Beroepen klappen uit de biecht

Een kapper klapt uit de biecht: “Ongelooflijk wat iemand allemaal vertelt in een kappersstoel”

“We waren misschien niet de allerslimste op school, maar noem ons geen coiffeusekes.” Dixit de kappers. Zij die knippen en kleuren, brushen en blazen. En zij die vooral luisteren. “Ongelooflijk wat ­iemand allemaal vertelt in een kappersstoel.”

“Begin je artikel niet metcowboyver­halen over geroddel in een kapsalon. Hoeveel kappers en kapsters heb je nu geïnterviewd? Zes? Awel, heb je gehoord dat daar geroddeld wordt? Ja, hier en daar wel een keer? Dat is juist. Maar niet meer zoals vroeger. Dat is wat verleden tijd. Nu praten klanten vooral over zichzelf. Alsof niemand naar hen luistert in de wereld, alleen wij. Dé vraag is: Hoe voel je je? ­Ongelooflijk wat iemand dan allemaal vertelt in een kappersstoel. Wij zorgen voor hun buitenkant, maar soms zou er zich toch iemand moeten bezighouden met hun binnenkant.”

Een kapper klapt uit de biecht: “Ongelooflijk wat iemand allemaal vertelt in een kappersstoel”
Illustratie: Lectrr

“Ik had ooit de vrouw voor me die zei dat ze elke dag zeven keer van onderbroek wisselde. Dan denk je: Moet ik dat nu weten? Een man vertelde me zelfs over zijn schimmeltenen. Hij gooide prompt zijn sokken uit om ze te tonen. En ma ­Flodder kwam altijd dronken en op tabak sjiekend vertellen dat ze soms achter haar man zat met de kachelpook. Wat zeg je daarop?”

“Eén keer is hier het water gebroken van een zwangere vrouw. Het was me al opgevallen dat ik haar haar maar niet gedroogd kreeg: ze zweette zich te pletter. Haar man kwam haar in allerijl halen. En ik? Ik heb mogen kuisen.”

“Maar er zijn ook heel schone verhalen. Zoals die lieve mevrouw van zestig die graag van haar man wou weggaan omdat hij haar bedroog met alles wat borsten en billen had. Maar het arme schaap durfde niet, uit angst om nooit nog iemand te vinden. Ik raak op mijn zestigste nooit meer van ’t straat, zei ze. Tot ze plots een weduwnaar leerde kennen in de bibliotheek en toch ging scheiden. Dan leef ik echt mee. Vanuit mijn hart. Koekendozenromantiek. Ik heb haar een cavaatje aangeboden toen ik het nieuws hoorde. Ze komt hier nu nog, samen met haar nieuwe geliefde.”

Een kapper klapt uit de biecht: “Ongelooflijk wat iemand allemaal vertelt in een kappersstoel”
Illustratie: Lectrr

“Ik zeg altijd tegen mijn stagiaires: Als een man belt en vraagt of zijn vrouw al lang weg is, wees dan vaag. Ja, affaires dekken wij toe. Ooit was hier een vrouw met haar minnaar en een week later kwam de man van die vrouw om zijn haar te knippen. Wij moeten ons daar niet mee moeien. Wij zwijgen.”

“Onderschat de kracht van een kapsalon niet. Het is ook wederzijds. Ik heb veel meegemaakt in mijn leven, dus ik vertel ook over mijn leven. Ik heb een zoon die is verongelukt met de motor. Ik heb toen zelf de kracht gevoeld. Plots waren mijn klanten psycholoog en niet ik. Ze zijn massaal naar de begrafenis gekomen. Zij hebben mij gedragen. Ik mocht vertellen, zij luisterden. Er is veel solidariteit, zeker onder de vaste klanten.”

“Sommige klanten staan op mijn netvlies gebrand. Zoals die vrouw, ik had ze nog maar een paar keer gezien. Plots zei ze heel droog: Dit is de laatste keer dat je me ziet. Ik ben terminaal. Ik durfde niet verder te vragen. Ik heb ze nooit meer teruggezien. Dat is het ergste: afscheid nemen van je klanten.”

“Je ziet hier veel meer vrouwen met kanker ­binnenkomen. Jonge vrouwen. Jonge mama’s die hun haar verliezen of gaan verliezen en die dan vragen om het af te doen. Meestal neem ik ze mee in een apart hoekje. En dan doe ik dat laagje per laagje. Niet te snel. Soms zelfs op verschillende dagen of weken, om eraan te wennen. Maar soms kam je er nog maar door en heb je al hele plukken mee. Tja, dan moet je de tondeuse bovenhalen. Dat raakt. Dat word je nooit gewoon. Ik ga ook mee pruiken kiezen als ze dat willen. Gratis. En als ze na de chemo dan weer een beetje haar krijgen, leg ik ze extra in de watten.”

“Weet je wat een treurige evolutie is? Dat steeds meer vrouwen last hebben van haaruitval. Door stress of hormonale veranderingen. Dat is een ramp. Er is heel weinig aan te doen. Net zoals er aan kaalheid bij mannen niet veel valt te doen. Wij kunnen wel een snit maken zodat een paterskopje niet opvalt, maar wordt het echt een landingsbaan, dan moeten we doorduwen en zachtjes aan de ­heren zeggen dat ze misschien toch het best alles laten wegdoen. Dat is voor de meesten pijnlijk, ja. Je kan het proces vertragen door pillen, maar niet stopzetten. Koop ook nooit in een kapsalon een wondermiddel tegen haaruitval. Dat is pure geldklopperij. De shampoos, dat is wat anders. Die zijn vier keer zo duur als eentje uit de supermarkt, maar die gaan vier keer langer mee en doen tenminste hun werk.”

