Wat als je kind vragen stelt over het overlijden van prinses Roos uit ‘Prinsessia’?

Stockbeeld. Foto: Shutterstock

Vlaamse kinderen kregen slecht nieuws te horen: prinses Roos uit de Ketnet-serie ‘Prinsessia’ is vrijdag overleden. De jonge actrice Désirée Viola (26) stapte uit het leven. Haar familie, vrienden en collega’s blijven verslagen achter, maar ook haar trouwe jonge fans kunnen verdrietig en verbaasd zijn. Praat je hierover met kinderen, ook met de allerkleinsten? En hoe pak je dat gesprek het best aan? Psychologe en cognitief-gedragstherapeute Gwendolyn Portzky geeft antwoorden.

“Door te zwijgen doen we meer kwaad dan goed.” Zo reageerde de papa van Désirée Viola, Patrick Breugelmans, op de zelfdoding van zijn dochter. Experts en zorgverleners beamen dat: het zware en moeilijke onderwerp uit de weg gaan lijkt soms simpeler, maar dat doe je beter niet.

Professor Gwendolyn Portzky van het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie legt uit: “Te vaak zijn we bang van praten over zelfdoding. We denken dat we het onderwerp beter uit de weg gaan, om niemand op ideeën te brengen. Maar denk niet dat je mensen aanzet tot zelfdoding met een gesprek. Daar is genoeg wetenschappelijk én praktisch onderzoek over, dat klopt gewoon niet. Integendeel. Dat gesprek over zelfdoding kan levens redden. Wuif het onderwerp nooit achteloos weg.”

Wat als je kind vragen stelt over het overlijden van prinses Roos uit ‘Prinsessia’?
Désirée Viola. Foto: ISOPIX

Zelfdoding is geen ver-van-mijn-bed-show…

Ouders kunnen denken dat het overlijden weinig te maken heeft met hun eigen omgeving, maar bij kinderen kan het nieuws vragen oproepen, als ze fan waren van Desirée als prinses Roos in ‘Prinsessia’, Bo in ‘Galaxy Park’ of als Adina in de ‘Thuis’ spin-off ‘Secrets’. “Voor kinderen voelt dat dan ook aan alsof ze haar goed hebben gekend. Alsof ze een vriendin was.”

Neem hun verdriet dan ook au sérieux. “We willen ons niet te veel mengen. We denken dat het zo wel zal overgaan. Dat is de verkeerde ingesteldheid. We moeten durven openstaan voor het gesprek”, aldus Portzky.

Maar wat als je kinderen nog heel jong zijn?

Een driejarig kijkertje van ‘Prinsessia’ weet nog maar weinig over zelfdoding. “Ouders van hele jonge kindjes, die daar nog niet veel notie van hebben, hoeven daar niet specifiek op in te gaan”, zegt Portzky. Bij hen kan je het onderwerp van zelfdoding beter draaien tot een gesprek rond rouwen.

“Begin heel simpel: de prinses is gestorven. Dat kan hen verdrietig maken, omdat ze graag naar prinses Roos keken. Geef aan dat je begrijpt dat ze een traantje laten, omdat het heel jammer is dat ze overleden is.” Concreet raadt ze aan om dat verdriet om te proberen zetten in creativiteit. “Vraag aan je kind of het misschien nog graag een tekening maakt voor prinses Roos. Of stel voor om samen een liedje te zingen of een kaarsje te branden.”

Oudere kinderen vangen de woorden ‘zelfdoding’ of ‘wanhoopsdaad’ misschien wel op: hoe begin je met hen het gesprek?

“Het hangt natuurlijk af van kind tot kind, maar met kinderen vanaf zeven of acht jaar kan je beter een ander soort gesprek voeren. Zij lezen, zien of horen misschien al iets over ‘zelfdoding’. Vraag wat ze precies opgevangen hebben en welke vragen ze daar bij hebben. Probeer die dan heel concreet en begripvol samen te bespreken, zonder verder te gaan dan wat ze zelf aangeven”, stelt Portzky voor.

In zulke droevige situaties zijn antwoorden soms moeilijk te vinden. Ook voor ouders, ook voor volwassenen. Deze uitleg zou je kunnen geven: “Mensen kunnen het soms heel moeilijk hebben. Donkere gedachten stormen dan door hun hoofd en soms blijven ze daarin vastzitten.”

Hebben ze nog meer vragen daarover? Dan kunnen ouders samen met hun kinderen onder de tien jaar het boek 100 procent Lena van auteur Stefan Boonen lezen. Het verhaal over Bas, die zijn zusje Lena verloor aan een wanhoopsdaad, schetst een inleefbare situatie en een eerlijk verhaal waardoor gezinnen het gesprek gemoedelijker kunnen houden.

Dat kader is cruciaal, maar het gesprek opentrekken naar het eigen leven van het kind is minstens zo belangrijk. Om aan preventie te doen, om het onderwerp bespreekbaar te maken. “Zeg het hen letterlijk. ‘Als jij dat zou voelen, als jij problemen zou hebben, kom dan naar ons. Dan zoeken we samen met jou (en eventueel zelfs jouw school) naar een manier om je gedachten bespreekbaar te maken.’ Op die manier laat je zien dat er hulp, steun en een uitweg mogelijk is.”

En wat vertel je aan tieners en pubers?

“Jongeren begrijpen al veel beter dan kinderen wat er aan de hand is”, reageert Portzky. “Wees eerlijk met hen. Het is niet omdat het uiterlijk er zo mooi uitziet, bijvoorbeeld op sociale media, dat het er in het innerlijke niet donker aan toegaat. Iedereen kan en mag zich slecht voelen. Ook zij moeten weten dat ze met hun zorgen en problemen bij hun omgeving terechtkunnen.”

In het boek ‘Om alles wat er niet meer is’ van Werkgroep Verder schetsen jongeren zelf hoe ze achterblijven na zelfdoding van een familielid of vriend(in). Hun leeftijdsgenoten kunnen daar kracht uit putten. Voor nog extra vragen, bezorgdheden of gesprekken kan je hen altijd doorverwijzen naar de telefoonlijn, website of chatbox van AWEL.

Wie met vragen zit over zelfdoding, kan terecht op het gratis nummer 1813 en op zelfmoord1813.be.

Corrigeer