Op ontdekking in West-Canada met de kinderen

Op ontdekking in West-Canada met de kinderen

Onmetelijke gletsjers, bergen en rivieren, reusachtige beren en herten, zware dagtochten en koude nachten. West-Canada is geen Center Parcs. En toch kan het ook op kindermaat.

Laat hier een drone met een camera opstijgen en je zou bergtoppen en canyons zien zo ver het oog reikt. Gletsjers ook, die al smeltend nieuwe kloven slijten in het landschap. Watervallen, hoger dan de Eiffeltoren. Diepgroene meren. Goudgespikkelde zalmen die meer dan tweeduizend kilometer tegen de stroom in zwemmen en zwarte beren en grizzly’s die ze uit het water graaien.

Als je weer inzoomt, zou je een meisje van 8 jaar zien dat een marshmallow roostert aan een kampvuur na een lange dag stappen. Dat is Fee, onze dochter. Samen trekken we drie weken door West-Canada en The Rockies in The Goose, een met canadaganzen beschilderde Ford Transit die je in een knip ombouwt tot een tiny house, met een mobiele kookplaat op gas, een frigoschuif op zonne-energie, een gootsteen, een reuzenbed ín de camper en eentje op het dak. Hiermee toeren we drie weken – vrij als een vogel – vanuit Vancouver langs de nationale parken.

Op ontdekking in West-Canada met de kinderen
Het kampeerbusje heeft een extra slaapkamer op het dak.

“Zwitserland op steroïden”, zo noemen ze de Rocky Mountains, een geologisch litteken van meer dan vierduizend kilometer op de grens tussen de Amerikaanse en Pacifische aardplaat. Als je een maand of vijf hebt, kan je die helemaal afwandelen, van Brits-Columbia tot in New Mexico. Wij verkennen maar een stukje van The Rockies, maar we doen het wel een beetje zoals de pioniers het deden: te voet, te water en te paard.

Slapen in de wildernis? Check

Toen gingen we camperen met de tent en toen we ­onderweg waren zaagen we een hert en we zagen ook twee eekhoornen achter ­elkaar lopen en we hebben een vuuur gemaakt ik heb geholpen en we hebben gevist met zen 3je en we hebben dammen geboud. Uit het reisdagboek van Fee (8)

We laten onze camper achter op de parking van de Takakkaw Falls in Yoho National Park en beginnen aan de steile klim – driehonderd hoogtemeters – naar Yoho Lake, op 1.815 meter. Het voordeel aan backcountry camping is dat het een prima uitvalsbasis is om zonder rugzak nog stukken van andere – voor kinderen anders veel te lange – trails te verkennen. Nadat we ons tentje hebben opgezet, wandelen we nog een stukje van de Burgess Shale, een rotsformatie waar fossielen liggen van meer dan 500 miljoen jaar oud. De ochtend erna kunnen we een stuk van de Iceline Trail doen, die ons tot vlak bij de gletsjers voert.

Uitgerekend die ene keer dat we onze veilige campervan een nacht inruilen voor een tentje, horen we een gids vertellen over The Boss: de grootste en gemeenste grizzly uit de regio, een kolos van bijna 400 kilogram die ook bekendstaat als nummer 122, naar de tag die hij ooit kreeg. Hij werd aangereden door een trein en overleefde het – twee keer –, at enkele zwarte beren en bezwangerde talloze wijfjes. Omdat we niet uit zijn op een meet & greet met The Boss, volgen we nauwgezet de instructies van het park. Al onze etenswaren, tandpasta en deo – alles met een geurtje – gaan in een waterdichte zak die we met een musketon vasthaken aan een kabel en omhoog hijsen, buiten bereik van de beren. Wanneer we ’s ochtends onze zak opnieuw naar beneden willen laten, staren we recht in de diepbruine ogen van een gigantisch hert. Op nog geen twee meter van ons. Stokstijf staat het. Net als wij. En dan draaft het weer weg.

Op ontdekking in West-Canada met de kinderen
In bear country hang je alles met een lekker geurtje hoog en droog.

Een roadtrip door West-Canada is dan ook een beetje een northern safari. Onderweg zien we kalkwitte berggeiten, vossen die vanuit een oerbos de straat oversteken, machtige zeearenden die over rivieren scheren, een kudde herten tegen de achtergrond van een regenboog en een ondergaande zon. En natuurlijk die nieuwsgierige chipmunks, grappige grondeekhoorns. Tijdens de lange trektochten huppelt Fee van het ene holletje naar het andere en stapt uren zonder zeuren. Maar let op: wie ze tegen alle regels in voedert, kan gebeten worden. De beestjes zijn reden nummer 1 voor spoedopnames in de parken. Gevaarlijker dan beren, dus. Statistisch gezien, toch.

