OPINIE

"Zijn we het als normaal beginnen te beschouwen dat in Gent mensen op straat wonen?"

"Zijn we het als normaal beginnen te beschouwen dat in Gent mensen op straat wonen?"

Foto: sln

Gent - Een man kampeert al maanden naast de bankautomaten aan de Vooruit. Aan de Vrijdagmarkt woont een man al een maand onder een plastic zeil. Zijn we het als normaal beginnen te beschouwen dat in Gent mensen op straat wonen?

Een man kampeert al maanden naast de bankautomaten aan de Vooruit. Het is een dakloze die op een houten palet met enkele dekens een bed heeft gebouwd. Hij doet geen vlieg kwaad, is te horen in de Vooruit. Af en toe krijgt hij een koffie of een kom soep, maar voorts is weinig contact mogelijk. Hij spreekt geen Nederlands en amper Engels. Over zijn achtergrond weet niemand iets.

Terwijl ik donderdagavond stond aan te schuiven om geld af te halen, viel mijn oog op de man. We wisselden kort een blik. Niemand zei iets. “C’est la vie”, hoorde ik een student zeggen, terwijl hij een hoofdbeweging maakt in de richting van de man.

Zijn we het als normaal beginnen te beschouwen dat in Gent mensen op straat wonen? Op de Vrijdagmarkt werd vrijdag een kampement opgebroken van een dakloze man die er ook al een maand woonde. Winkeliers merkten hem op, wij niet.

‘Zakkenman’ Antoon, ja, hem wel. Toen een ambulance hem vorige herfst kwam ophalen nadat hij weken had gekampeerd in een bushalte, reageerden we allemaal boos en bezorgd. Maar het lot van die kerel aan de Vooruit of de man op de Vrijdagmarkt ligt ons blijkbaar minder na aan het hart.

Gent telt volgens het OCMW 450 daklozen. Volgens hulpverleners zijn het er duizend. Het is moeilijk om uitspraken te doen over de omstandigheden waarin deze mensen leven. Kiezen ze er zelf voor? Weigeren ze hulp, zoals ‘zakkenman’? Weten ze niet waar ze hulp kunnen vinden?

Met mijn geld op zak botste ik donderdagavond om de hoek in de Lammerstraat op een andere man, een bedelaar. Ik gaf hem twee euro – mijn ziel was geraakt door de blik van de man bij de geldautomaten. Ik wou van de bedelaar weten waar hij vandaan komt. Maar een praatje zat er niet in. Hij sprak geen Nederlands. Alleen “Merci, chef”. Bedelaars, ook daar kijken we niet meer van op. Elke eindejaarsperiode duiken dezelfde gezichten opnieuw op in de stad.

C’est la vie? Zichtbare armoede hoort helaas bij het stadsbeeld. We trekken het zelfs aan, net door mensen te helpen. Maar dit soort taferelen normaal vinden en de schouders ophalen … Ik kan dat niet.

Bert Staes is stadsreporter voor De Gentenaar. Deze opinie verscheen zaterdag in de gedrukte versie van De Gentenaar.

Corrigeer

Auto's in de kijker

Vastgoed

Jobs in de regio