Heen en weer geslingerd tussen twee vaderlanden

Debutant toont zich op WK bij Red Dragons: “In Polen noemen ze me Belg, in België een Pool. Wat ben ik nu?”

Debutant toont zich op WK bij Red Dragons: “In Polen noemen ze me Belg, in België een Pool. Wat ben ik nu?”

In de slotset tegen Italië maakte Igor Grobelny (25) donderdagavond met veel lef zijn grote debuut voor de Red Dragons en scoorde hij zijn eerste puntje. De naam zegt het: een man met Poolse roots, die hij niet kan en wil afschudden. “Ik zou liegen mocht ik me honderd procent Belg noemen.”

Igor Grobelny noemt het “soms een beetje ambetant”. Heen en weer geslingerd tussen Polen en België. Tussen zijn geboortegrond, waar nog steeds het overgrote deel van zijn familie woont, en het nieuwe vaderland, waar hij opgroeide en naar school ging. “Ik zou liegen mocht ik me honderd procent Belg noemen. Misschien ben ik een Pool die in België leeft. (bezorgd) Hopelijk klinkt dit niet te cru, want ik bedoel het absoluut niet slecht. Natuurlijk hou ik van België. Oók van België...”

Grobelny, een supervriendelijke kerel, werd geboren in het Poolse Radom, zo’n honderd kilometer ten zuiden van Warschau. Hij was vier jaar toen het gezin naar Vlaanderen verkaste. Vader Dariusz speelde als profvolleyballer bij Lennik en Menen en verhuisde dan naar Kapellen. “Op school spraken we Nederlands, thuis Pools. Met mijn zus schakelde ik ook thuis soms over naar het Nederlands, maar onze ouders stonden erop dat we ook hun moedertaal perfect beheersten. Toen vonden we dat vervelend, maar nu ben ik daar blij om.”

Als we hem vragen wanneer hij Belg is geworden, haalt Igor de schouders op en lacht hij een beetje verveeld. “Ik zou het echt niet weten. Alleen dat ik sinds dit jaar een Belgisch paspoort heb. Voordien was dat alleen een identiteitskaart en reisde ik met een Poolse pas. Ja, het blijft een beetje ambetant. In Polen zeggen ze: Jij bent een Belg. En in België ben ik een Pool. (zucht) Wat ben ik nu eigenlijk? In heel veel een Pool, zonder twijfel. Maar zeker niet qua karakter. Polen durven al eens agressief uit de hoek te komen en zijn vrij stuurs. Ik denk dat ik me vriendelijk mag noemen. Vriendelijk en rustig. Wat er ook gebeurt: ik blijf kalm.”

Time to shine

Vier jaar geleden al zat Grobelny dicht tegen de Red Dragons van toenmalig bondscoach Dominique Baeyens aan. “Ik mocht enkele keren meetrainen met een soort B-ploeg. Maar omdat ik examens had, ging dat niet verder door.” De nationale ploeg lukte niet meteen, maar Grobelny raakte wel binnen bij Radom, de Poolse ereklasser uit zijn geboortestad. “Het eerste seizoen speelde ik zo goed als niet. Pas het jaar daarop, als buitenlander dan al, kreeg ik meer kansen. Desondanks vonden zowel de club als ikzelf het beter om te scheiden. Zo kwam ik terecht bij Lubin, waar ik veel leerde, maar alweer nauwelijks speelde. Op den duur vrat het aan mijn zelfvertrouwen. Toen ik ook nog eens geblesseerd raakte aan de schouder, net toen Vital Heynen me polste voor de Red Dragons, belandde ik in een serieuze dip. Ik vroeg me zelfs af of ik nog wilde spelen.”

Uiteindelijk raakte Grobelny in Oostenrijk onderdak bij Innsbruck en kon hij via een samenwerking met Unterhaching aan de bak in de Duitse competitie. “Ik werd twaalf keer uitgeroepen tot MVP van de match. Bovendien finishten we als derde in een heel degelijke competitie. Daar heb ik bewezen dat ik mijn plaats waard ben in het volleybal. Volgend seizoen speelt ik opnieuw voor Lubin. Ik wil me laten zien. It’s time to shine!

Corrigeer

Uitslagen & standen