Topman katholiek onderwijs: “Lessen getrokken uit tegenvallend onderzoek naar kwaliteit onderwijs”

Topman katholiek onderwijs: “Lessen getrokken uit tegenvallend onderzoek naar kwaliteit onderwijs”

Lieven Boeve Foto: Jimmy Kets

Het onderzoek waaruit begin april bleek dat de kwaliteit van het onderwijs, en vooral van het katholiek onderwijs, de laatste jaren fors gedaald is, was geen “prettig nieuws”, geeft topman Lieven Boeve bij de start van het nieuwe schooljaar toe. Er zijn echter lessen uit getrokken, maakt Boeve zich sterk.

“De hypothese van onderzoeker Jan Van Damme was dat wij in ons lesgeven te veel focussen op de eindtermen, en te weinig op de uitbreidings- en verdiepingsdoelen in onze leerplannen”, zegt de directeur-generaal van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Voor de eerste graad van het secundair onderwijs start het nieuwe schooljaar maandag met nieuwe eindtermen en leerplannen.

De nieuwe eindtermen, en de leerplannen die op basis daarvan uitgewerkt zijn, moeten tegemoetkomen aan de kritiek die al langer leeft over de nivellering van het onderwijs. “Dat de nieuwe eindtermen ambitieuzer zijn, zal er zeker toe bijdragen dat de lat hoger komt te liggen”, zegt Boeve. “Maar er zijn niet alleen die eindtermen - dat zijn de minimumdoelen. Dat betekent dat er altijd een aantal leerlingen, hopelijk een groot aantal, daar boven gaat. We zullen dus extra doelen, zoals de uitbreidings- en verdiepingsdoelen, nodig hebben voor die leerlingen. En dat is nu net wat we in onze leerplannen bieden. Ik vergelijk de eindtermen graag met de minimumdoelstelling om de Olympische Spelen te halen. Je wint pas medailles als je excelleert. Met onze leerplannen willen we voor de medailles gaan.”

Die eindtermen zijn pas eind vorig jaar goedgekeurd. Er moest dus snel geschakeld worden om de leerplannen en schoolboeken aan te passen en de leraars bij te scholen. “Precies daarom lanceerden we onze leerplannen in ontwerpversie al in november en waren we al gestart met nascholingen”, zegt Boeve. “Wellicht te weinig, want het is vlug moeten gaan, maar dat gaf onze scholen extra tijd om ermee aan de slag te gaan. Maar we kunnen starten, al was het wel beter geweest als we wat meer tijd hadden gehad.”

De inspectie heeft echter voorzien in een overgangsperiode van twee jaar waarin de leerkrachten wat experimenteerruimte krijgen. “In die periode zal de inspectie eerder helpen dan wijzen op de fouten die ze misschien maken.”

Begin dit jaar had Boeve de nieuwe eindtermen nog “te ambitieus” genoemd voor een deel van de leerlingen. Vlak voor de invoering ervan klinkt het dat de discussie gevoerd is. “Het is nu kwestie van monitoren of de lat niet te hoog, of te laag, ligt. Want als die lat niet op de juiste hoogte ligt, verlies je te veel leerlingen, en dat kan ook niet de bedoeling zijn. Geen nivellering dus, maar de leerlingen gericht uitdagen.”

“Waarom jonge leerkrachten geen eigen klas geven?”

Om het nijpende lerarentekort in te dijken, zijn er dringend oplossingen nodig. Voor Boeve is het lerarentekort de belangrijkste bedreiging voor de kwaliteit van het onderwijs. Voor oplossingen moet er onder meer naar de aantrekkelijkheid van de job zelf gekeken worden. “Daar kunnen nog bijkomende stappen gezet worden”, meent Boeve. Hij kijkt daarvoor onder meer naar het lerarenplatform, dat nu al bestaat. “Op dit moment is het vaak zo dat de jongeren al de interimopdrachten doen. Maar het zou toch een veel mooiere kans zijn mochten die jonge leerkrachten een eigen klas hebben waar ze een heel jaar kunnen tonen wat ze waard zijn? “

De kans bestaat dat oudere leerkrachten, die nu vaak wel hun eigen klas hebben, niet staan te springen voor zo’n plan. Maar Boeve ziet daar oplossingen voor. “Je moet de voorwaarden creëren waaronder zoiets kan”, meent hij. “Misschien moet je dat ook aanmoedigen, en zeggen: als je dit doet, dan staat er iets anders tegenover. Ik denk dan aan bijkomende professionaliseringsmogelijkheden of mogen inzetten op aanvangsbegeleiding. Daar kun je, denk ik, gerust meer beleid rond voeren.”

Maar ook voor leerkrachten die al langer aan de slag zijn, moeten er initiatieven genomen worden. “Daar is de sleutel werkbaar en wendbaar werk, en ook op de vlakke loopbaan knappen veel leraren af. Daar moet dus ook aan gewerkt worden.”

Hoe past de vaste benoeming binnen het aantrekkelijk maken van het beroep? Voor ontslagnemend minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) is dat essentieel voor de aantrekkelijkheid, Open VLD en N-VA, de andere partijen die onderhandelen voor een volgende Vlaamse regering, zijn eerder koele minnaars. “Ongeveer iedereen zegt dat de vaste benoeming niet het probleem is: ook een contract van onbepaalde duur zeg je niet zomaar op”, meent Boeve. “Het is wel belangrijk om te zorgen voor een goed functioneringsbeleid.”

Binnen dat functioneringsbeleid moet er ook een snellere evaluatieprocedure komen. “Een kleine minderheid in het onderwijs vormt een bedreiging voor de kwaliteit, en zij voelen zich beschermd door de vaste benoeming, maar ook door de huidige evaluatieprocedure, die complex is en lang duurt. Zo kun je niet kort op de bal spelen en is er eigenlijk bijna een soort van straffeloosheid ontstaan. De gesprekken met de bonden liggen op dit moment stil, maar we hebben dit afgesproken in de cao. Ik ga ervan uit dat die uitgevoerd wordt.”

Boeve herhaalt daarnaast ook zijn pleidooi om zij-instromers betere voorwaarden te geven. “Zij moeten, met een maximum van bijvoorbeeld 20 jaar, hun anciënniteit kunnen meenemen”, vindt hij. “En meer zij-instromers moeten op die anciënniteit kunnen rekenen dan vandaag het geval is.”

Corrigeer

NIEUWS