Minder zesdejaars halen eindtermen Nederlands, Crevits neemt slechte handboeken in het vizier

Minder zesdejaars halen eindtermen Nederlands, Crevits neemt slechte handboeken in het vizier

Foto: BELGA

Leerlingen in het zesde leerjaar zijn erop achteruitgegaan voor begrijpend lezen en luisteren. Terwijl in 2013 nog negen op de tien leerlingen de eindtermen haalden, is dat nu acht op de tien. Opvallend: het handboek dat leerlingen gebruiken in de klas speelt een belangrijke rol. “De uitgeverijen van leerboeken moeten hun verantwoordelijkheid nemen”, zegt onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V).

Alsof er nog niet genoeg onderzoeken waren die bewijzen dat ons onderwijs achteruit boert. Donderdag deden onderzoekers van de KU Leuven er nog een schepje bovenop met peilingen die nagaan of leerlingen de eindtermen – wat ze minimaal moeten kennen – voldoende halen.

Eén daarvan ging bij 3.119 leerlingen in het zesde leerjaar na hoe het gesteld is met hun Nederlands. Ze moesten een tekst lezen of beluisteren en kregen daarna open of meerkeuzevragen. Daaruit blijkt dat nu 84 procent van de elfjarigen de eindtermen haalt voor begrijpend lezen, terwijl dat in 2013 nog 92 procent was. Hetzelfde beeld voor luisteren: daar daalde het aantal leerlingen dat het minimumniveau haalt van 87 naar 82 procent. Op zich geen dramatisch resultaat, maar Hilde Crevits zegt het zelf: dat moet beter. “Het moet eigenlijk 100 procent zijn”, zegt ze. “Nederlands is de basis waarop alle andere kennis wordt gebouwd.”

Twaalf boeken onderzocht

Het hoeft niet te verbazen dat leerlingen die thuis geen Nederlands spreken of uit een kansarm gezin komen, minder goed scoren. Maar opmerkelijk is dat er ook een verband opduikt tussen de resultaten van leerlingen en het handboek dat ze in de klas gebruiken. Van de twaalf handboeken die de onderzoekers onder de loep namen, was er één in het bijzonder dat een negatief effect had. “Een boek dat vrij courant wordt gebruikt in het onderwijs”, zegt onderzoeker Koen Aesaert.

Over welk boek het gaat, wilden de onderzoekers niet vertellen, maar Crevits grijpt die conclusie aan om de uitgeverijen op hun verantwoordelijkheid te wijzen. “Alle handboeken moeten een vertaling zijn van de eindtermen en de leerplannen”, zegt ze. “Bij volgende peilingen moeten we openbaar maken welke boeken goede resultaten opleveren, en welke slechte.”

De uitgeverijen zijn niet tegen, maar stellen zich wel de vraag in welke mate de onderzoekers het harde verband met hun boeken kunnen leggen. “Het hangt er ook van af hoe een leerkracht met het boek omspringt”, zegt Kristof Thijssens, directeur van GEWU, de belangenvereniging van educatieve uitgeverijen. “Die speelt een essentiële rol.” De uitgeverijen maken hun boeken nu in samenspraak met de koepels, op basis van hun leerplannen. Een externe, rechtstreekse kwaliteitscontrole bestaat niet. “Maar uiteraard vinden ook wij het resultaat van het leerproces belangrijk”, zegt Winfried Mortelmans van uitgeverij Van In. “De informatie die Crevits wil vrijgeven, kan ook waardevol zijn voor ons.”

Gebuisd voor wiskunde

Niet alleen voor lezen, maar ook voor wiskunde kregen onze leerlingen trouwens geen goed rapport. Daar peilden de onderzoekers of ze de eindtermen haalden in het tweede middelbaar. Op sommige vlakken gingen ze erop vooruit, maar voor het onderdeel bewerkingen – bijvoorbeeld het getal ‘B’ uit de vergelijking 3/4+B=0 halen – raakt amper één op de vijf over de lat. “Verbijsterend”, zegt Crevits. “De nieuwe eindtermen die op 1 september 2019 ingaan, zijn daar een antwoord op.”

Corrigeer

IN HET NIEUWS

Verkiezingen in jouw gemeente:

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees