Dagboek uit de frontlinie: “Ik stond erbij toen een patiënt zijn potentieel laatste telefoontje naar huis deed”

De strijd tegen het coronavirus: Bruno Simoens, zaterdag 4 en zondag 5 april

Dagboek uit de frontlinie: “Ik stond erbij toen een patiënt zijn potentieel laatste telefoontje naar huis deed”

Bruno Simoens (links) en Piet Fillez (rechts) delen om beurten hun dagboek uit de frontlinie. Foto: Frank Bahnmuller - Stefaan Beel

“Het is de eerste keer dat ik overdag acht of negen uur heb geslapen. Teken dat ik mijn slaap echt wel nodig heb om rond te geraken. Vrijdagnacht hadden we een patiënt waarbij we Covid-19 vermoedden. Zijn toestand was kritiek. Ik ben Bruno, en ik ga vannacht voor u zorgen, zei ik. Ik probeer mijzelf altijd voor te stellen, zodat je meer wordt dan een pak. Onze patiënten zien de hele tijd marsmannetjes rondlopen, dan heb je deugd aan zoiets. Hij was nog bij bewustzijn, maar kon niet veel zeggen, hij had hoge zuurstofnood. En het enige wat hij er dan toch uit kreeg was: Merci. Je voelt de dankbaarheid heel hard.”

“Maar het blijft confronterend. Ik heb iemand moeten uitleggen van kijk, het is heel serieus, er is een kans dat we je aan het beademingstoestel moeten leggen. Niemand op leeftijd, een man middenin zijn ...