Food

Spruitjeshaters hebben eindelijk een excuus: het ligt aan je genen

Spruitjeshaters hebben eindelijk een excuus: het ligt aan je genen

Themabeeld Foto: ss

Spruitjes, voor de ene zijn het groene bolletjes eetbaar goud, voor de ander staan ze maar net een trapje lager dan puur vergif. Wetenschappers van de universiteit van Kentucky hebben ontdekt dat een bepaald gen zorgt voor onze waardering (of net het gebrek daaraan) voor het kleine kooltje.

De onderzoekers namen 175 mensen onder de loep. Bij die proefpersonen gingen ze op zoek naar twee genotypes: enerzijds het AVI-genotype waarbij mensen twee exemplaren van het smaakgen TAS2R38 bezitten, anderzijds het PAV-genotype.

Mensen met het AVI-genotype zijn niet gevoelig voor bittere smaken, dus zij zullen geen problemen hebben met spruitjes en andere veeleer bittere groenten. Bij mensen die één exemplaar van het AVI-genotype en één van het PAV-genotype hebben, wordt een iets hogere gevoeligheid voor bittere smaken vastgesteld.

Het loopt mis bij de mensen met twee exemplaren van het PAV-genotype. Zij zijn overgevoelig aan bitter en kunnen die smaak niet verdragen. Om te voorkomen dat dergelijke mensen niet te weinig bladgroenten binnenkrijgen, raden de onderzoekers aan om de groenten te koken, wat de bitterheid vermindert. Daar komt nog bij dat je smaakpapillen verzwakken naarmate je ouder wordt, dus smaken die als kind heel erg overweldigend waren, zijn dat niet noodzakelijk meer eenmaal je volwassen bent.

LEES OOK. “Wat als mijn kleuter groenten weigert?” Voedingsdeskundigen geven antwoord op vragen van mama’s

Corrigeer