrije varianten en de multinational breidde de laatste jaren zijn aanbod uit met onder andere koffie, ijsthee en water. Nu boort Coca-Cola een volledig nieuwe markt aan: dranken op basis van louter plantaardige ingrediënten, zoals zaden, noten en fruit, zonder toegevoegde suikers.

AdeZ, zoals het nieuwe drankenassortiment heet, mikt op de “voedingsbewuste consument die een voedzame snack- of ontbijtdrank zoekt”, zegt Ben Bijnens, de Belgische directeur van Coca-Cola Services.

Geen zuivel

Aan de ontbijttafel kon Coca-Cola tot nog toe niet zijn stempel drukken. Maar ook daar veranderen de gewoontes. De traditionele zuiveldranken krijgen steeds meer concurrentie van plantaardige alternatieven. De gemiddelde Belg consumeerde in 2016 per jaar nog 46,7 kilogram melk. Tien jaar geleden was dat nog zes kilogram meer.

Volgens Euromonitor is de Belgische markt voor plantaardige dranken de laatste tien jaar met tien procent gegroeid. De Franse zuivelreus ­Danone speelde daar twee jaar geleden al op in door het Belgische ­Alpro te kopen, de Europese marktleider in zuivelvrije voeding.

Coca-Cola deed vorig jaar hetzelfde met de overname van het Latijns-Amerikaanse Ades. Waar Ades in landen als Argentinië, Mexico en Brazilië vooral met sojadranken scoort, heeft Coca-Cola voor de Belgische markt – waar het gamma als AdeZ wordt verdeeld – alleen varianten op basis van amandel, havermout en rijst ontwikkeld. “Dat gebeurde hier in ons innovatiecentrum in Anderlecht”, zegt Bijnens trots.

Corrigeer