Poetsvrouwen klappen uit de biecht: "Jonge gezinnen zijn het ergst"

Poetsvrouwen klappen uit de biecht: "Jonge gezinnen zijn het ergst"

Kattenkots moeten ze opkuisen. Vuile onderbroeken. Zakdoeken met sperma. Poetsvrouwen voelen zich vaak de assepoester van deze tijd. Alleen moeten ze zelf het schoentje oprapen, en van een prins is geen sprake. “Dit is voor niemand een droomjob. We willen eigenlijk allemaal iets anders.” Vandaag leggen poetsvrouwen in heel Vlaanderen het werk neer om meer respect te eisen voor hun job. Wij vroegen hen naar de vervelende, maar ook de mooie kanten van hun werk.

“Kom maar binnen. Je moet je voeten niet vegen hoor, het is hier toch vuil. Ik heb nog geen courage gehad om mijn eigen huis te kuisen. Het was mijn dag niet. Ik heb vandaag kattenkots moeten opkuisen. Ja, je kijkt raar, maar dat gebeurt wel vaker. Soms laten ze de kattenkots of andere vuiligheid een dag op de grond liggen omdat ze weten dat de poetsvrouw komt. Laat maar liggen, die zal het wel opkuisen. En dan doe je dat natuurlijk. Je kan er moeilijk omheen dweilen hé, meiske. Je mag eigenlijk blij zijn dat je geen poetsvrouw bent. Hoeveel poetsvrouwen heb je gesproken? Vijf? En wat zeiden ze? Is het voor iemand een droomjob? Nee. We dromen allemaal van iets anders.”

“Poetsvrouw word je omdat het goeie uren zijn. In een fabriek heb je vroege en late shifts, en dat is ambetant als je een gezin hebt. En als je er plots alleen komt voor te staan en je kinderen hebt, dan is om vijf uur kunnen stoppen een zegen. De meesten van ons denken: Ik doe die job voor even. Maar voor je het weet, doe je het veel langer dan je wilt.”

Poetsvrouwen klappen uit de biecht:

“Hoge studies hebben we niet gedaan. Het is ook zo simpel niet om een job te vinden. Maar als er nu één beroep is waar nog op neergekeken wordt, dan is het de poetsvrouw. Je kan je beter prostitueren dan poetsvrouw te worden, zeggen we soms. Ik zet mijn beroep dan ook niet op Facebook. Ik ben beschaamd om het te zeggen. Als je ergens in een gezelschap staat en ze vragen wat je doet, dan hoor je: Ah ja. Terwijl we zo belangrijk zijn. Want wij kuisen de brol op van iemand anders. Wij doen het werk waar anderen tegenop zien. Als de poetsvrouw is geweest, dan is iedereen gelukkig. Niets zaliger dan thuiskomen in een gekuist huis, toch?”

“Let op, vooral mensen met een hogere status kijken op ons neer. Mensen die echt beseffen wat het inhoudt, niet.”

Kaka op de bril

“En toch is het ook een schone job. Zeker als je bij oudere en eenzame mensen komt. Die zijn blij dat je er bent. Ronny, een man van tachtig jaar, staat altijd in zijn deuropening te wachten tot ik er ben. Weer of geen weer. Hij wil altijd dat ik eerst een kopje koffie met hem drink. En om tien uur is er soep. Dan praat hij over zijn overleden vrouw en zijn duiven, en luister ik. Soms is zijn huis niet helemaal gekuist, omdat ik maar vier uur heb. Dat deert niet. Ach, ik ben blij dat ge er waart, zegt hij dan. En hij geeft me vaak nog twee euro fooi.”

Poetsvrouwen klappen uit de biecht:

“Martha is ook zo iemand. Niet goed ter been, vijf kinderen en op donderdag wacht ze altijd op één van hen die misschien zou kunnen langskomen. Maar vaak komt er niemand, wordt Martha met de uren treuriger en wacht haar weer een week van gemis. Martha is dan ook dolgelukkig als ik er ben. Ook zij staat er op dat ik even ga zitten en met haar praat terwijl zij een appeltje voor me schilt. Soms breng ik een taartje voor haar mee. Voor de Ronny’s en Martha’s van deze wereld doe ik het.”

“Of voor Maurice. Hij heeft een herseninfarct gehad en heeft lichte alzheimer. Je ziet dan de aluminium bakjes met etensresten van een week ver op het aanrecht staan. Of je hoort het geritsel van muizen. Of ziet de aangekoekte uitwerpselen in het toilet. Dat is lastig. Dan bloedt mijn hart.”

“Jonge gezinnen zijn de ergste klanten. Je mag al blij zijn als ze je met je naam aanspreken. Hoe vaak moeten we het niet horen: de kuisvrouw. Wij hebben een naam, hé. En als papa en mama onbeleefd tegen ons zijn, dan zijn de kinderen dat ook. Die durven papiertjes op de grond te gooien terwijl je aan het kuisen bent. Ooit had een kindje kaka gedaan op de bril. De mama vond het maar logisch dat ik dat moest opkuisen.”