Beren zien? Check

We hebben geschaakt en de was gedaan en een grizzly !!!!! gezien en een ekstra groot vuur gemaakt en marscmelows geroostert.

Uit het reisdagboek van Fee (8)

“Het is een grizzly”, zegt ranger Caleb. We turen naar de overkant van een meer op de Sunshine Meadows – het dak van Banff National Park. We zien inderdaad een kolos met een bult op zijn rug, wat ’m onderscheidt van een zwarte beer. Traag waggelt het beest naar boven. Er zijn twee grizzly’s gespot. De een zwom naar de overkant. Daar staan we nu naar te kijken. Van de ander ontbreekt elk spoor. “Het gaat om beren die we niet kennen en die niet getagd zijn”, zegt Caleb. “Daarom hebben we het wandelpad afgesloten. We moeten vermijden dat ze te dicht bij de wandelaars komen. Want dat is niet alleen gevaarlijk voor u, maar op termijn ook voor de dieren zelf. Vergeet niet: dit is hun thuis, wij zijn ongevraagde bezoekers.”

Een paar dagen later spotten we nog een beer, een zwarte deze keer, in de berm net buiten onze camping in Jasper National Park. We zitten in onze camper, op zo’n vijf meter van het dier. Hij neemt een resem takken beet, schudt ermee en eet de rode bessen die eraan hangen. Een keer kijkt hij onze richting uit, maar dan stort hij zich weer op de bessen. Om genoeg lichaamsvet te verzamelen voor zijn winterslaap moet hij tienduizenden bessen per dag eten. Hij heeft dus andere prioriteiten dan mensen de stuipen op het lijf te jagen.

Op ontdekking in West-Canada met de kinderen
Het komt zelden tot een conflict tussen mens en beer, maar voorzichtigheid is geboden.

Het komt zelden tot een conflict tussen mens en beer, maar ze kunnen wel onvoorspelbaar reageren wanneer ze verrast worden of hun welpen of eten willen verdedigen. Daarom moet je bear aware zijn, zo staat het te lezen op talloze infoborden in de parken. Je wandelt best in groep, neemt berenspray mee en maakt lawaai. En nee, je hoeft geen koeienbellen aan je nek te hangen of een boombox in je rugzak te steken, zoals we veel toeristen zien doen.

Op de campings zijn de regels streng. We horen het bij elke check-in: “U bent in bear country. Dat betekent dat u buiten mag eten, maar dat u na het eten meteen alle etenswaren in uw voertuig moet bewaren. Laat nooit uw gedekte tafel onbeheerd achter. Zelfs niet om naar het toilet te gaan. Wie zich niet aan de regels houdt, moet de camping verlaten.” Het blijkt een prima les voor kinderen: opruimen kan je leven redden.

Paardrijden? Check

Het is vandaag mijn verjaardag!!!! en ik heb een knuffel gekreegen en een zakmes!!! en de verasing was 2 uur paardrijden in de bergen en dat was super super leuk en het paard heete spider. Uit het reisdagboek van Fee (8)

Door de klimaatopwarming verloren de gletsjers in de Rockies de laatste twee eeuwen liefst 40 tot 70 procent van hun volume. Een rit langs alle gletsjers van de Icefields Parkway – de mooiste weg op Aarde, sorry A12 – is climate change: up, close and personal. Je ziet ze hier bijna krimpen. En dat is een van de grondbeginselen van de National Parks in Noord-Amerika: natuureducatie. Klinkt saai, maar is het niet. In elk bezoekerscentrum pik je gratis Xplorer-boekjes op, met weetjes en toffe opdrachten. Wie een ingevuld boekje inlevert, krijgt per park een tag. En dat gaat gepaard met een officiële inwijding tot junior ranger. Fee legt in Jasper de eed af bij een echte ranger en belooft hem plechtig dat ze goed zorg zal dragen voor de natuur en de dieren en dat ze haar hele leven lang zal blijven exploren. Het levert haar een purperen insigne op, haar meest gekoesterde souvenir van onze reis.

Echte avonturiers komen hier al aan hun trekken sinds het einde van de negentiende eeuw. Mannen als de Brit Bill Peyto, die hier de spoorlijn kwamen aanleggen, gingen al snel zelf op verkenning, riepen zich uit tot gids en brachten zo de trein van het toerisme op gang. Peyto werd de eerste parkbeheerder van Banff. Hij zou zijn natuurcarrière alleen onderbreken om tijdens de Eerste Wereldoorlog in Ieper te gaan vechten.

Op ontdekking in West-Canada met de kinderen
Te paard op verkenning, zoals de pioniers op het einde van de negentiende eeuw.

Om een idee te krijgen hoe pioniers als Peyto zich voelden toen ze dit gebied te paard verkenden – en omdat Fee vandaag jarig is – hijsen ook wij ons in het zadel. Onze paarden, Banjo, Spider en Chauncer en hun collega’s bij Warner Stables, zijn dieren die elders werden afgeschreven of die niet verkocht geraakten op een veiling. “We hebben ze gered van de slachtbank en nu krijgen ze een tweede leven”, vertelt Jamie, onze gids. Onze paarden sjokken langs de prachtige Bow River – helblauw en ijskoud dankzij het gletsjerwater – met zicht op de Sulphur Mountain. We leren dat je de dieren nooit in grasbermen mag laten grazen – te veel giftige planten – en dat je rechtop moet staan als ze plassen – anders drukken je dijen op hun nieren. Een masterclass voor cowgirls.

Raften? Check

We zijn gaan raaften en ik moest altijt waaf roepen.

Uit het reisdagboek van Fee (8)

Het leuke aan reizen met kinderen is dat je dingen doet die je als volwassene misschien niet zou doen. En dat is meteen ook het vervelende aan kinderen. Want een paar dagen later staan we – in een wetsuit die ruikt naar natte hond – te luisteren naar de safety tips van gids Travis. “Laat het witte touw nooit los want dat is je levenslijn. Beland je onder de boot, probeer dan, kruipend als een kat, de andere kant van de boot te bereiken.” Come again? Hadden wij geen gezellige familie-raftingtrip geboekt? In de Clearwater River, die een pak warmer én rustiger is dan de Kicking Horse in de Rockies? En wat als Fee onder de boot terechtkomt? Ze kan zwemmen en houdt van katten. Maar kan ze ook kruipen als een kat, onder een boot in een kolkende rivier?

“De eerste rapid is niet geschikt voor een meisje van acht”, besluit ook Travis, en dus wandelt Fee samen met gids Cedric het eerste stuk langs de rivier. Ons staat een rapid van klasse 4 te wachten – de op twee na hoogste klasse.

– “All forward hard!”

We volgen de bevelen netjes op. We peddelen alsof we achterna gezeten worden door The Boss.

– “Hold on!”

We grijpen het touw zo stevig vast dat onze knokkels er wit van uitslaan.

– “Hide!”

Op ontdekking in West-Canada met de kinderen
High five met de peddels: we hebben het gehaald!

We knielen in de boot, worden door elkaar geschud, nemen een paar keer een fikse duik. En dan volgt het verlossende “Pedal high five!”. Onze peddels gaan de lucht in en raken elkaar. We hebben het gehaald. Fee staat te lachen aan de oever van de rivier en popelt om mee aan boord te komen. Van de gids krijgt ze een taak: ze moet uit volle borst “Wave!” roepen zodra ze een hoge golf ziet. De eerste keer doet ze dat verlegen, met een zacht stemmetje, op het einde zo luid dat de bald eagles uit hun nesten opvliegen. Het wordt een onvergetelijke namiddag.

Travis volgde twee jaar unief als gids – zo gaat dat in Canada. Hij leerde heli­skiën, rotsklimmen, EHBO, kajakken en raften en koos voor dat laatste. Hij heeft er naar eigen zeggen nog geen seconde spijt van gehad. “Rijk zal ik er niet van worden, maar hey, this is my office.”

Kanovaren? Check

We zijn gaan kano varen drie dagen ijgelijk en onze tent opgezet en leere ketse met stenen.

