HANS. De val

HANS. De val

Foto: if

Lochristi - Geachte lezer, heeft u net als mij onlangs nog een afspraak bij de oog- of tandarts moeten maken? Bent u dan ook tot de ontstellende conclusie gekomen dat de wachttijden nogal makkelijk kunnen oplopen tot zo’n drie a vier maanden. Hieronder volgt het wis en waarachtig echtgebeurde relaas van nog een aspect van onze zelfverklaarde verzorgingsmaatschappij waar de hulp evenwel direct geboden wordt, maar waar zich heden ten dage toch nogal wat mankementen dreigen voor te doen. U krijgt deze keer een wat langer verhaal voorgeschoteld maar de regeringsvorming en de Brexit saga blijken ook een uitgesponnen drama te worden u bent dus ondertussen wel het één en ander gewoon neem ik aan.

De val

Sommige woorden, misschien wel meerdere, maar enkele zoals ik die persoonlijk ondervonden heb in het bijzonder blijken niet altijd geheel de betekenis te hebben volgens hetgeen men vermoedt dat ermee bedoeld zou zijn. Neem nu het woord spoed. Nergens, en ik herhaal nergens anders heb ik zo lang moeten wachten als op de spoed. Niet alleen wachten op vermeende acties die ondernomen dienden te worden als wel op eventuele verslagen of uitleg van hetgeen reeds verricht zou zijn. Alsof het om een soort quizje ging over ‘hoe kunnen we iemand zo lang mogelijk in spanning houden’.

 

Het absolute toverwoord hier was toch wel ‘straks’. Straks, een woord dat zoete dromen in beweging kan zetten of zelfs wilde verlangens. Maar indien incorrect gebruikt verwarring of erger nog wanhoop. U begint misschien reeds een licht vermoeden te krijgen alwaar men zich soms nogal onvoorzichtig van dit soort terminologie bedient. 

 

“We komen straks bij u”, seems to be the magic word in het ziekenhuis. “U word straks geholpen”. “Straks komt de dokter, die kan u meer vertellen”. ‘Straks’ wekt het vermoeden dat het zo nabij is. Doch het wachten op ‘straks’ duurt nergens langer dan in een ziekenhuis. Nog een andere term die voor enige verwarring kan zorgen is uw ‘behandelend’ geneesheer, want de laatste persoon die men gedurende het verblijf in een hospitaal te zien krijgt is nou net deze behandelende geneesheer. 

 

Ik verzin het niet. Ik heb het aan den lijve ondervonden. Ik ga zelfs proberen om u middels dit verhaaltje aan het lachen te krijgen, maar voor mij was het niet om te lachen. Voor mij was het bittere ernst. Urenlang heb ik gewacht op uitleg omtrent de diagnose van het hoofdletsel van mijn vrouw. Toch geen klein akkefietje. Niet een beetje in de vinger gesneden, of een arm uit de kom. Nee, op haar kop gevallen! Letterlijk, midden in de nacht. Daar sta je dan totaal hulpeloos en volledig afhankelijk van hoe ons verzorgingssysteem, in onze door zich zelve zo geroemde verzorgingsstaat, zich moeizaam op gang trekt.

 

Wie kreeg ik achtereenvolgens te zien in het ziekenhuis? Allereerst de bevallige assistente van de’behandelende’ geneesheer. Een soort kruising tussen een directiesecretaresse en een straatmadelief. Zo’n koket ding op van die klik klak hakjes. Misschien leuk voor op de geriatrische afdeling wanneer je pik gewassen moet worden. Terwijl men hier, op de dienst neurologie, toch wel wat meer ingetogenheid zou mogen verwachten aangezien de gemiddelde bezoeker hier in het ergste geval  last heeft van hersenspinsels maar op zijn minst toch van een beetje hoofdpijn.

 

 Ik kréég er hoofdpijn van.  Deze jufrouw ging de eerste ‘onderzoekjes’ doen. Of ik maar even buiten wilde wachten! Waarom? Gaan ze iets doen wat ik niet mag zien omdat het, A: experimenteel is en mogelijkerwijs risicovol en ze derhalve geen pottenkijkers of potentiële lastige getuigen willen die later eventueel torenhoge schadeclaims zouden durven eisen? Of, B: het onderzoek stelt eigenlijk geen flikker voor. Hetgeen op zijn minst ietwat beschamend zou kunnen zijn om daarvoor dergelijke hoge honoraria te vragen. In het bijzijn van de benadeelde dan nog wel. 