“Jonge gezinnen hebben zo’n druk leven waardoor ze ook geen tijd hebben om op te ruimen. In plaats van te poetsen moet ik vuile pampers wegdoen, kamers opruimen en vuiligheid vanonder de zetel halen. Dan willen ze nog dat je het hele huis kuist. Allemaal in vier uur. Dat gaat niet. Je bent poetsvrouw, geen opruimvrouw.”

De ideale kuismuziek

“Sommigen staan ook op je vingers te kijken. Zeggen echt hoe het moet. Ge hebt wel een rare manier van kuisen, hé. Of: Hier zitten nog vetvlekken. Leraars zijn het ergst, die moeien zich het meest. Ik was ooit bij een gepensioneerde lerares die me meer zag als een slaaf dan als een poetsvrouw. Ik voelde me assepoester. Alleen moest ik zelf de schoenen oprapen en kwam er geen prins opdagen. Ik moest het zilver en koper poetsen, de honden uitlaten, het hondenhok kuisen, strijken, de auto wassen, het middagmaal klaarzetten inclusief de medicatie voor mevrouw en meneer. En dan zei ze nog: Gij haast u ook wel niet.

“Ik kuis dan ook liever alleen. Met de radio aan. Clouseau is ideale kuismuziek. En Radio Nostalgie. Maar sommige klanten willen zelfs niet dat je de radio aanzet, ook al zijn ze er niet.”

“Soms is het een eenzame job. Je hebt geen collega’s. Af en toe wel een hond die achter je aankeft of gromt vanuit zijn hok. Of een camera die je volgt. Dat is raar. Ik kuis beter zonder camera. Met camera heb ik stress. Je weet dat ze je elk moment via hun gsm kunnen beloeren.”

“Dat komt door onze slechte reputatie. Ik ken een poetsvrouw van vreemde origine. Die kwam bij haar eerste klant en die zei onmiddellijk dat al het geld in de kluis zat en dat ze in de gaten werd gehouden door een camera. Terwijl stelende poetsvrouwen echt wel een uitzondering zijn. ­Alleen komen die snel in de media en dan denkt iedereen dat we allemaal zo zijn. Ik vind zo vaak hopen geld bij rijke mensen. Drugs ook. Wel, ik blijf daar af. Wij mogen contractueel ook niets nuttigen wat van de mensen is. Een theezakje, een dafalgan of zelfs een flesje water, we moeten dat zelf meebrengen. Of vragen of het mag. Anders is dat diefstal.”

De telefoon van de topmanager

“Een huis heeft geen geheimen voor de poetsvrouw. Ja, we zien soms de vibrators op het nachtkastje. Ik raak dat niet aan, ook niet met handschoenen. Ik poets het stof af rond de vibrator. Ook van gebruikte condooms blijf ik af. En zakdoeken met liefdessappen. Heb je seks gehad, kuis het dan zelf op. Soms liggen er vuile onderbroeken op de grond, met het gebruikte maandverband er nog in. Dan gooi ik dat op bed. Er zijn grenzen. Ooit vond ik een rode string bij een single man. Ik legde die opzij en hij zag het. Hij werd zo rood als zijn string.”

“Let op, ook kantoren hebben geen geheimen. Wat voor viezigheid mensen allemaal op hun bureau achterlaten. Beschimmelde kopjes koffie, make-up, papierbergen en etensresten. Een toetsenbord is de perfecte broedplaats voor bacteriën. Wist je dat je een aparte opleiding krijgt om computers te poetsen? Omdat dat met aparte producten is. Je kan daar niet zomaar met je zeemlap overgaan.”

“Er worden in kantoorgebouwen ook veel grapjes uitgehaald. Daar ben je als poetsvrouw of poetsman anoniemer. De rode doeken dienen om de toiletten te kuisen. De witte om het stof af te doen. Wel, dan poetsen we met de rode doeken de telefoons van die hoge topmanagers. Ons kleine pleziertje voor hun neerbuigende houding naar ons toe. Als zij ’s ochtends aankomen, vinden ze je maar een last. Alsof je een vervelende rat bent die zo snel mogelijk moet ophoepelen.”

“Mijn oudste dochter zei onlangs dat ze poetsvrouw wou worden. Ik heb haar gezegd: Kindje, doe dat niet. Er is zo weinig respect. Ze is tien, ze snapte het niet zo goed. Maar ik hoop dat ze een ander beroep kiest. Ik weet niet of ik het tot mijn 67ste red, trouwens. Velen van ons niet. Te veel rugklachten van altijd maar dezelfde bewegingen te maken en pijn aan de polsen van het uitwringen. Nee, het is geen droomjob. Ook al heb ik mijn beroepseer. Er is niemand die zo goed ramen kan kuisen als ik. Nooit strepen. Nooit. Maar met 1.400 euro per maand is het soms krabben. Laat staan dat je zelfvertrouwen er door groeit. Ik hoop dat mensen die dit lezen wat meer respect voor ons zullen krijgen. Dat zou al heel veel zijn.”

Dit artikel verscheen voor het eerst op 25 augustus 2018. 

Corrigeer

NIEUWS