100 JAAR GROTE OORLOG. Herdenking in Lochristi

Ook aan de Sint-Niklaaskerk verzamelde opvallend veel volk om het einde van de 'Groote Oorlog' van 1914-1918 te herdenken. Burgemeester Yves Deswaene herinnerde er ook aan de noodzaak om wat voorbij is te blijven bestuderen, bediscussiëren en analyseren. Hij dankt de vele Lootse verenigingen, de harmonie, de scholen en de feestcomités die zich de voorbije jaren inzetten voor het herdenkingsmoment dat vandaag officieel wordt afgesloten. Op alle plechtigheden in Groot-Lochristi was er een speciale bedanking voor het magazine 9080 dat vier jaar geleden en ook recent een themanummer wijdde aan de lokale verhalen van de oorlogsgruwel.

De integrale toespraak van de burgemeester vindt u hieronder.

Exact 100 jaar geleden, op 11 november 1918, werd op dit eigenste moment, om 11u, een eind gemaakt aan de ‘Groote Oorlog’, zoals Wereldoorlog I ook wordt genoemd. De onderhandelingen over de wapenstilstand waren begonnen op 8 november in enkele treinwagons in het bos van Réthondes in Compiègne, ten noorden van Parijs. De Franse opperbevelhebber, maarschalck Foch, las er op 8 november de voorwaarden voor de wapenstilstand voor, keek op zijn horloge, zag dat het 11u was en gaf de Duitse delegatie, geleid door een politicus, Matthias Erzberger, 72 uur de tijd om het akkoord getekend te krijgen in Berlijn. En, zoals gezegd, drie dagen later, op 11 november 1918, om 11u, na 1568 dagen oorlog en miljoenen doden en gewonden, was de wapenstilstand een feit.

Aan de laatste oudstrijders van WO II en aan de nakomelingen van de slachtoffers van beide wereldoorlogen zeg ik naar goede jaarlijkse gewoonte ‘dank voor wat u of uw voorouders voor ons land hebben betekend’. Helaas namen wij het afgelopen jaar opnieuw afscheid van een oudstrijder, te weten: René Haes uit Zaffelare.

In één adem wil ik ook de huídige lichting militairen, de politiediensten en alle andere hulpdiensten bedanken voor hun inzet ten behoeve van onze veiligheid. De gewapende conflicten hebben anno 2018 meestal een andere vorm aangenomen dan een eeuw geleden, in die zin dat het niet meer zozeer staten zijn die elkaar bekampen, maar groeperingen geschaard rond geo-politieke belangen, religieuze ideologieën of met louter criminele intenties.  Denk aan de niets ontziende drugsoorlogen in Mexico.

Het menselijk leed is er niet minder om en steeds weer vallen er, naast onschuldige burgerslachtoffers, veel te veel slachtoffers aan de kant van de ordediensten en de hulpverleners. 

De concrete aanleiding tot WO I is bekend: de moord op aartshertog Frans Ferdinand van Oostenrijk, op 28 juni 1914, door een Bosnisch-Servische nationalist, Gavrilo Princip. En ook over de ruimere context waarbinnen die moord -en dus het ontstaan van WO I- moet gesitueerd worden, zijn de meeste historici het eens: de Eerste Wereldoorlog was het gevolg van de toegenomen politieke spanning ten gevolge van extreem nationalisme, imperialisme en militarisme … aangevuld met de economische problemen in veel Europese staten.

De vraag ‘Hoe het de mensheid sinds het einde van WO I is vergaan?’ is minstens even interessant. Of, om het met de woorden van Piet Huysentruyt  te zeggen: “Wat hebben we geleerd in die 100 jaar?”

Pessimisten zullen antwoorden ‘niet veel blijkbaar’ en zij zullen ongetwijfeld verwijzen naar de schier eindeloze reeks oorlogen en conflicten die zich hebben voorgedaan: WO II, de oorlogen in Vietnam, Korea, de Golfoorlogen, de Falklandoorlog, de oorlog in het voormalige Joegoslavië, de genocide in Rwanda … tot, meest recent, de strijd tegen IS of de oorlog in Jemen en op zovele andere plaatsen (denk ook aan het lot van de Rohingya in Myanmar, ook wel de ‘meest vervolgde minderheid ter wereld’ genoemd) …

Deze groep zal ongetwijfeld ook komen aandraven met figuren als Hitler, Mussolini, Stalin, Pol Pot, Sadam Hoessein, Khadaffi, Bin Laden of nog Abu Bakr al-Baghdadi, de leider van Islamitische Staat.

De optimisten daarentegen zullen, in hún beschouwingen over de 20ste eeuw, vooral verwijzen naar de supranationale instellingen die na WO I in het leven werden geroepen om te pogen nieuwe oorlogen te voorkomen. De Volkenbond, opgericht in 1919 onder impuls van de Amerikaanse president Wilson, was de eerste organisatie, maar tevens de minst succesrijke.

De Verenigde Naties, opgericht in 1945, kan worden beschouwd als de opvolger van de Volkenbond. De VN heeft, ondanks al haar beperkingen, de voorbije decennia ongetwijfeld bijgedragen tot een verhoogd respect voor en handhaving van het internationaal recht, de mondiale veiligheid en de mensenrechten. Het groot aantal leden (méér dan 190 lidstaten) is op zich een succes te noemen, maar maakt de besluitvorming er uiteraard niet eenvoudiger op.

