Corrigeer
camera closecorrect down eyefacebook Het Nieuwsblad nextprevquote share twitter video

Mark Cavendish. BELGAIMAGE

Ook na twee jaar zonder zege begrijpt Mark Cavendish de twijfels over hem niet

“Al die shit in jullie magazines en op Twitter, het doet mij niks”

Hij heeft er een trieste verjaardag opzitten. Afgelopen zaterdag was het precies twee jaar geleden dat Mark Cavendish (34) nog eens een wedstrijd kon winnen. Ook voor deze krant een reden om grote vraagtekens achter zijn naam te zetten: ‘Komt het ooit nog goed met de man die nog een schim is van de topsprinter die hij ooit was?’ Na lang aandringen wil Cavendish er zelf op antwoorden: “Gelukkig zijn er intelligente mensen die begrijpen dat ik wel de capaciteiten heb om door te gaan als profrenner.”

Of hij dit seizoen ziet als een nieuwe start? “Waarom zou ik dat doen?”
Of hij begrijpt dat de buitenwereld na twee jaar zonder zege grote twijfels bij hem heeft? “Wat doet dat ertoe?”
Of hij ons wil zeggen welke resultaten hij in 2020 wil boeken? “Neen, dat wil ik niet.”

Vierendertig jaar intussen, niet meer gewonnen sinds februari 2018 en sinds deze winter bij Bahrain-McLaren bij een nieuwe ploeg beland. Maar één ding blijft onveranderd: Mark Cavendish houdt niet van journalisten. Ook als hij afgelopen zaterdag bij ons aanschuift, is dat niet van harte. Hij heeft er net de Ronde van Saudi-Arabië gereden, zijn ploegmaat Bauhaus heeft de eindzege op zak gestoken. Maar zelf heeft Cavendish wéér geen rit kunnen winnen. Twintig minuten lang zal hij elke kritische vraag bits afblokken en mogen we slalommen tussen verveelde blikken, langere stiltes en nog langere tenen. Hoe onschuldig we ook beginnen.

Hoe gaat het ermee, nu je er de eerste vijf wedstrijddagen voor je nieuwe ploeg Bahrain-McLaren hebt opzitten?

“Geweldig. Het gevoel om weer eens te kunnen winnen, is fantastisch (doelt op zege van zijn ploegmaat Bauhaus, nvdr.). Daarvoor waren we met de ploeg naar deze Saudi Tour gekomen. We hebben afgelopen winter veel samen getraind en we kennen mekaar allemaal heel goed. Het was fun.”

Ook al zagen we je in een ongebruikelijke rol: niet als afwerker, wel als knecht en lead-out.

(zuchtend) “Wat is dat: een gebruikelijke rol? Het is de rol van elke wielrenner om te zorgen dat zijn ploeg wint. Meestal betekent dit dat ik als sprinter word uitgespeeld, maar het betekent niet dat ik niet weet wat ik in een andere rol moet doen of dat ik daar niet van kan genieten. A job is a job. Trouwens: ik heb vroeger nog op kop gereden in de bergen om Wiggins aan winst te helpen in de Tour de France. Het is allemaal niks nieuws. Het belangrijkste is dat ik me goed voel. Ik heb altijd gereden voor ploegen die een wedstrijd konden controleren en dicteren. De laatste jaren was dat duidelijk anders. Bij Bahrain-McLaren zit ik opnieuw in zo’n omgeving die zelf kan bepalen hoe een wedstrijd verloopt. Dat geeft vertrouwen.”

De onderliggende boodschap is helder. Als hij de voorbije twee jaar zoveel minder presteerde, dan had dat, aldus Cavendish, te maken met zijn vorige ploeg. Nooit heeft Dimension Data voldoende begrip getoond voor het feit dat hij in 2018 het Epstein-barrvirus, een variant van klierkoorts, opliep. Terwijl net dat virus de oorzaak van al zijn ellende was, laat Cavendish verstaan.

Bij een blessure na een valpartij ziet iedereen waarom een renner minder presteert. Bij een virus is dat minder duidelijk. Maakt dat de kritiek van de voorbije jaren dubbel hard?

“Dat is frustrerend, ja. Vooral omdat ook mensen die het voor het zeggen hadden, meegingen in dat verhaal. Nu, ik moet toegeven dat toen Mark Renshaw (zijn vroegere ploegmaat, nvdr.) in het verleden Epstein-barr had, ik ook altijd zei dat hij wat flinker moest zijn. Pas toen ik het zelf had, heb ik me bij hem geëxcuseerd. Maar dat de mensen het niet begrijpen? (haalt zijn schouders op) Al die shit in jullie magazines of op Twitter, het doet mij niets.”

Het virus is intussen uit je lijf?

“Zo kan je het stellen. Het virus zelf zal altijd aanwezig zijn en we zullen het in de gaten moeten blijven houden, maar het acute is wel weg. Ik voel me goed.”

Even goed als pakweg drie jaar geleden?

“Moeilijk te zeggen. Drie jaar is lang. Maar ik voel mij opnieuw wielrenner. Ik kan weer diep gaan. Ik kan weer goed trainen. Maar dat was vorig jaar ook al het geval. Ik ben vooral blij dat er nog intelligente mensen in de sport bestaan die wel begrijpen dat ik nog altijd de capaciteiten heb om door te gaan als profrenner. Zoals Rod.”

Je bedoelt Rod Ellingworth, de man die je in het begin van je carrière al begeleidde, die je nu opnieuw bij Bahrain-McLaren heeft binnengehaald en die bijzonder belangrijk voor je is.

Absolutely. Rod heeft zelf Epstein-barr gehad toen hij jong was. Dat maakt al een groot verschil. Maar Rod is vooral een ongelooflijke leider. Zet vijf totaal verschillende mensen in een kamer die allemaal om een andere aanpak vragen en Rod zal ze stuk voor stuk op de juiste manier benaderen. Al vroeg in mijn carrière heeft hij mij gezegd dat hij niet het type is dat me altijd gelijk zal geven. Als een van de weinigen is hij geen jaknikker geworden. Als ik mij als een eikel gedraag, zal hij mij dat zeggen. Dat apprecieer ik. Veel zogezegde vrienden hebben mij laten vallen. Hij niet. Ik ben hem veel verschuldigd.”

Is hij het grote verschil met je vorige ploeg Dimension Data?

“Hij niet alleen. Ik zit opnieuw bij een ploeg met een plan, een programma, een structuur, een duidelijk doel. Dat geeft me vertrouwen.”

Ondanks de kritiek van de voorbije jaren?

(zuchtend) “Als ik vandaag word aangepakt omdat ik niet meer win, dan geeft dat vooral aan dat ik vroeger veel gewonnen heb. Vijfennegentig procent van alle wielrenners wint nooit een wedstrijd. Dan mag ik best tevreden zijn met wat ik al gepresteerd heb.”

Wil je zeggen met welke resultaten je op het einde van dit jaar tevreden zal zijn?

“Neen.”

Je wil nog altijd het recordaantal Tourritzeges afpakken van Eddy Merckx, wil het verhaal. Merckx won er 34, jij zit aan 30. Speelt dat door je hoofd?

“Op dit moment niet. Maar als jullie me er in elk interview naar vragen, dan kan ik niet anders dan eraan denken. (geërgerd) Juli is nog ver. Ik ben momenteel blij met waar ik nu sta, okay?”

Het beste van Enkel voor abonnees