Een kapper klapt uit de biecht: “Ongelooflijk wat iemand allemaal vertelt in een kappersstoel”
“Toen mijn zoon overleed, heb ik de kracht van een kapsalon gevoeld. Plots waren mijn klanten de psycholoog, niet ik.” Foto: JAA

Stukje oor

“Haar is heel belangrijk geworden. Echt héél ­belangrijk. Meer mensen zijn zich bewust van hun haar. Er is niet voor niets de volkswijsheid die zegt dat de uiteindes van je lichaam verzorgd moeten zijn om er goed uit te zien: je schoenen en je haar. Wij zijn dus ook niet zomaar wat coiffeusekes. Noem ons ook niet zo. Mijn coiffeuseke, die benaming, we worden daar zot van. Zulke neer­buigende opmerkingen hoort geen enkele kapper graag. Oké, we zijn misschien niet de meest sublieme studenten geweest, maar we kunnen iets wat er echt toe doet in een mensenleven. Haar knippen is een stiel. Een ambacht. Net zoals een timmerman of een smid. Wij máken iets.”

“Daarbovenop maken we de mensen blij. Tenzij we in de oren knippen. Bijna elke kapper of kapster heeft dat wel meegemaakt. Ik vond ooit een man zo knap dat ik afgeleid was en een stukje van zijn oor mee had. Bloeden dat dat deed. Hij is wel nog teruggekomen.”

“Van kleur missen? Dat gebeurt ook. Dan moet je dat uitzweten. Zeggen dat ze het vaak moeten wassen en over twee weken moeten terugkeren om er een ander kleur op te zetten. Maar meestal missen we dan in tinten. Niet van zwart naar blond of zo. Trouwens, er zijn van die klanten die zwart haar hebben en onmiddellijk blond willen zijn. Dat gaat dus niet. Als je dat doet, krijg je een soort oranje.”

Een kapper klapt uit de biecht: “Ongelooflijk wat iemand allemaal vertelt in een kappersstoel”
“Koop nooit een wondermiddel tegen haaruitval bij de kapper. Dat is pure geldklopperij.” Foto: fvv

Madam Pipi

“Ik kan aan de geur van haar soms raden wie de mensen zijn. Maak het haar van een slager nat en je ruikt vlees. Drinkt iemand overmatig alcohol, dan ruikt het naar een niet geluchte slaapkamer. We hebben hier trouwens ooit madam Pipi als klant gehad. Ze stonk altijd naar urine. Iedereen in de straat praatte erover, maar niemand durfde het te zeggen. Ik had haar haren geknipt en ze zat ­onder de droger. Ik ging even weg en toen ik terugkwam, zag ik nog net dat ze met haar arm de urine van de stoel veegde. Hebt gij nu geplast in mijn stoel? vroeg ik. Ze schrok. Ja, wil je dat aan ­niemand zeggen? Ik heb haar dan gezegd: Luister madam, eigenlijk ruikt u een beetje naar urine. De mensen praten daarover. Misschien moet u zich wat beter verzorgen. De volgende keer kwam ze parmantig de zaak binnen: Ruikt ge het? Ik heb parfum aan. Het was een stuk beter.”

“Ik ga u nog iets viezer vertellen. Ja, in het ­­kap­salon ziet ge de kleine wereld. Ooit had er een ­madam buikloop en ze deed in haar broek terwijl ik haar aan het knippen was. Ik vroeg of ze zich niet beter ging verversen thuis. Nee, zei ze kordaat. Ik heb nog nooit zo snel haar geknipt.”

“En zwijg ons van luizen. Daar heeft elke kapper mee te maken. Sommigen tonen dan vriendelijk maar kordaat de uitgang, anderen gaan het nog knippen. Ik neem dat risico niet. Je hele kapsalon kan besmet raken. Ik was ooit iemands haar aan het kleuren en zag toen pas dat ze luizen had. Met halfgekleurd haar heb ik gezegd dat ze die luizen eerst moest wegwassen. Ze was razend.”

Een kapper klapt uit de biecht: “Ongelooflijk wat iemand allemaal vertelt in een kappersstoel”
“Ooit vertelde een vrouw dat ze per dag zeven keer wisselt van onderbroek. Dan denk je: ‘Zwijg, ik moet dat niet weten’.” Foto: BERT DE DEKEN

“Ik had ooit een stewardess die lange afstanden vloog. Ze had een bult op haar hoofd en bij het kammen was die per ongeluk opengegaan. Er kwamen heel veel vieze beestjes uit. We hebben dan met heel veel doeken die bult gedept en ze is dan naar de dokter gegaan.”

Goedkope tomaten

“Ik kan zo genieten van de creativiteit van ons ­beroep. De stiel op zich. Soms wil je dus gewoon haar knippen en is het jammer dat daar een mens onder zit.”

“Dan ben ik blij dat mensen niet willen praten met mij. Dat ze ostentatief een boekje zitten te ­lezen. Dan hebben we even rust. En als ze willen praten, dan is het weer nog altijd een goeie opener, ja. Met die hitte heb ik wel honderd keer gehoord: Het is te warm. En dan zegt een ander: Ja het is veel te warm. En dan zegt nog een ander: De tomaten staan goedkoop. Dan wordt je kapsalon een café. Dát zijn de leukste momenten. Dan moet je zelf even niet meer luisteren.”

Corrigeer

NIEUWS