 

Ik gok op het tweede want ondanks mijn dringende verzoek om bij het onderzoek aanwezig te mogen zijn werd ik toch kordaat, ja dat moet ik haar nageven, kordaat was ze wel, de deur gewezen. Ik mocht dus niet mee naar binnen met de mededeling “dat het zo al druk genoeg was”. Wat mijn aanwezigheid hiermee te maken had bleek aanvankelijk nog een raadsel aangezien ik zelfs een helpend handje zou kunnen toesteken om de drukte wat te verlichten. Het ging uiteindelijk wel over mijn eigen vrouw en die wou ik toch graag de beste zorgen zien toebedeeld krijgen, druk of niet druk. 

 

Ik was echter niet in de door haar aangewezen wachtkamer gaan zitten. Ik laat mij immers niet zomaar meer afwimpelen door om het even wie. Ik was net achter het hoekje gaan zitten om toch enige voeling met het ‘geheime’ onderzoek te behouden. Dit verliep een beetje als volgt: “Mevrouw wilt u even de ogen open doen?” “Ja, en kijkt u nu eens naar links?” Ze stopt abrupt want de telefoon gaat. Nurse Bitch neemt de telefoon op, allez met de gsm tegenwoordig heet dat natuurlijk anders. Een zekere patiënt ‘X’ vraagt om een eerder gemaakte afspraak te verleggen. Miss Nurse moet vervolgens enkele data checken, waarna een nieuwe afspraak wordt vastgelegd. Onderzoek wordt voortgezet. “Of mevrouw nu even recht vooruit wil kijken?” Telefoon gaat weer! Patiënt ‘Y’ kan niet, bla,bla,bla. Onderzoek gaat verder. Achtereenvolgens nog onderbroken door telefoontjes van patient ‘Z’ en dokter ‘Who’. Onderzoek afgelopen! U mag terug binnen meneer. Ondertussen had ik dus een duidelijker beeld gekregen wat men met druk bedoelt. Volgens mij houdt dat namelijk in dat er een echte verpleegster te kort was of dat er een secretaresse aangeworven dient te worden om de telefoon op te nemen en afspraken te kunnen noteren. 

 

Tot nu toe wist ik dus ook nog steeds van niets!  En mijn vrouw was, op zijn zachtst uitgedrukt, nog steeds groggy. Komt vervolgens de assistent van de ‘behandelende’ geneesheer. Wat of wie de behandelende geneesheer op dat moment behandelt blijft dus een volkomen raadsel. Geenszins de patiënt! En voor mij niet onbelangrijk, ook niet de nog steeds bang afwachtende echtgenoot. De assistent verontschuldigt zich bijna dat hij slechts de assistent is. Deze vraagt vervolgens aan mij of er al scans en foto’s gemaakt zijn terwijl ik hem er, nu toch al een beetje nijdig geworden, op wijs dat we toch in zijn fuckin’ hospitaal zitten en hij op zijn fuckin’ computer toch meer zou behoren te weten dan mij. In eerste instantie blijkt de computer in de behandelkamer waar we nu zaten niet over het vermogen te beschikken dergelijke informatie op te vragen waar ik bij was blijkbaar. Waarop de assistent zich wederom naar een andere afdeling moest begeven om mij meer informatie te kunnen verschaffen.

 

“Lang leve de moderne technologie”, juich ik wanneer de man weer terug ten tonele verschijnt. “Meneer u moet niet overdrijven, het trauma dat uw vrouw heeft opgelopen is zeker niet levensbedreigend”. “Zeg dat dan meteen lul!”, wilde ik roepen, maar er waren dames bij en dan houdt men zich toch een beetje in nietwaar?

