Van het piemelkrieltje tot het boommuggenstrontjesmos: waar komen die gekke namen toch vandaan?

Van het piemelkrieltje tot het boommuggenstrontjesmos: waar komen die gekke namen toch vandaan?

Het piemelkrieltje. Foto: Wikicommons

Het is zonder twijfel een knaller in Scrabble, maar in natuurmiddens is het dat blijkbaar ook. Voor het eerst ooit is er in ons land ‘boommuggenstrontjesmos’ ontdekt. “Een briljante ontdekking”, klinkt het in de Plantentuin Meise. Maar de leek denkt vooral: waar halen ze het toch?

“Er bestond al vliegenstrontjesmos”, zegt Dries Van den Broeck van de Plantentuin. “Wat een zeer klein korstmos is, vandaar de naam. Maar omdat dit mos nóg kleiner is – we hebben het hier over millimeters – moest dat ook blijken uit de naam. Zo kwamen Nederlandse experts bij de muggenstrontjes. Het woord boom slaat dan weer op het feit dat dit korstmos op bomen groeit.” Waarom de ontdekking ervan zo belangrijk is? “Voor onze biodiversiteit is dit goed nieuws. En onlangs werd de soort ook in Nederland en Luxemburg ontdekt, wat mogelijk wijst op een opmars.”

Van het piemelkrieltje tot het boommuggenstrontjesmos: waar komen die gekke namen toch vandaan?
Het boommuggenstrontjesmos. Foto: Natuurpunt/Gabriela Sroka

Het boommuggenstrontjesmos is niet de enige opmerkelijke naam in de natuur. Bij het zoeken naar Nederlandse varianten voor de Latijnse naam zijn experts vaak zeer creatief. “Bij sommige soortgroepen, zoals paddenstoelen, bestaan er heuse commissies voor de naamgeving”, zegt Natalie Sterckx van Natuurpunt. “Maar vaak beslissen experts ook onderling. Mailen ze wat over en weer.” Doorgaans wordt voor de naam gekeken naar de vorm,de plek waar ze groeien of de eigenschappen. Zo krijgen giftige paddenstoelen al eens de verwijzing naar heksen of satan in hun naam.

Deze gekke namen zijn er ook nog

Frietzakbekermos: een korstmos in de vorm van een beker.

Piemelkrieltje: zweefvlieg met een groot geslachtsdeel.

Grote sigaar: wants die lijkt op een sigaar.

Ikealampenkapje: een variant van de kwallensoort ‘lampenkapjes’ die dan maar het extraatje ‘Ikea’ kreeg.

Rood weeskind: een nachtvlinder waarvan de vleugels doen denken aan het werk van kunstschilder Max Liebermann. Die schilderde van 1874 tot 1914 Amsterdamse weesmeisjes uit het Burgerweeshuis en die hun kleren waren in het zwart, wit en rood. Net zoals bij de nachtvlinder.

Grote fopblaaskop: zweefvlieg die fel lijkt op de blaaskopvlieg die zijn naam dan weer kreeg door de “vergrote kopdelen in de wangregio”.

Corrigeer