Daarnaast zullen de optimisten ook verwijzen naar de ontwikkelingen in Europa sinds WO II. Met uitzonderling van de oorlog in het voormalige Joegoslavië, kent het ‘Oude Continent’ al ruim 70 jaar onafgebroken vrede. Dat is géén toeval, maar de vrucht van 70 jaar timmeren aan de Europese instellingen, thans de Europese Unie geheten.

En tegenover de ‘bad guys’ uit de voorbije 100 jaar zullen de positivo’s refereren naar meer stichtende voorbeelden voor de mensheid zoals Gandhi, Martin Luther King of Nelson Mandela. Het is dus niet al kommer en kwel geweest sinds 11 november 1918.

Feit is wél dat de strijd om méér wereldvrede, méér respect voor het internationaal recht en de mensenrechten nog lang niet gestreden is en met zekerheid nooit voltooid zal zijn.

Precies daarom zijn herdenkingen als deze van cruciaal belang. De studie van de Eerste Wereldoorlog is de laatste jaren enorm toegenomen, en dat is een goede zaak.  

Extra studie levert nieuwe inzichten op, helpt oude mythes de wereld uit of opent nieuwe discussies, waar we ook vandaag ons voordeel mee kunnen doen. Twee voorbeelden in dit verband.

Zo lezen we in ‘Historia 1918’, uitgegeven door Knack, in een interview met professor Antoon Vrints (die doceert aan de Universiteit Gent): ‘De nationalistische mythe dat er een bewuste strategie van Franstalige officieren was om Vlaamse soldaten te slachtofferen, is allang ontkracht. Wat wél klopt, is dat er in het Belgische leger een forse Vlaamse oververtegenwoordiging was van arbeiders en boeren.’ Dit zijn evident bijzonder belangrijke nuanceringen, die we ook terugvinden in het werk van historica Sophie De Schaepdrijver, die zich specialiseerde in WO I.  

De Schaepdrijver schuwt de controverse niet en liet zich ook uit over de slogan ‘Nooit Meer Oorlog’. In een interview stelt zij: ‘Ik wil het debat wel aangaan over ‘Nooit Meer Oorlog’. Hoe ver wil je die slogan doortrekken? Is landsverdediging dan niet toegestaan? Het zou leuk zijn als je je burgerlijke en grondwettelijke vrijheden nooit met wapens zou moeten verdedigen, maar als morgen de salafisten hier binnenvallen: laten we hen dan doen, uit principe? Hoe letterlijk wil je die boodschap ‘Nooit Meer Oorlog’ nemen? Of is het toch maar een slogan en gaan we daarna weer streekbier drinken met een klaproos op onze revers? Een hooggeschoolde samenleving kan een complexere discussie wel aan’, zo besluit De Schaepdrijver.

Blijven studeren, analyseren en discussiëren, dat moeten we in de volgende 100 jaar inderdaad blijven doen. Méér dan ooit zelfs, want naarmate bepaalde gebeurtenissen verder van ons af komen te liggen, des te sneller vervaagt het collectieve geheugen. De kiemen van het Kwaad tijdig herkennen en ontmaskeren, daar komt het op aan, zoals recent bleek uit de Pano-reportage over ‘Schild en Vrienden’.

Het is verheugend vast te stellen dat zovele burgers en verenigingen, ook in onze gemeente, zich de voorbije jaren achter deze en andere herdenkingsplechtigheden hebben geschaard: de leden van onze NSB-afdelingen, maar ook mensen uit de culturele wereld, de zangkoren, onze harmonie, scholen, jeugdbewegingen, feestcomités, de gemeentelijke vrijetijdsdiensten en zovele anderen. Ook de mensen van het magazine 9080 verdienen een dikke pluim. Met hun twee herdenkingsnummers, eentje in november 2014 en het tweede, deze maand uitgegeven, hebben zij inderdaad volwaardige bijdragen geleverd aan hoe de Groote Oorlog hier lokaal werd beleefd.   

Laat de herdenking vandaag aub géén eindpunt zijn, maar een aansporing om verder te graven in het verleden met de ambitie om beter te doen in de toekomst. Het staat immers als een paal boven water, dat ‘wie de geschiedenis niet kent, gedoemd is haar te herhalen … ’

Laat ons de fakkel doorgeven, zoals de Canadese legerarts John McCrae neerschreef in de laatste strofe van zijn wereldberoemd gedicht ‘In Flanders Fields’:

‘ Take up our quarrel with the foe:

To you from failing hands we throw

The torch; be yours to hold it high.

If you break faith with us who die

We shall not sleep, though poppies grow

In Flanders fields.’

 

‘Zet onze strijd met de vijand verder.

Met falende handen reiken wij u over

De toorts. Aan u haar hoog te dragen.

Doet gij dit niet, dan zullen wij in deze aarde

Geen rust kennen, ondanks de klaprozen

In Vlaanderens velden.’

Corrigeer

Auto's in de kijker

Vastgoed

Jobs in de regio