Evenepoel wint Flandrien bij de junioren: “Elke week, elke training voelde ik dat ik beter werd”

Remco Evenepoel, dat is 36 zeges op 47 koersen dit seizoen. Dubbel provinciaal kampioen, dubbel Belgisch kampioen, dubbel Europees kampioen én dubbel Wereldkampioen. En nu ook dus de Flandrien bij de junioren. “Dit is dé kers op de taart. Het is altijd fijn om individueel in de bloemetjes gezet te worden. Mijn seizoen kon moeilijk nog mooier, maar deze individuele prijs is de kers op de taart die nog dat tikkeltje meer glans geeft.” Bij de nieuwelingen won Siebe Deweirdt, bij de beloften werd het Stan Dewulf.

Remco Evenepoel heeft dit jaar iets onwaarschijnlijk neergezet. De junior zette dit seizoen grote stappen en komt volgend jaar bij de profs uit. Op de vraag hoe hij zijn seizoen in één woord zou beschrijven, antwoordt hij zonder twijfelen: “Ongelofelijk.” Want dat hij alles kapot zou rijden, dat had hij nooit verwacht. “Mijn doel was eigenlijk snel een overwinning behalen, en ik reed meteen prijs in mijn eerste koers. Het WK was mijn hoofddoel, tussendoor leefde ik gewoon van wedstrijd tot wedstrijd. Toen ik begon met koersen, had ik totaal niet gedacht te staan waar ik nu sta. Maar elke week en elke training voelde ik dat ik beter werd. Die 36 zeges op 47 wedstrijden zal ik nooit meer meemaken in de toekomst, dat besef ik. Misschien dat er ooit iemand beter doet bij de juniores, maar het is moeilijk te evenaren.”

Het rastalent had zelfs niet door dat zijn seizoen zo bijzonder was. “Eerlijk? Tijdens het seizoen was ik me er amper van bewust. Ik was enkel bezig met mijn doelen. Ik leefde van wedstrijd naar wedstrijd, met het WK in mijn achterhoofd. Pas één keer kruiste het mijn gedachten dat het toch speciaal was. Toen ik de Vredekoers als eerste Belg ooit won, toen besefte ik dat ik met iets uitzonderlijk bezig was.”

Hoofddoel: het WK

En dan kwam dat hoofddoel: het WK. Vorig jaar werd het een grote ontgoocheling met meerdere valpartijen, dit jaar de grote triomf. “Mijn mooiste zege van het seizoen? Dan neem ik de twee regenboogtruien, dat blijft zo speciaal. Ik kan niet kiezen, als je ze allebei hebt, geef je geen enkele meer af. De tijdrit was mijn allerbeste dag van het seizoen qua seizoen. Dat zie je ook aan het eindresultaat. Op een korte afstand (27 km, red.) win ik met anderhalve minuut voorsprong, dat is bijna drie seconden per kilometer, terwijl ik normaal maximaal met een minuut won. Echt een uitzonderlijke dag.”

En enkele dagen later pakte hij de dubbel. Al zag het er benard uit toen hij viel. Evenepoel begon aan een ongelofelijke inhaalbeurt om die trui binnen te halen. “Het WK van het jaar voordien flitste door mijn hoofd. Ik dacht: shit, nu lig ik hier weer. Maar ik wist dat ik goed was. Toen ik alleen op kop reed met Mayrhofer wist ik dat ik op de klim tien seconden moest doortrekken tot 700 Watt, dan zou hij moeten lossen. Dat gevoel om aangemoedigd te worden, door onbekenden, is iets dat me altijd zal bijblijven.”

En nu krijgt hij ook de erkenning van het Nieuwsblad dat hij de beste junior van het jaar is. De Flandrien. Een eer, vindt hij. “Toch wel, het is een heel mooie trofee. Het is een droom om in de toekomst bij de profs ook die trofee te kunnen winnen.”

Volgend jaar zet de 18-jarige Evenepoel de stap naar de profs. “Ik kijk er enorm naar uit om in dat Quick-Step truitje te rijden. In de aanloop naar het WK zei ik al tegen mijn pa: “Ik hoop dat het juniorseizoen snel gedaan is zodat ik bij de profs kan rijden. Elke week was hetzelfde. Ik reed weg en won met minuten voorsprong. Het WK was nog iets speciaal. Maar eenmaal dat je weet dat je prof wordt, wil je zo snel mogelijk teleporteren naar dat moment. Dat is echt kicken. Sinds maandag ben ik begonnen met trainen.”

Op het Gala van de Flandrien kon hij al eens tussen de profrenners zitten. “Ik keek er echt naar uit. Om met die mannen te praten en hen te vragen hoe hun winter verloopt. Om ze ook beter te leren kennen. Ik heb wel wat contact met sommigen van hen via Instagram, maar ik verkies toch een gesprek in het echt.” En die felbegeerde Flandrien-trofee? “Die zet ik in mijn kamer hoor! Zodat ik hem altijd zie als ik wakker word.”

Stan Dewulf: “Eerste keer dat ik de felbegeerde Flandrien win, hopelijk volgt er later nog één”

Voor Stan Dewulf werd het een mooi jaar. De laatstejaarsbelofterenner van Lotto-Soudal won Parijs-Roubaix bij de beloften, won Mont Chateaux en werd tweede in de Ronde van Bretagne. Volgend jaar wordt hij prof bij Lotto-Soudal, maar eerst griste hij nog de Flandrientrofee bij de beloften mee. “Een erkenning voor wat ik dit seizoen gepresteerd heb.”

