Buschauffeur klapt uit de biecht: “Voor ik het wist had ik een busliefje. Na het vrijen moest ik wat sneller rijden”

Buschauffeur klapt uit de biecht: “Voor ik het wist had ik een busliefje. Na het vrijen moest ik wat sneller rijden”

(genrebeeld) Foto: Victoriano Moreno

En, wat doe jij van werk? En zeg nu eens eerlijk: hoe gaat het er écht aan toe? Journaliste Lotte Debrouwere zoekt het uit. Off the record, zonder opnamebandjes dus, en volledig anoniem. Zodat iedereen eens vrijuit over zijn job kan praten, en geen enkel potje dicht hoeft te blijven. Vandaag klapt een buschauffeur uit de biecht. Over hoe hij rustig moet ­blijven in álle omstandigheden. En over busliefjes.

“Ge moet maar roepen als ik een kop ­koffie moet komen drinken.” Dat was mijn vaste zin tegen een schoon meisje dat me het hof maakte. Ge kent dat wel. Jij kijkt in de achteruitkijkspiegel en zij glimlacht dan terug. Ze steekt een plukje haar achter haar oor en jij knipoogt. De volgende dagen zit ze weer op hetzelfde plekje, zodat je haar goed kan zien. Ja, dan weet je hoe laat het is. Ook een buschauffeur heeft blijkbaar iets prikkelends. Dan begin je wat te praten en voor je het weet, heb je een busliefje. Pas op, in mijn jonge jaren. Nu hebben ze geen tijd meer om te lonken. Ze zitten op hun iPhone te tokkelen. Niet alleen op de bus, ook aan de halte. Ik moet soms toeteren, zodat ze niet vergeten om op te stappen. En om af te stappen. Hoe vaak ­gebeurt het niet dat er eentje aan het tokkelen is en zijn halte vergeet?”

“Maar bon, veel buschauffeurs hebben wel een busliefje gehad, hoor. Liefde op de werkvloer, zeggen ze dan. Of ik gevrijd heb op de bus? Ja, dat ook. Met een blonde met blauwe ogen. Waar? Ergens te velde. Daarna reed ik wat sneller om toch niet te laat aan de volgende halte te staan.”

Buschauffeur klapt uit de biecht: “Voor ik het wist had ik een busliefje. Na het vrijen moest ik wat sneller rijden”

“Nu is er gewoon geen tijd meer voor een snel wipje. Het is serieuze business geworden. Er is niet eens tijd voor een plasplauze. Ik probeer zo weinig mogelijk te drinken, zodat ik niet moet plassen. En toch, dat op tijd zijn, dat moet je als chauffeur loslaten. Vroeger was het spitsuur van 8 uur tot 8.30. Nu begint het al om 7 uur ’s morgens en is het pas gedaan om 10 uur. Een halte halen op tijd is moeilijk.”

“Natuurlijk word je als passagier pinnig als je in de kou moet wachten op een bus die er al veertig minuten moest zijn. Ik snap dat ze zeuren. Maar wij kunnen het verkeer niet regelen, hé. Tien procent van de rijtijd wordt als buffer gerekend. Tja, je moet maar eens extra voor een rood licht staan of achter een vuilkar rijden en die buffer is al weg. Onze werk­gever probeert dat op te volgen, maar dat lukt niet altijd. Omleidingen worden ook wel ingecalculeerd, maar er zijn vaak onverwachte omleidingen. Om nog maar te zwijgen van toeristen, die denken dat alles verkeersvrij is. En fietsers slalommen overal door. Hoe vaak zeggen we niet tegen elkaar: Opgelucht dat er geen onder onze wielen zat. Het is een wonder dat het niet vaker gebeurt.”

“We staan continu onder stress. Je moet duizend ogen hebben in het verkeer. De laatste trend? Madam die met haar jeep naar de slager moet. Die zet haar grote bak dan voor de deur. Met de vier richtingaanwijzers aan. Probeer dan maar eens te passeren met je bus. Ik kan ijzig kalm blijven daarbij. Dat leer je snel. Een buschauffeur is een zenboeddhist. Wist je dat we vroeger met onze bus door een braderie moesten rijden? Manoeuvreren met twee kilometer per uur tussen al die mensen. Maar we doen dat graag. Hoe meer ik moet manoeuvreren, hoe liever. Die lange stroken rechtdoor zijn saai. Net zoals rijden met twee man en een paardenkop op je bus. Dan liever een stampvolle.”

Buschauffeur klapt uit de biecht: “Voor ik het wist had ik een busliefje. Na het vrijen moest ik wat sneller rijden”

“Ja, wij zijn soms cowboys. De jonge gasten onder ons geven vaak gas. Omdat die zich nog laten opjagen om op tijd aan de haltes te zijn. Die beseffen nog te weinig dat ze mensen vervoeren en geen beesten. Maar ze leren dat snel af. Omdat je met dat gehaast hooguit een minuut sneller bent.”

“Soms is je bus een sardienenblik. Je mag er dan niet aan denken dat er iemand je in de flank zou rammen. In de spitsuren is dat zweten. Veel chauffeurs rijden weleens met de deuren open om wat meer adem te hebben. Ik deed dat ook, tot ik ooit eens moest remmen en bijna iemand in het maïsveld verloor. Met die hittegolf was het ook niet voor de poes. Er zijn wel een paar aircobussen, maar dat is een druppel op een hete plaat. Daar is geen geld voor, dus ja, het was wegsmelten. De charmes van het vak zeker?”