Uit het reisdagboek van Fee (8)

De kano is voor de Canadezen wat de caravan is voor de Nederlanders. Haast elke auto heeft er een. Bij wijze van inburgeringscursus boeken we een driedaagse kanotocht. Linus, onze gids, voert ons en onze medereizigers – een echtpaar en twee vriendinnen uit de omgeving van Vancouver – naar Wells Gray Provincial Park. We parkeren aan the dock of the bay. Niet for wastin’ time, er moet gewerkt worden. We hebben al onze persoonlijke spullen in droogzakken gepropt die we nu, samen met ons eten voor drie dagen, ons vuur, tenten en slaapzakken verdelen over vier kano’s. Het teamwork breekt het ijs. We krijgen elk een reddingsvest, een peddel en dan is het heading for Stellers Bay, waar we onze tenten voor de komende twee nachten zullen opzetten.

“Traag. Geduld. No rush”, zegt Linus tijdens de peddelinstructies. “Op elke beweging die je maakt met de peddel, zit een beetje vertraging. Corrigeer één keer en wacht geduldig af.” In een kano leer je gas terug te nemen en een te worden met het landschap. En dat is hier fenomenaal. Clearwater Lake is zo zuiver dat we er drie dagen van drinken. Niet gekookt, niet gefilterd. We glijden langs de oevers en spotten watervallen, vlinders en kolibri’s. De komende drie dagen peddelen we van de ene baai naar de andere. Met hun kleine goudgele strandjes lijken ze wel tropisch.

We krijgen vier seizoenen in één dag, en met het weer verandert ook het landschap. Als de zon schijnt, is het meer één grote spiegel. Wanneer de wolken over de zon schuiven, drapeert de wind kleine golfjes als een gordijn over Clearwater Lake. Ook de wolken veranderen voortdurend van gedaante. We spotten een krab, Spongebob en een breedsmoelkikker. Na een fikse regenbui zien we een dubbele regenboog verschijnen. Wat een theater. Dit verveelt nooit.

Op ontdekking in West-Canada met de kinderen
Diepe canyons en hoge watervallen sieren het landschap.

We meren aan op de strandjes waar we samen lunchen en houden een wedstrijdje steentjes ketsen op het water. Met de kleinste steentjes scrubt Fee onze voeten. Met takken en bladeren bouwen we “huisjes voor de insecten”. ’s Avonds genieten we van chili con carne en een doosje rode wijn die een van onze compagnons in zijn kano heeft gesmokkeld. Daarna warmen we ons aan het vuur en bereiden we samen een heerlijk dessert: s’mores: geroosterde marshmallows die je samen met een chocolaatje tussen twee biscuits legt.

Wegens gebrek aan een douche, springen we ’s ochtends in het ijskoude meer. Dit is een uitzonderlijk stukje, voor velen nog te ontdekken Canada. De kano’s die we in drie dagen tegenkomen, kan je op één hand tellen. De stilte is absoluut. Geen mensen, geen auto’s, enkel de peddels die het water raken en die je op den duur in een meditatieve staat brengen. Ook Fee voelt zich als een vis in het water.

Wanneer we opnieuw in The Goose stappen, zien we een hele zwerm canadaganzen vertrekken richting zuiden. De zomer is bijna voorbij en het is niet eens half augustus. En damn, wij moeten ook al terugvliegen.

Het hotel met de bijenbutler

Op ontdekking in West-Canada met de kinderen

In Canada begint de natuur al in de stad. Vanuit ons hotel – het Fairmont Waterfront in Vancouver – hebben we zicht op Stanley Park, een groene long van maar liefst 400 hectare die we met de fiets verkennen. Vancouver is niet enkel de geboorteplaats van Greenpeace, tegen 2020 wil ze ook de groenste stad ter wereld zijn. En daarvoor worden talloze inspanningen geleverd, ook door de toeristische sector.

Het Fairmont Waterfront Hotel had als een van de eersten een groen dak in de stad, in 1996. Vandaag kweken ze hier, op de derde etage, nog steeds groenten en fruit waar de chef-kok mee aan de slag gaat. En sinds 2008 checken hier ook bijen in. Als reactie op het verdwijnen van bijenkolonies, plaatste het hotel bijenkasten, een kijkkast waarin je de bijen aan het werk kan zien én een bijenhotel – bee & bee genaamd – voor wilde soorten zoals de solitaire metselbijen. De honing van de 250.000 bijen die hier elke zomer wonen, wordt verwerkt in de sauzen, het bier en de cocktails.

Er is zelfs een bijenbutler: Nick Mackay Finn. Hij geeft tijdens de zomermaanden zeven dagen op zeven een gratis rondleiding voor jong en oud.

Op ontdekking in West-Canada met de kinderen

Het beste van Enkel voor abonnees