HANS. Rigor mortis

HANS.  Rigor mortis

Foto: if

Lochristi - Welkom terug trouwe lezer, u bent waarschijnlijk nog maar nauwelijks bekomen van het ijzingwekkende eerste deel (25/11/2019) van ‘Het paard van’ -wie ik de naam niet meer zal vernoemen want er lezen misschien kleine kindjes mee- of u krijgt reeds deel twee letterlijk onder uw neus gewreven. Hierin kunt u vrijwel onmiddellijk ontdekken welk niet onbelangrijk deel van de operatie even aan de aandacht ontsnapt was. Omdat deze uitleg in twee zinnen geklaard zou zijn kon ik het natuurlijk niet nalaten u in geuren en kleuren het volledige relaas van een nagenoeg teloorgegane ambacht uit de doeken te doen. Mijn vrouw vroeg mij onlangs, zo gaat dat met ouder worden, wat wij zoal uitspookten tijdens de winters in vroeger tijden, awel dit soort dingen dus.

Rigor mortis. Oftewel lijkstijfheid, en wat dit doet met een (dood) paard dat opgevouwen achterin een bestelwagentje ligt. De achterpoten zaten dus muurvast, achter de wielkassen. De voorpoten, voorbenen eigenlijk bij een paard al weet ik niet of ik bij een dood paard en in deze omstandigheden nog van benen zou kunnen spreken, ach detailneukerij,  de voorpoten staken recht omhoog boven de voorbank uit. Er was geen sprake meer van om dit gevaarte even opzij te rollen om het vervolgens uit de kofferbak te kieperen. Neen. Dit totaal onhandelbaar geworden volledig opgesteven paardenlijf leek nu nog imposanter dan de avond tevoren. Er zat dus maar één ding op…

In reeds eerder verschenen kortverhaaltjes durf ik wel eens aan te halen dat ik toch wel een bewogen leven achter de rug heb. Ik wil daarmee op geen enkele manier beweren, of zelfs pretenderen, dat dit een soort rocksterachtig verleden zou zijn, met bijbehorende exuberante levensstijl. Ik heb natuurlijk wel wat wilde feestjes meegemaakt, dat zal ik niet ontkennen. In dit geval doel ik eigenlijk meer op de vreemdsoortige bezigheden die mij altijd fascineerden en die een zeker doorzettingsvermogen vereisten. En bovenal een soort gekheid om ogenschijnlijke absurditeiten tot realistische projecten te doen verworden. Eén van deze bijna surrealistische ondernemingen handelde dus over het paard van Sinterklaas. 

Het was dus zover gekomen dat ik achter in mijn ‘R viertje’ op de vijfde december het mes moest zetten in het paard van Sinterklaas simpelweg om het gevaarte eerst uit de auto te krijgen.

Slachten, dat wil zeggen, villen en ontvlezen, dienden sowieso te gebeuren. Ik had deze operatie echter nog nooit eerder achter in de wagen moeten aanvangen. Als je iets wil, ja dan moet je daar wel iets voor over hebben, zegt men wel eens. Nou, ik heb er wat voor over moeten hebben. Ik had al enige ervaring met het prepareren van dierenskeletten en was derhalve niet aan mijn proefstuk bezig. Wat echter wel nieuw voor me was, was de omvang van dit object. Voor het ontvlezen van dieren, met de bedoeling het skelet te verkrijgen,  bestaan dan ook verschillende mogelijkheden. Men zou dit bijna als een soort verloren ambacht kunnen beschouwen. Verloren, omdat dankzij de huidige  wetgeving met zijn doolhof aan reglementen de mogelijkheid om dit thuis te kunnen uitvoeren moeilijk wordt gemaakt, zo niet zelfs nagenoeg onmogelijk.

Allereerst moet je na het ontvlezen, ‘uitbenen’ in slagerstermen met dit verschil dat hier om overduidelijke redenen geen beenderen mochten doorgezaagd worden of op een andere manier beschadigd, van het afgesneden vlees zien af te geraken. Om de eenvoudige reden dat mijn eindproduct niet het vlees was doch het geraamte. 

Voor een kip of een konijn zijn nog wel wat mogelijkheden te bedenken, maar het vlees van een volledig paard stop je niet even in een plasticzakje voor de vuilnisman. In mijn geval en in die tijd kon je gelukkig nog een beroep doen op het ‘vilbeluik’. Een firma die kadavers doorheen heel het land kwam ophalen om vervolgens te Dendermonde vernietigd te worden, of tot lijm, veevoeders en god weet ik wat nog meer verwerkt te worden. Maar ook dit systeem is over-gebureaucratiseerd. Geregistreerde oormerken dienen door gebrevetteerde veeartsen tezamen met attesten  van doodsoorzaken afgeleverd te worden, alvorens alles in speciaal daarvoor bestemde recipiënten te kunnen worden afgevoerd. Het vil- of vuilbeluik is thans omgedoopt tot de firma Rendac om u beter te kunnen dienen.

Maar ja, het paard van Sinterklaas met oormerken of ingeplante chips dat bestond nog niet hè. 

Wederom gelukkig, kon ik nog alles gewoon los achterin de vrachtwagen kieperen. Probleem nummer één opgelost.

De oplossing voor probleem nummer twee ging mij zo mogelijk nóg meer kopzorgen berokkenen. Om de beenderen volledig te ontvlezen (na het uitbenen blijven altijd nog restanten vlees en pezen achter) dienen zij in een bad ondergedompeld te worden en op een constante temperatuur van zo’n kleine zestig graden gehouden te worden. Hiervoor bestaan speciale, op grote diepvrieskisten gelijkende baden. Deze zijn echter peperduur en voor een ‘huisvlijter’ als ik dus onbetaalbaar. Vandaar dat ik met enig kunst- en vliegwerk een oude wasmachine, u kent ze misschien nog wel zo’n vierkante bak met in het midden een ronddraaiend klutsmechanisme, omtoverde tot mijn eigenste heuse ontvlezingsmasjiene. Niet nadat ik eerst de klutser verwijderde om vervolgens met wat ‘O’ ringen en afdichtingplaatjes een waterdichte bak te verkrijgen, mét verwarming. Waarin ik vervolgens de thermostaat van een ‘moderne’, zij het kapotte, wasmachine monteerde en klaar was Kees. 

Restte slechts nog één probleem, namelijk probleem nummer twee! Hier kon onmogelijk een volledig paard in. Een geit of een schaap, dat ging nog net en had ik reeds met succes voltooid. Maar geen paard dus. Bleef er maar één mogelijkheid over, de ‘operatie’ diende in twee keer te gebeuren.

Nu is het een feit dat het ontvlezen in een bad met enzymen vrij vlot verloopt. Hierdoor krijgen de geurbacteriën omzeggens nauwelijks de kans om in alle hevigheid toe te slaan. Met als prettige bijkomstigheid dat de geurhinder, hoewel prominent aanwezig, laten we zeggen toch binnen het aanvaardbare blijft. Bedorven soep, trachtte ik het mijn vrouw ietwat optimistisch voor te stellen. 

Doch wanneer deel twee van het paard aan de beurt was om in badje te gaan, nadat het zo’n slordige dag of tien had liggen wachten, er een odeur vrij kwam die, zelfs voor een doorgewinterde geurvreter als ik, bijna niet meer te harden was! Speciaal voor deze klus had ik dan ook zo’n plastic schildersoverall aangeschaft en droeg ik latex handschoenen telkenmale ik het water moest verversen. Dit stonk echter zo verschrikkelijk dat die penetrante geur overal doorheen drong en als het ware in je vel ging zitten. Zelfs nadat ik een bad genomen had waarin ik mij rijkelijk van krachtig geurende zepen en badschuimen bediende bleef ik nog altijd naar bedorven vlees ruiken. Dé momenten bij uitstek om eens stil te staan en te beseffen welke voordelen een solide huwelijksleven allemaal te bieden heeft.

Vele dieren zijn er daarna nog gevolgd en ‘onder het mes gegaan’ en telkenmale heeft mijn machine weer zijn diensten bewezen en heeft zelfs mijn huwelijk standgehouden tot op de dag van vandaag.

Ieder dier heeft zo zijn eigen verhaal gekregen. Somtijds door de vindplaats, soms gewoon door de omstandigheden. Bijvoorbeeld de lama en de nandoe, beiden dood in een speelweide. Zichzelf doodgelopen uit angst voor de herdershond van de buren. De eigenaar belde pas een dag of drie na de gebeurtenissen, teneinde de arm der wet de nodige vaststellingen te laten doen om proces-verbaal te kunnen opmaken. Toen ik er uiteindelijk over kon beschikken, na drie dagen zonnebaden, kunnen we opnieuw spreken van buitenproportionele geurhinder tijdens het versnijden van de kadavers. 

Een toenmalige kennis van mij was door mijn verhalen uitermate benieuwd geworden hoe dit proces nu eigenlijk in zijn werk ging, en had mij al meermaals gevraagd om dit eens van dichtbij te kunnen volgen. De man regisseerde zelf films en had een buitengewone fascinatie voor de zogeheten klassieke B movies. Op visueel vlak was hij dus wel wat gewend. Kokhalzend moest hij zich echter uit de voeten maken bij het aanschouwen van ‘the real stuff’. Deze anekdote even ter illustratie dat er hier van overdrijving geen sprake is.

Hoe ik daar dan in godsnaam wel tegen kon zal u zich misschien afvragen? Meestal verklaarde ik dat het de opwinding was voor weer eens een nieuwe aanwinst die het overwon van de daaraan verbonden nadelen. Een mens kan nu eenmaal zijn neus niet dichtknijpen zoals een kameel of een zeehond. Ruiken doen we dus altijd automatisch, maar het leek soms alsof ik mijn reukzin, zij het tijdelijk, kon uitschakelen tot de klus geklaard was. Wat het woord reukzin een plausibele betekenis verleent, namelijk de zin om te ruiken.

De opwinding die er aan vooraf ging had natuurlijk alles te maken met het feit dat eens het onaangename van de job gedaan was, het echte werk kon beginnen.

Het monteren was dan een precisiewerk, waarbij ik langzaam het ‘binnenwerk’ van een dier kon omtoveren tot een statig en tevens leerrijk object, waar ik als jongeling zelf met veel bewondering naar kon kijken in musea en dierentuinen. Vandaar dat ik misschien zelf de immense nadelen die aan dit ambacht verbonden zijn getrotseerd heb en nu met toch met enige voldoening kan zeggen dat enkele exemplaren op hun beurt een plaatsje in een echt museum verworven hebben. 

 

Hans                

Corrigeer

Auto's in de kijker

Vastgoed

Jobs in de regio