 

Het lijkt soms wel wat op een spelletje, arts versus bang afwachtende minkukel en van niets wetende patiënt. Men mag tijdens de eigenlijke onderzoeken niet aanwezig zijn omdat de zeepbel  van belangrijkheid anders nogal snel dreigt doorgeprikt te worden. Akkoord, een arts moet vele jaren studeren dus hij mag zich wat mij betreft wat belangrijker voelen maar het moet binnen het redelijke blijven. Hij mag ook wat meer verdienen dan een metselaar of een dakwerker. Maar langere studies  alleen mogen hem dit recht niet verlenen doch de geleverde prestaties zouden dat moeten doen en hier zit toch wel enige discrepantie tussen. 

 

Metselaars en dakwerkers dienen namelijk van ’s morgens vroeg tot ‘s avonds laat letterlijk hun bult op te gooien om de benodigde centen te vergaren om in onze ‘omgekeerde’ wereld een ietwat menswaardig bestaan op te bouwen. Dikwijls wordt er dan in het weekend nog wat bijgeklust, in het zwart zoals dat dan heet, om zich ook nog enige hedendaagse luxe te kunnen veroorloven. Luxe die in sommige gevallen misschien zelfs wat moet maskeren dat zij ‘slechts’ metselaar of dakwerker zouden zijn. 

 

Terwijl, zo heb ik de indruk, de doorgestudeerden zoveel mogelijk geld trachtten te verdienen door het verlenen van een minimum aan diensten en dit binnen een zo’n kort mogelijk tijdsbestek. Er moet immers wat tijd overblijven om met de Porsche te kunnen gaan rijden, nietwaar? Alhoewel de eigenschappen van de Porsche zich eigenlijk beter zouden lenen voor mensen die juist wat minder tijd te besteden hebben daar dit vervoermiddel over de mogelijkheid beschikt om iets vlugger op de plaats van bestemming te zijn dan bijvoorbeeld een Renault Kangoo of een Citroën Jumper, terwijl juist de bezitters van laatst vernoemden doorgaans iets gejaagder door het leven gaan dan eerder vermeldden.

 

Dat we de alom geroemde eigenschappen van de Porsche ook weer niet buitenproportioneel moeten promoten als ongeëvenaarde kwaliteiten omwille van het feit dat door het dichtslibben van het verkeer men over het algemeen al blij mag zijn dat men stapvoets ter plaatse geraakt. Daarnaast moeten we ook niet vergeten dat de reglementeringen omtrent maximale snelheden in onze contreien zich situeren tussen de dertig en de honderdtwintig kilometer per uur. Snelheden dus die een Porsche gemakkelijk in eerste versnelling alleen al kan verrichten. Bij de allersnelste modelletjes kun je wel stellen dat het maximum van de honderdtwintig kilometer per uur die men hier mag rijden slechts één derde van de totaal aangeboden topsnelheid bedraagt.

 

 Het is geenszins mijn bedoeling natuurlijk om iemand zijn keuze qua vervoermiddel op enigerlei wijze te beïnvloeden. We leven in een vrij land, zo wordt toch beweerd, en ik wil uiteraard het ouderwetse communisme niet terug zien opflakkeren waar eenieder met hetzelfde kostuumpje aan in een Wartburgje, of erger nog een Kia, zijn dagdagelijkse plichtplegingen dient na te komen. We weten inmiddels ook waar dat toe leidt. Maar misschien liggen de uitersten ondertussen toch een ietsie pietsie te ver uiteen en zoals eveneens geweten is dreigen zij elkaar dan te raken. 

 

Ik pleit dus voor verscheidenheid versus gelijkheid. Een dokter is evenwaardig aan een metselaar omdat elk zijn eigen specifieke taak te vervullen heeft. Zonder metselaar immers geen ziekenhuis. Geen ziekenhuis zonder dokter en geen metser zonder rugklachten! Voila de cirkel is weer rond. En zo blijft ieder in de mogelijkheid om te schitteren volgens zijn eigen talenten want dat wordt in onze wat overgereguleerde en uniforme  maatschappij weleens wat over het hoofd gezien waardoor er jaloezie en afgunst ontstaat. Ik hoef niet evenveel te verdienen als de topman van Belgacom maar ik wil wel op een evenwaardige manier geholpen worden wanneer de nood daar is. 

