Grote bereidheid bij verplegers en artsen om zieke baby’s uit hun lijden te verlossen

Grote bereidheid bij verplegers en artsen om zieke baby’s uit hun lijden te verlossen

De abortuswet laat toe dat zwangerschappen worden afgebroken als het kind een ernstige beperking heeft, zelfs tot net voor de bevalling. Na de geboorte is ­levensbeëindiging van de baby in ons land wettelijk niet toegestaan. Maar meer dan zestig procent van de Vlaamse neonatologen en verpleegkundigen is pro actieve levensbeëindiging bij pasgeborenen met een ernstige aandoening. Dat blijkt uit een bevraging van UGent/VUB in alle acht neonatologe ­intensive care-units van Vlaanderen. Het onderzoek werd gepubliceerd in het tijdschrift Acta ­Paediatrica van deze maand.

“Het onderwerp is taboe en er wordt met grote omzichtigheid over gesproken”, zegt onderzoeker Laure Dombrecht. “Het zijn twee kanten van dezelfde medaille. Omdat het na de geboorte wettelijk niet meer mag, ervaren sommige neonatologen druk om al vóór de ­geboorte in te grijpen. Daarom heb ik ze allebei bevraagd in ­dezelfde studie.”

Opvallend: verpleegkundigen staan meer open voor het toedienen van medicatie met het doel het ­leven van de baby te beëindigen (73,6 procent, tegenover 59,6 procent van de artsen). Dombrecht vermoedt dat artsen zich terughoudender opstellen omdat zij de eindverantwoordelijkheid dragen. En wellicht staan verpleegkundigen ook iets meer open voor actieve levens­beëindiging omdat ze de baby verzorgen en het lijden van dichterbij meemaken.

Corrigeer

NIEUWS