Stan Dewulf was tevreden met de Flandrien-prijs bij de beloften. “Het is de eerste keer dat ik deze felbegeerde prijs mag winnen. Ik had gehoopt genomineerd te zijn, maar had de overwinning helemaal niet verwacht. Op termijn hoop ik hem ook bij de Profs ooit in de lucht te mogen steken, maar daar zal een paar jaar tussen zitten. Die kans is ook niet groot en de weg is nog lang.”

Want volgend jaar wordt hij prof bij Lotto-Soudal, dit seizoen proefde hij al van het niveau als stagiair. “Dat was een goede stap in mijn ontwikkeling. Zo ken ik iedereen al, niet alles zal nieuw zijn. Dat kan alleen maar goed zijn om de overstap vlotter te laten verlopen. Wat ik belangrijk vind in mijn carrière, is dat ik élk jaar stappen wil zetten. Ik wil niet het gevoel hebben dat ik een terugval ken of stagneer. Dit seizoen heb ik zeker stappen gezet, het was mijn beste jaar tot nog toe.”

Want met Parijs-Roubaix bij de beloften haalde de 20-jarige Dewulf zijn hoofddoel van het jaar binnen. “Mijn voorjaar was echt goed. Roubaix was de uitschieter. Het was een grote opsteker voor me dat al mijn harde werk in de winter beloond werd. Het is ook de koers waar ik ieder jaar het meest naar uitkijk, en om die te kunnen winnen, dat is fenomenaal. Het gevoel op die piste in Roubaix valt niet te beschrijven. In het begin geloof je niet wat je net gepresteerd hebt, en daarna word je overvallen door pure blijdschap.”

Maar zijn seizoen was er ook één van tegenslag. “Na een val op de Paddenstraat had ik botoedeem op mijn knie. Het enige dat je dan kan doen, is rusten. Dat is frustrerend als renner. Maar beter dat ik het nu tegenkom, dan volgend jaar bij de profs. Dat ik over mag naar de profploeg van de Lotto-Soudal is een blijk van vertrouwen. Het is een Belgisch team dat een goede visie heeft met jonge renners. Ik kijk echt uit naar volgend jaar, en de Flandrien van vanavond geeft extra motivatie om te blijven werken. Waar ik hem ga zetten? Ik weet het nog niet, maar hij krijgt zeker een mooi plaatsje.”

Siebe Deweirdt: “Deze Flandrientrofee pakt niemand me nog af”

Voor de 16-jarige Siebe Deweirdt, winnaar bij de nieuwelingen, is deze Flandrientrofee de eerste grote individuele prijs die hij wint. “Het doet veel met me dat ik deze trofee win. Het is een mooie bekroning op alles waar ik dit seizoen voor gewerkt heb. Ik ervaar het als een grote eer om Flandrien te worden.”

Voor de jonge Siebe Deweirdt werd het seizoen 2017-2018 er één om nooit te vergeten. “Ik had hier nooit van durven dromen. Ik heb een uitzonderlijk seizoen achter de rug, met elf zeges en acht tweede plaatsen. Mijn mooiste zege was toen ik Belgisch kampioen werd. Die titel was een bekroning op het werk. Ook had ik nooit gedacht dat ik zou mee mogen naar de Ronde van Oostenrijk. En nu komt de Flandrien daar nog bij, ongelofelijk.”

De sleutel van zijn succes, is volgens Deweirdt zijn entourage. “Dat schitterend seizoen is dankzij de mensen rondom mij. Het is veruit mijn beste jaar tot nu toe. Ik had gewoon gehoopt hier en daar een wedstrijd te winnen. Die Belgische titel verdienden veel andere renners, maar toch won ik. Dat was fantastisch. Volgend jaar ga ik over naar de beloften dus zal ik niet in de driekleur kunnen rijden. Dat is jammer, maar anderzijds zullen de ogen minder op mij gericht zijn. Eerstejaar junior, dat is een grote stap. Het zal er minder speels aan toegaan. Mijn ambitie? Zoveel mogelijk leren en hopelijk mijn mannetje kunnen staan in het peloton.”

Het WK in Oostenrijk zal hem ook bijblijven. “We wonnen daar het ploegenklassement met België en ik leerde er heel veel bij. We konden ons daar internationaal gaan meten, en we ontdekten dat we wel redelijk goed waren. De nationale ploeg van de Nieuwelingen eindigde eerste in het ploegenklassement en ik griste een etappe mee. Een zeer mooie bekroning.”

En de kers op de taart volgde met de Flandrientrofee. “Toen ik mijn naam hoorde als winnaar, was dat fantastisch. Eerst besefte ik het niet goed. Ik hoopte gewoon genomineerd te zijn, en toen won ik gewoon. Ik was even geshockeerd. Ik was ook gestresseerd toen ik op dat podium stond. Ik heb dat nog nooit gedaan en er waren zoveel mensen. Ik ben geen tafelspringer en houd me meestal afzijdig. Het was raar. Dat ik eraan zal moeten wennen als ik in de toekomst blijf winnen? Ja, dat wel. Maar de weg is nog lang. Prof worden is de droom, maar dat ligt nog héél ver van me af. Maar wat ik dit seizoen gepresteerd heb, neemt niemand me nog af. Die trofee zal ik in de living zetten, zodat iedereen hem kan zien.”

Corrigeer