Corrigeer
camera closecorrect down eyefacebook gplus Het Nieuwsblad nextprevquote share twitter video

Tien jaar geleden werd de 23-jarige Lars Boom wereldkampioen veldrijden in Treviso.  Photo News

Boom zegt weg en veld adieu

Op zijn 33ste stopt Lars Boom nog niet definitief met koersen, maar hij zal wel verdwijnen van het internationale toneel. De wereldkampioen veldrijden van 2008 en ritwinnaar van de Tour in 2014 koerst vanaf 2020 niet meer op de weg of in het veld. “Lars zal voortaan focussen op strandraces, gravelwedstrijden en marathon mountainbiketochten”, aldus zijn manager Gijs van ’t Westeinde.

Zijn laatste cross van betekenis was die van Gieten: DNF (Did Not Finish). Zijn laatste wegwedstrijd was de Omloop van Het Houtland: DNF. Onverwacht is het afzwaaien van Lars Boom aan zijn twee geliefde wielerdisciplines dus niet. Na hartproblemen in het najaar van 2017 gingen zijn prestaties bergaf. Dit jaar vond hij nog onderdak bij Roompot-Charles, zijn vierde plaats in de GP Le Samyn was een zeldzame flits. Toen de ploeg van Nick Nuyens ophield te bestaan, vond Boom op zijn 33ste geen nieuwe profploeg meer.

Zijn wegcarrière begon nochtans voortvarend. Nadat hij in 2007 wereldkampioen tijdrijden was geworden bij de beloften kreeg hij in 2008 een kans bij de WorldTour-kudde van Rabobank. Hij kroonde zich op zijn 22ste meteen tot Nederlands kampioen op de weg en tegen de klok. Noem hem – met lichte overdrijving – de Mathieu van der Poel van zijn generatie. Een jaar later won hij op zijn 23ste de Ronde van België en in zijn eerste grote ronde – de Vuelta – won hij meteen een etappe na een lange solo.

Boom was een tempobeul en dat was hij ook in het veldrijden. Technisch moest hij zijn meerdere erkennen in leeftijdsgenoten Niels Albert en zeker Zdenek Stybar. Dat hij zijn enige wereldtitel bij de profs won op het snelle parcours van Treviso 2008, was geen toeval. Een jaar later miste hij in Hoogerheide een afspraak met de geschiedenis. In eigen huis krijg hij van de Belgische fans een optater en eindigde hij pas twintigste. Zijn veldritcarrière, met spraakmakende overwinningen in Baal, Loenhout, Niel en Pijnacker en zes Nederlandse titels, sloeg toen een doodlopend straatje in.

Vanaf 2009 focuste Boom bij Rabobank voluit op de klassiekers en het tijdrijden. 2010: 5de in Harelbeke. 2011: proloogwinst in de Dauphiné. 2012: 6de in Parijs-Roubaix. 2013: 11de in de Ronde van Vlaanderen. Zijn mooiste zege kwam er in de Tour 2014. In de kasseienrit versloeg hij Astana’s Jakob Fuglsang en Vincenzo Nibali. Een jaar later trok hij naar de ploeg uit Kazachstan, om er zesde te worden in de Ronde van Vlaanderen en vierde in Roubaix. Maar sinds 2016 promoveerde Boom nog zelden uit een knechtenrol. Zijn laatste spraakmakende zege – van zijn 24 stuks als prof – was een ritwinst in de Binck Bank Tour 2017.

Definitief stoppen met koersen doet Boom nog niet. Volgens zijn management gaat Boom zich – voorlopig nog zonder ploeg – focussen op gravelwedstrijden, mountainbiken en strandraces. In die discipline, populair in Nederland, is hij Europees kampioen en won hij dit jaar in Wijk aan Zee. In november reed hij ook nog enkele gravelraces in Australië aan de zijde van zijn ex-ploegmaat Graeme Brown. Boom amuseert zich, maar zijn carrière lijkt ten einde. Een carrière van een toptalent dat te weinig topwedstrijden won.

Het beste van Enkel voor abonnees