 

Hier mankeerde echter toch wel het een en ander. Zo moest ik met lede ogen aanzien dat de voedselbedeling volledig gecomputeraliseerd is. Dit houdt in dat, op dagelijkse basis, een in verpleegsterskledij gehulde ziekenhuisbeambte met een mobiele laptopstudio van kamer tot kamer reist om vervolgens de noden per patiënt in hun portable databankje in te voeren om op deze wijze te trachten een voor-elk-wat-wils-menu samen te stellen. Geen sinecure natuurlijk in een ziekenhuis met honderden patiënten. Vandaar dat ik welbewust het woord trachten gebruikte. 

 

Keer op keer hoorde ik mijn vrouw nadrukkelijk zeggen dat zij geen koffie beliefde. Bedlegerig en op je kop gevallen zou koffie ook niet meteen mijn favoriete drankje zijn. Misschien een beetje soep. Maar er kwam geen soep. De eerste dag niet, de tweede dag niet en de derde dag ook niet. “Need I say more!”. Waaruit volgens mij overduidelijk blijkt dat zelfs de elektronische snelweg met files af te rekenen heeft.

 

 Mijn vrouw vermeldde er terloops bij dat ook suiker niet op haar menu voorkwam waardoor de verpleegster toch wel even van haar à propos geraakte. Gelukkig was ik er op dat moment bij om hieromtrent enige duidelijkheid te verschaffen. Zo wist ik de zuster haarfijn uit te leggen dat suiker eigenlijk helemaal geen voedsel is maar eerder een beetje vergif! De leek zal hier misschien wat vreemd van op kijken, maar een zuster zou dat toch moeten weten. Zij werkt immers  in een ziekenhuis! Er is zelfs een ziekte naar vernoemd, namelijk suikerziekte. Mensen gaan daar aan dood. 

Ze wou nog wat tegenstribbelen maar als ik eenmaal op dreef ben, hou me dan maar eens tegen! “De appelmoesziekte die bestaat niet hè?”, besloot ik mijn betoog. Geen soep en geen suiker! In een ziekenhuis zijn de overgebleven mogelijkheden dan al bijna uitgeput. De broodmaaltijd werd wel elke dag netjes om half zes gebracht. Stipt. Mijn vrouw ligt echter nog steeds half bewusteloos in haar bed. Vervolgens komt een stagiair netjes een plateau met drie boterhammetjes met een soort vleesachtig beleg en de ongevraagde kop koffie op het tafeltje in de hoek van de kamer zetten. Aangezien ze niet uit haar bed kan, daarom ligt ze dus ook in het ziekenhuis, komt de stagiair een uurtje later plichtsgetrouw het onaangeroerde plateau weer ophalen. Zonder zich hierbij vragen te stellen. 

 

Ik heb ze natuurlijk niet laten verhongeren. Appelmoes en een beetje fruitsalade was zowat het enige dat ze binnenkreeg de eerste paar dagen. Dit bracht ik dan zelf voor haar mee van thuis. Gelukkig was ik in die mogelijkheid om dit te kunnen doen. Anders lig je daar toch maar mooi voor Jan Lul in zo’n ziekenhuis. U denkt wellicht oude brombeer, zo erg kan het toch allemaal niet zijn. Is er dan niets positiefs over te vertellen? Euh…, nee, eigenlijk niet. 

 

Had ik trouwens al verteld dat men ook niet meer gewassen wordt in een ziekenhuis? Dat moet je zelf doen. Beetje moeilijk als je je nest niet uit kan. Of die keer dat ze…., ach het is wel genoeg geweest zo. Het gaat inmiddels gelukkig al een heel stuk beter met mijn vrouw. Ze kan al weer ijsjes eten zonder te kwijlen! Nee, dat was een grapje natuurlijk. Het gaat echt goed. Bij deze wil ik dan ook die ene verpleegster bedanken die mij wél binnen liet tijdens een onderzoek en eenieder die niet meteen op zijn uurwerk keek als ik weer eens tussen de bezoekuren door mijn vrouw bezocht.  

 

Hans

 

 

 

 

 

  

Corrigeer

Auto's in de kijker

Vastgoed

Jobs in de regio