Corrigeer
camera closecorrect down eyefacebook Het Nieuwsblad nextprevquote share twitter video

Sven De Ridder: ‘Ik ben blij dat ik voorbij het punt ben dat ik nog alles tegelijk moest en wilde.’   Jeroen Hanselaer

Sven De Ridder zoals u hem niet kent

“Ik hou van tekenen, vooral draken en monsters fascineren mij”

In de film. In tv-reeksen. In spelprogramma’s. In het theater. Sven De Ridder is overal, maar de coronacrisis heeft ook hem ongewild wat meer tijd gegeven. Het ideale moment voor een gesprek over wie hij écht is en over de dingen die er écht toe doen. Zijn gezin bijvoorbeeld. “Dat mijn vrouw en kinderen gezond zijn, is het enige wat telt.”

Bert Provoost

Je bent 45, is dat oud?

“Vroeger was ik overal de jongste op de set, terwijl ik nu soms de oudste ben. Ik voel me nog veel jonger, maar echt jong ben ik niet meer. Maar daar zit ik niet mee in. Eerlijk gezegd heeft mijn leeftijd wel een zekere charme. Voor mij brengt dat rust. Ik ben blij dat ik voorbij het punt ben dat ik nog alles tegelijk moest en wilde. Ik kan mijn energie nu meer doseren en dat voelt goed.”

Ben je tevreden met hoe het loopt?

“Eigenlijk wel. Er is maar één ding dat echt telt en dat is dat mijn gezin gezond is. Het is een cliché, maar zo denk ik echt. Al de rest, zoals een carrière, is dan bijzaak. Ook op dat vlak ben ik een tevreden mens. Zo ben ik heel blij dat ik twee jaar geleden samen met Brik Van Dyck en Marc Punt de Sven De Ridder Company heb opgericht. Dat is een theatergezelschap dat comedy brengt. Het was weer zo’n nieuwe wending die me heel blij maakt. De passie om zaken te creëren en te spelen is er nog altijd.”

Wat doet jou hard lachen?

“Ik hou heel erg van comedy in alle vormen. Zo ben ik een grote fan van de Amerikaanse filmkomieken Jerry Lewis en Mel Brooks. Wat dichter bij huis is André van Duin iemand die me hardop doet lachen. Hij is voor mij een held van kleinsaf aan. Zijn timing is fenomenaal, een echte klasbak. Ooit heb ik hem ontmoet toen ik tien jaar was, al was dat niet echt een succes. Ik vroeg een handtekening. André keek naar mij, zei dat hij geen pen bij zich had en draaide zich opnieuw om. Die ontgoocheling is me altijd bijgebleven. Het zorgt er zelfs voor dat ik zulke dingen niet snel afwimpel. Zeker bij kinderen doe je dat niet. Mag ik nog één held noemen? Voor mij is de humor van Ben Crabbé totale ontspanning. Ik ben een vaste kijker van Blokken, speciaal voor zijn tussenzinnen en jokes. Hij doet dat fenomenaal. En ik heb wat hetzelfde postuur. Al is hij een centimeter of tien groter.”

Wie zou je graag naar de maan schieten?
‘Ik ben iemand die het conflict niet graag opzoekt. Ik vind dat zo’n verloren energie. Discussiëren is tof, maar ruzie maken kost alleen maar krachten’

“Niemand. Want ik hou te veel van de maan om daar rare figuren naartoe te sturen. Ik meen dat serieus, want ik vind het heel boeiend om te weten dat er nog zo veel bestaat buiten onze eigen kleine aarde. Zoals de maan, die ook maar een van de vele manen is. Ik lees graag over sterren en planeten. Ik zou graag een sterrenkijker kopen, dat staat met stip op mijn bucket list.”

Welke dommigheid kun je niet laten?

“Chocolade eten. Dat is echt mijn guilty pleasure en ik moet me er voor behoeden om niet te overdrijven. Ik probeer het niet dagelijks te eten, maar het lukt niet altijd. Zo’n puur chocolaatje na het avondeten, dat is heel moeilijk te weerstaan. Ik doe sinds vier jaar consequent mee met de vastenperiode, dan snoep ik veertig dagen niet en laat ik de chocolade even links liggen. Met Pasen ben ik dan altijd héél blij.”

Ben je een gemakkelijk mens?

“Ja. Dat vindt iedereen toch van zichzelf? Mijn horoscoop is kreeft en zo ben ik ook als mens. Zo’n kreeft zit daar tussen andere kreeften te zitten in een aquarium, zonder al te veel weerstand te bieden. Zo lijkt het alleszins toch. Ik ben iemand die het conflict niet graag opzoekt. Ik vind dat zo’n verloren energie. Discussiëren is tof, maar ruzie maken kost alleen maar krachten. Het sop is de kool niet waard, denk ik dan.”

