Mathieu Van der Poel ziet voorjaar in het water vallen: “Waar trainen we nu nog voor?”

Mathieu Van der Poel ziet voorjaar in het water vallen: “Waar trainen we nu nog voor?”

Mathieu van der Poel. Foto: Photo News

Dit moest zijn voorjaar worden. De grote favoriet voor de Ronde van Vlaanderen. Maar ook Mathieu van der Poel (25) maakt zich nog weinig illusies. “Niemand kan nog zeggen wanneer de volgende wedstrijd is”, zegt hij vanop een Spaanse luchthaven. “Dat maakt het lastig. Waarvoor trainen wij nog? Zelfs de Olympische Spelen zijn niet meer zeker.”

Geen risico bij Alpecin-Fenix. Na alle onheilsberichten besliste de ploeg donderdag al om de stage in Spanje voortijdig af te breken en een dag vroeger dan gepland naar België terug te keren. Zo vinden we Mathieu van der Poel op vrijdagmiddag terug op een Spaanse luchthaven.

Geschrokken van alle commotie de voorbije uren?

“Toch wel. En dan heb ik het niet alleen over het wielrennen. Natuurlijk zijn al die afgelastingen een enorme tegenvaller, maar uiteindelijk is het maar koers. Er zijn momenteel grotere problemen in de wereld.”

Ook al zie je een voorjaar volledig in het water vallen.

“Jammer, maar als renner kan je er toch niets aan doen. Dus probeer ik mij er ook niet te druk in te maken. Die eerste afgelastingen in Italië vond ik zelfs nog geen ramp. Ik was toch ziek geweest en had tijd nodig. Maar nu… Het moeilijkste is: waarvoor gaan wij de volgende weken nu trainen? Naar welk moment ga je pieken? Niemand weet momenteel wanneer we zelfs maar kunnen herbeginnen.”

Geloof jij in dat resterende waterkansje op de Ronde van Vlaanderen?

“Eerlijk? Niet echt. Het zou wel heel straf zijn als we die nog gaan rijden. Maar dat is het net: wat is dan wél de eerste wedstrijd? Roubaix? De Waalse klassiekers? Mocht het zo zijn, dan zal ik daar zeker alles op zetten. Ik geef het voorjaar voorlopig nog niet helemaal op. Maar het maakt het wel lastig om te trainen. In zekere zin zou het beter zijn dat ze ons zo snel mogelijk duidelijkheid geven en zeggen dat er geen enkele voorjaarskoers meer gereden wordt. Dan kunnen we nu met z’n allen beginnen te rusten en weer opbouwen richting zomer bijvoorbeeld.”

Niet echt motiverend?

“Voor sommige renners zal dat inderdaad moeilijk zijn. Ik heb in zekere zin nog geluk: door mijn ziekte kan ik alle training gebruiken om weer een basis te leggen. Dat ga ik de volgende dagen dan ook maar doen: uren maken, trainen, mij fit houden…”

Zal de verleiding niet groot zijn om je net iets minder te verzorgen? Wat meer te eten? Wat minder strikt te trainen?

“Daar heb ik doorgaans niet te veel last van. Trouwens: waar zouden we naartoe moeten? Eens goed gaan eten op restaurant of een stapje in de wereld zetten, zit er ook niet meer in. Nu ik het zo zeg: angstaanjagend, toch? Er zit niets anders op dan thuis te blijven en te luisteren. En vooral hopen dat je dat virus zelf niet krijgt, zeker?”

Een renner heeft pakweg twaalf jaar in zijn leven om topkoersen te winnen. Dat is twaalf keer een voorjaar. Plots heb je een kans minder.

“Inderdaad. Dat houdt mij ergens wel bezig. Zoveel kansen krijgen we niet. Maar opnieuw: dat is voor alle renners zo. Niks aan te doen.”

Misschien moest je nu al alles op het mountainbiken zetten, richting Olympische Spelen?

“Maar gaan die nog door? Ook dat zit in mijn hoofd. Het is allemaal bang afwachten. Dat is het allermoeilijkste: die totale onzekerheid. Het enige wat ik nog weet, is dat ik morgen op mijn fiets zal zitten en uren zal volmaken… Maar waarom? Waarvoor? Weet jij het?”

Corrigeer


Het Nieuwsblad biedt meer dan 3.000 reeksen in 28 sporten aan. Zoek hierboven de uitslagen van uw favoriete club of surf naar onze uitslagenpagina.