Experts vragen strengere regels voor lobbyisten, maar politiek vindt “tijd nog niet rijp”

Experts vragen strengere regels voor lobbyisten, maar politiek vindt “tijd nog niet rijp”

Stadswandeling in Brussel langs verschillende lobby kantoren, actie om lobbyisten in het daglicht te zetten (archiefbeeld) Foto: Dieter Telemans

Alle parlementsleden zouden bij hun wetsvoorstellen een lijst moeten voegen van alle lobbygroepen met wie ze daarover contact hebben gehad. Dat schrijft de Federale Deontologische Commissie in een advies aan de Kamer. Daarmee gaat ze veel verder dan de maatregelen die het parlement vorig jaar zelf heeft genomen.

Heel ver is de Commissie Politieke Vernieuwing vorig jaar niet gesprongen in haar poging om de invloed van belangengroepen in de Wetstraat in kaart te brengen. De commissie werd opgericht om het vertrouwen in de politiek op te krikken na onder meer het schandaal rond Publifin. Maar ze geraakte niet verder dan een gedragscode voor lobbyisten én een register waarin elke lobbyist zich moet aanmelden wanneer hij het parlement binnenkomt – zonder daarbij te moeten vermelden met welk parlementslid hij vergadert.

Stapje verder

De Federale Deontologische Commissie, die de Kamer adviseert over dergelijke kwesties, stelt voor om nu een stap verder te gaan. Op de website van het parlement heeft ze een advies gepubliceerd over de relatie tussen parlementsleden en lobbyisten “in de totstandkoming van wet­geving”.

Daarin pleit de commissie voor een “lobbyparagraaf” bij elk wetsvoorstel of amendement. Daarin zou een overzicht staan van alle contacten die de betrokken parlementsleden hebben gehad om hun voorstel uit te werken. Dat kan bijvoorbeeld gaan om een ­bepaalde sectorfederatie, vakbonden, bedrijven of ngo’s. Voor een wetsvoorstel over het rookbeleid zouden daarin bijvoorbeeld ontmoetingen met zowel de tabaksindustrie als met verslavingsexperts kunnen staan.

Op maat aangeleverd

In eerste instantie stelt de commissie voor dat de parlementsleden op vrijwillige basis zo’n lobbyparagraaf opstellen. Dat zou dan vooral in twee situaties gebeuren. Ten eerste “wanneer die ontmoetingen een aanmerkelijk effect hebben gehad op de inhoud van die voorstellen of amendementen”. Ten tweede wanneer “de teksten werden opgesteld of gesuggereerd door die belangenvertegenwoordigers”. Zo gebeurt het weleens dat een belangengroep een tekst volledig op maat van het parlement ­levert, waarbij de parlementsleden enkel nog hun handtekening moeten zetten. Vijf jaar geleden is MR-politicus Louis Michel daarmee nog in de problemen gekomen in het Europees Parlement. Hij had een karrenvracht amendementen ingediend bij de privacywetgeving, maar die bleken volledig door lobbygroepen geschreven te zijn. Ook vandaag zou dat in de ­Kamer nog af en toe gebeuren.

Tijd nog niet rijp?

De deontologische commissie heeft haar advies op eigen initiatief geschreven. De vraag is wat er nu verder mee gebeurt. Kamerlid Brecht Vermeulen (N-VA), die de Commissie Politieke Vernieuwing vorig jaar voorzat, noemt zichzelf “geen tegenstander” van zo’n lobbyparagraaf. “Alleen vrees ik dat de tijd nog niet rijp is”, zegt hij. “We hebben het idee vorig jaar ook al besproken. Toen was het nog niet rijp, en dat is het nog steeds niet. Er zullen nog meer ad­viezen en buitenlandse voorbeelden moeten komen vooraleer zoiets ­mogelijk wordt.”

Corrigeer

IN HET NIEUWS

Verkiezingen in jouw gemeente:

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees