Het Britse kiesstelsel: vloek of zegen voor Johnson?

Het Britse kiesstelsel: vloek of zegen voor Johnson?

Foto: AP

De Britten trekken donderdag voor de derde keer in vijf jaar tijd naar de stembus. Premier Boris Johnson en zijn Conservatieve partij staan er goed voor in de peilingen, maar tactische overwegingen van de kleinere partijen, een onzekere politieke context en de eigenaardigheden van het Britse kiessysteem maken betrouwbare voorspellingen zo goed als onmogelijk.

De Briten kiezen vandaag 650 nieuwe parlementsleden voor het House of Commons, vergelijkbaar met de Kamer van volksvertegenwoordigers bij ons. In de meest recente peilingen staat de Conservatieve partij van zittend premier Boris Johnson comfortabel aan de leiding, met iets meer dan 40 procent van de stemmen. De belangrijkste oppositiepartij Labour volgt met zowat een derde van de stemmen, daarna komen de Liberal Democrats met een kleine 15 procent van de kiesintenties.

Op basis van die cijfers lijkt de verkiezingsuitslag makkelijk te voorspellen. Als een politieke partij in België 40 procent van de stemmen haalt, is ze onvermijdelijk. Maar het Britse kiessysteem zit helemaal anders in elkaar.

LEES OOK. Kiezen de Britten donderdag voor Boris Johnson of Jeremy Corbyn? De uitslag zal de toekomst van hele generaties bepalen, maar het zal van het weer afhangen (+)

Het land is verdeeld in 650 kieskringen. In elk van die gebieden wordt één volksvertegenwoordiger gekozen. Elke partij kan één kandidaat naar voren schuiven per kieskring. Soms dingen ook onafhankelijken mee naar de zetel. De zowat 46 miljoen potentiële Britse kiezers - in Groot-Brittannië geldt geen opkomstplicht - kunnen dan hun stem uitbrengen op één van die kandidaten. Wie de meeste stemmen haalt, wint. Het is dus perfect mogelijk dat iemand die minder dan de helft van de stemmen haalt in zijn of haar kieskring, zetelt in het parlement.

Dat systeem - ‘first past the post’ in het jargon - heeft voordelen. De regeringsvorming is doorgaans een stuk simpeler in het Verenigd Koninkrijk dan in veel andere landen. Zeker in het verleden ging de strijd bijna overal tussen twee kandidaten, één van Labour en één van de Conservatieve partij, waardoor één van beide partijen de facto aan een absolute meerderheid in het parlement geraakte. Coalitievorming is dan niet nodig: de winnende fractie kan intern premier en ministers naar voren schuiven, en regeren.

Maar er zijn ook minpunten. Het gebrek aan proportionele vertegenwoordiging is misschien wel het grootste nadeel van het Britse kiessysteem. Een partij met minder dan de helft van alle stemmen geraakt gemakkelijk aan een meerderheid van de zetels, wat betekent dat heel wat kiezers eigenlijk niet vertegenwoordigd worden in het parlement. Bovendien is het voor kleine partijen bijzonder moeilijk om door te breken: van 1922 tot 2017 is elke verkiezingen gewonnen door ofwel Tories, ofwel Labour. Pas de laatste jaren spelen ook de kleintjes, zoals de Liberal Democrats, UKIP (nu de Brexit Party) of de Schotse nationalisten een rol van betekenis.

Dat alles speelt in de huidige campagne nog meer dan anders mee. De verkiezingen draaien hoofdzakelijk om de brexit: Boris Johnson heeft nieuwe verkiezingen geforceerd in de hoop zijn Tories opnieuw aan een meerderheid te helpen in het Lagerhuis, zodat hij zijn brexitplannen gemakkelijker door het parlement goedgekeurd krijgt. De Brexit Party van Nigel Farage - enige partijstandpunt: de brexit gedaan krijgen - stuurt daarom geen kandidaten naar kieskringen waar de Conservatieven de plak al zwaaien, en gaat enkel de strijd aan voor de zitjes van Labour. De Brexit Party komt zo slechts op in 275 van de 650 kieskringen.

Aan de andere kant van het spectrum staan de zaken er moeilijker voor. Volgens de jongste peilingen geraken Labour en de Liberal Democrats samen aan meer stemmen dan de Conservatieven, zeker met de stemmen van de Scottish Nationalist Party en de groenen erbij. Maar Labour en de LibDems zijn geen natuurlijke partners. De Liberal Democrats willen in de Europese Unie blijven en ijveren dan ook voor een tweede referendum over de brexit. Labour is intern veel meer verdeeld, maar wil officieel een nieuw, zachter brexitakkoord onderhandelen en dat dan voorleggen aan de kiezer in een referendum, met een keuze tussen het nieuwe Labour-akkoord of blijvend EU-lidmaatschap. Ook op economisch en sociaal vlak zijn de verschillen tussen de twee partijen groot. Van een echte samenwerking is nu dan ook geen sprake, en dat speelt de Tories van Johnson in de kaart.

Ondanks de duidelijke peilingen blijft een betrouwbare voorspelling van het uiteindelijke resultaat dus erg moeilijk. Een verrassing is trouwens nooit uitgesloten in de Britse politiek: in 2017 riep Johnsons voorganger Theresa May ook vervroegde verkiezingen uit om haar partij te versterken in het parlement. Zij tankte vertrouwen uit positieve peilingen, maar kwam er bekaaid vanaf omdat de campagne volledig in de soep draaide.

Corrigeer

NIEUWS