Wout van Aert grijpt eerste medaille op de weg: “Brons is mooi voor later maar eigenlijk heb je daar niks aan”

Wout van Aert grijpt eerste medaille op de weg: “Brons is mooi voor later maar eigenlijk heb je daar niks aan”

Foto: BELGA

Zowat ieder renner zou supercontent zijn met een bronzen medaille bij zijn debuut voor de nationale ploeg. Maar Wout van Aert is niet iedereen. De wereldkampioen veldrijden kon moeilijk vrede nemen met zijn derde plaats.

“Ik ben echt wel teleurgesteld”, reageerde de Herentalsenaar achteraf. “Ik dacht in de finale echt dat ik kon winnen, tot een paar meter voor de finish. Maar ik geraakte er niet over en daarom ben ik teleurgesteld. Een medaille is wel mooi maar toch vind ik dit een teleurstelling. Die medaille is mooi voor later maar eigenlijk heb je daar niets aan.”

Van Aert zag de Belgen een perfecte wedstrijd rijden. “We waren hier niet met de snelste renners en moesten daarom de wedstrijd in handen nemen. Van die snelle mannen is niemand in de finale geraakt dus heeft onze tactiek wel degelijk gerendeerd. Claeys en Van Gestel controleerden, de rest heeft de koers van vrij ver hard gemaakt. Daarmee hebben we er veel pijn gedaan. Daarna was het aan Stuyven, Van Avermaet en mij om ieder om beurt te demarreren. Eén van de eerste scheuren was al de goede waarna ik mijn kans kon gaan. Het was vroeg, ja! Maar we mochten nooit in verdediging geraken, er moest dus wel iemand meeschuiven. Ik was zelf verrast dat de kloof zo snel een feit was. Feeling? Ach, als Italië niemand mee heeft, rijden zij het gat dicht. Het was meer toeval dan buikgevoel.”

Spurt beste optie

De sprint? Van Aert: “Cimolai trok de spurt aan voor Trentin. Ik zat waar ik wilde zitten, in het wiel van Mathieu. Ik dacht dat hij de snelste was. Het was wind- en bergop, dus wachtte ik lang. We geraakten aan zijn versnellingsapparaat en helaas niet verder. Proficiat voor hem, hij was achteraf gezien de sterkste man in de kopgroep. ’t Is ook geen nieuweling, hé. Ja, ik had vertrouwen in mijn spurt. Aan het eind van een lange en zware wedstrijd is het niet altijd de snelste die wint. Aanvallen? Ik had niet veel cartouches over. Als ik die verschiet op de laatste helling en ik geraak niet weg, dan heb ik ook niets. Ik had het gevoel dat de spurt de beste optie was. Helaas was er die val in de slotronde waardoor ik Xandro kwijtspeelde. Met hem erbij hadden we tactisch meer kunnen variëren.”

Van Aert keert morgen naar huis en vertrekt dinsdag alweer op stage om het veldritseizoen voor te bereiden. “Dit was het doel van de zomer. Ik heb immers een doel nodig om naar uit te kijken. Maar vanaf dinsdag spring ik op de crossfiets en ook daar kijk ik naar uit. Zo is het nooit saai voor mij.”

Corrigeer