Het leven en lijden van een buschauffeur in de Tour: “Die bus, dat is mijn kind”

Het leven en lijden van een buschauffeur in de Tour: “Die bus, dat is mijn kind”

Dirk en Mario leggen deze Tour maar liefst 7.000 kilometer af: “Schrijf maar in uw gazet dat chauffeurs dubbel zo hard werken als de renners.” Foto: Foto Kurt

Een renner heeft doorgaans zo’n 90 koersdagen per jaar. Zij hebben er makkelijk 180. En telt de Tour voor het peloton 3.480 kilometer, dan gaat die voor hen vlotjes over de 7.000. Mario Meeusen (47) en Dirk Clarysse (55) zijn de buschauffeurs van Soudal-Lotto en Deceuninck-Quick Step in de Tour. Geen job als een ander. “Vorige maand heb ik de wc op de bus nog uit mekaar gevezen. Zit je te dabben in de stront van de renners. Dat hoort er allemaal bij.”

Of we eens willen stoppen met hen buschauffeur te noemen. We zitten net neer in de bus van Soudal-Lotto of we worden al terechtgewezen. “Een bus is iets wit met een geel streep over”, zegt Mario, chauffeur ...

Het beste van Enkel voor abonnees