De baarmoeder eruit

“We doen het graag, onze job. Het is de vrijheid, mevrouw. We rijden soms door prachtige landschappen, alsof we in een film zitten. En we doen goed werk. Helpen vaak mensen die nergens anders kunnen komen. OCMW-trekkers of ouderen die dan 52 euro voor een jaarabonnement betalen. Er is veel eenzaamheid op de bus. Ze komen vaak voor wat sociaal contact. Doen hun boodschappen soms in drie etappes. En in de winter komen ze om te besparen op hun verwarming. Ge kijkt raar, maar dat is zo. Sommige mensen brengen een taartje voor me mee, of een chocolaatje. Of ze vertellen over hun baarmoeder die eruit moet. We moeten meer psychologisch bezig zijn dan ge denkt.”

“Er worden levensverhalen verteld. Je merkt dat veel mensen daar nood aan hebben. En soms vertel je terug. Het doet mij deugd om een band op te bouwen. Je wordt bijna vrienden. Ik heb gasten op mijn bus die als klein manneke ook al meereden. Je ziet ze groeien en veranderen.”

“Er is ook veel dankbaarheid. Gelukkig. Een vrouwelijke collega heeft zelfs een schare fans van zeventig. Die rijden met haar mee en geven haar complimenten à volonté. Die straalt altijd als ze die mannen heeft gezien. Er zijn ook madammekes die zich een abonnement aanschaffen om de hele dag met mij mee te gaan. Omdat ze zot zijn van mij. In het begin is dat tof, tot ze elke dag zeven uur naast jou zitten te tateren. Maar ach, zo gaat de tijd snel.”

Belletjetrek

“Ik zwijg altijd tegen dronken mensen. Daar kan je niet tegen beginnen. Schelden en spuwen is in de grootsteden schering en inslag. Als dat gebeurt, doe ik niets. Een vrouwelijke collega heeft altijd een vaste drugskoerier op haar bus. Hij stapt op, een compagnon stapt twee haltes later op en dan wordt er gedeald. Ze moeit zich daar niet mee, ze vindt het haar taak niet. Ik snap dat. We kunnen wel de politie bellen, maar doen dat niet zo rap. We hebben zelfs een verborgen knop aan onze pedalen. Duwen we daar met onze voet op, dan kunnen wij vijftien seconden niets zeggen aan de dispatching, maar die hoort dan wel alles. Zij hebben onze gps-gegevens, horen als er agressie is en kunnen de politie inschakelen. Maar dat duurt dan vijf minuten. Tegen dan kan je al dood en begraven zijn. Dus nee, ik zeg daar niets op. Na de aanslagen kregen we trouwens een nota: Wees op uw hoede voor mensen met een rugzak. Maar ze dragen allemaal een rugzak.”

“Ik vergeet nooit Lorre de Beeste. Een beetje een marginale man die de weg kwijt was. Hij kwam altijd op mijn bus zwaaien met een voorhamer. Klanten bedreigen. Ik had altijd een pintje mee om hem te kalmeren. Dan zei ik: Hier, Lorre, drink een pintje. Dat dronk hij dan braaf op en weg was hij.”

“Soms doen kwajongens ook belletjetrek. Ze bellen en niemand stapt uit. Als ik tijd over heb, roep ik dan: Ik vertrek niet voor iemand zegt dat hij op de bel heeft gedrukt. Ach, dat zijn jeugdzonden, hé.”

“Ik mis wel respect op de bus. Rechtstaan voor zwangere vrouwen en bejaarden? Dat is uit de mode, mevrouw, dat doen ze niet meer. Dus zeg ik soms tegen een jonge gast: Gij ziet er een toffe uit, gij zou wel willen rechtstaan voor dat vrouwtje, hé? Uit zichzelf doen ze dat niet meer. Er zijn jonge gasten die zelfs zeggen: Ik heb ook betaald. Dan zeg ik: Excuseer, je mama en papa hebben betaald.”

“Iedereen zit altijd maar te zagen over migranten, maar die zijn braaf op een bus. Fils à papa’s zijn veel lastiger. Brave engeltjes alleen, maar in groep willen ze tonen wie ze zijn. Als een bende jonge gasten lawaai maakt, dan is het eigenlijk goed. Is het stil, dan vijzen ze een zetel uit elkaar, kerven ze in het kussen of tekenen ze penissen. Hoewel dat verminderd is. Zakmessen zijn niet meer zo in en penissen blijkbaar ook niet meer.”

“Ach, al bij al blijven wij baas op eigen bus. Een van de eerste regels: kijk elke passagier in de ogen. Zo neutraliseer je hem. Geleerd in het leger en dat werkt heel vaak. Zeg ook altijd goeiendag. Laat nooit zien dat je bang bent. We vragen in grootsteden bijna nooit een vervoersbewijs na 18 uur. Dat is problemen zoeken. We laten dat over aan de controleurs, maar dat zijn er niet veel. Dus kan je in grootsteden eigenlijk makkelijk zwartrijden.”

“Hoeveel we verdienen? Tussen de 1.800 en 2.000 euro netto. Dat is niet zo heel veel. Maar je moet het niet doen voor het geld. Je moet het doen omdat je graag met een bus rijdt.”

Corrigeer

NIEUWS