COLUMN. “Lieve Blancquaert zei dat we niet authentiek in het leven staan. Dat klonk als een aandoening”

MIJLEMANS REKENT AF

COLUMN. “Lieve Blancquaert zei dat we niet authentiek in het leven staan. Dat klonk als een aandoening”

Foto: Kris Van Exel

“Mag de gazet weg”, vroeg hij. Hij slofte met een tonic en een Stella in één hand voorbij, de linkerhand steunend in de zij. De vrouw keek op. “Ik moet nog langs het kerkhof. Ik moet de dooien nog lezen.” Ze deed dat hardop, de familienaam eerst, als bij een proclamatie. Geboortedag en die van schielijk overlijden uitgespeld. Met commentaar die vergelijkingen trof in hun leeftijd. Bij “jonger dan”, klonk ze tevreden over de taaiheid van zichzelf. Ze legde de krant weg. “Ik moet nog naar den Aldi voor de promo. Een bache.” Voor de velo’s van de kinderen die al lang uithuizig waren, maar die naast een kot in de regen waren achtergelaten. Ze trok haar jas moeizaam over haar gewrichten. “De soep staat al in zakskes. ’t Is nog te warm om al in te vriezen.” Er leek niets de gang van het leven ook maar enigszins te kunnen beslommeren. Tot ze bij de doden stonden te lezen.

Ik moest eraan denken toen ik Lieve Blancquaert las. Ze zei dat we bang zijn van onze eigen schaduw en nog meer van één die we niet herkennen. We kunnen niet meer functioneren, zei ze. Dat ...

Het beste van Enkel voor abonnees