Met welke bekende persoon zou je wel eens een dag opgesloten willen zitten?

“Die keuze is voor mij rap gemaakt: Tom Cruise. Ik bewonder hem enorm. In elke grote rol die hij speelt, spat hij van het scherm. Ik heb ook al van mensen gehoord die met hem hebben samengewerkt op de set, dat hij een enorme energie uitstraalt. Hij neemt zijn vak ernstig. Zo zou hij vaak als eerste toekomen ’s morgens en als een van de laatste vertrekken. Ik zou graag eens een inkijk krijgen in zijn hoofd. Ik probeer ook altijd mijn best te doen, maar dat is natuurlijk niet te vergelijken. Hier zijn de budgetten niet van die aard dat je je eindeloos kan voorbereiden op een rol.”

Van welke eigenschap bij een ander smelt je?

“Vrijgevigheid en gastvrijheid. Als ik die eigenschappen bij iemand tegenkom, valt me dat altijd enorm op. Dan denk ik meteen dat de wereld nog niet zo slecht is. Ik probeer vrijgevig en gastvrij te zijn, al lukt dat natuurlijk niet altijd. Zo was ik echt onder de indruk toen ik iemand een dakloze eten zag geven in Antwerpen. Dat vond ik echt knap. Wat later, het was op reis in Frankrijk, heb ik dat ook gedaan. Ik heb die man een paar croissants en een koffie gekocht. Door eten te geven, is het persoonlijker dan wanneer je een paar euro in een hoed legt. Ik probeer mijn kinderen zulke waarden mee te geven.”

Wat is het grootste misverstand over jou?

“Dat mensen denken dat ze me kunnen raken door iets over mijn lengte te zeggen. Ik ben inderdaad maar 1,64 meter groot en dat is altijd een punt van spot geweest. Nu beginnen ze er ook nog vaak over als ik in een panelshow zit. Maar ik lig daar echt geen seconde van wakker. Ik zie het zelfs als een sterkte als komiek, want het maakt me anders dan iemand anders.”

Wat snap je niet?

“Het fenomeen sluikstorten. Ik kan dat echt niet snappen. Ik heb altijd geleerd om mijn eigen rommel op te ruimen. Er werd mij gezegd dat als ik tegen een blikje kon shotten, ik het dan kon oprapen ook. Ik ben op het neurotische af bezig om mijn afval te scheiden. Als je dan zakken vol afval langs de kant van de weg vindt, word ik daar heel kwaad en vooral triest van. Ik kan er echt geen verklaring voor geven dat sommige mensen het toch oké vinden om rommel in de gracht te dumpen.”

Wat weten mensen nog niet over jou?

“Dat ik graag schilder en dat ik nog liever teken. Ik ben nog nooit met mijn tekeningen naar buiten gekomen en ik praat er ook niet zo veel over, maar het is voor mij wel de ultieme vorm van ontspanning. Ik teken vooral in zwart-wit en als ik mijn hand laat dicteren, dan merk ik dat er vooral draken en monsters op het papier verschijnen. Ik vind het fascinerende wezens. Je kunt er eindeloos variaties op bedenken.”

Wat wil je als laatste avondmaal?

“Als laatste gerecht ooit mag het wel wat nostalgisch zijn. Dus kies ik voor een cordon bleu met gebakken patatjes en pekes en erwtjes. En een klein beetje ketchup. Dat is echt mijn favoriete gerecht ooit. Ik at het al als kind geregeld en altijd vond ik dat feest. Toen ik uitging, dan ging ik in Antwerpen vaak nog om 3 uur ’s nachts binnen bij The Valentine in de Anneessensstraat. Daar kon je ook ’s nachts je eigen dagschotel samenstellen en dan twijfelde ik niet. Ik heb het vaak midden in de nacht besteld.”

Wat kan jou ontroeren?

“Mijn kinderen. Ik heb er drie: een meisje van 10 en twee jongens van 16 en 20. Als we met z’n allen rond de tafel zitten en ik kan mijn nakomelingen overschouwen, dan vind ik dat heel boeiend. Het zijn unieke wezens, maar je ziet dan toch trekken van jezelf terug. Of ik merk dat ik dingen zeg tegen hen die mijn vader vroeger ook zei. Dat kan me dan overvallen, dat is pakkend.”

Wat wil je doen tijdens je pensioen?

“Ik ga misschien wel stamboomonderzoek doen. Ik weet wie mijn overgrootouders waren, maar dan stopt het. Ik zou graag nog beter weten waar ik vandaan kom. Dan kan ik aan mijn kinderen of kleinkinderen over hen vertellen.”

Op wie ben je heimelijk jaloers?

“Op iemand als de Nederlandse acteur Rutger Hauer. Die man had hier een topcarrière met veel hoofdrollen, maar ruilde die in voor voornamelijk bijrollen in kleinere Amerikaanse films. Op die manier heeft hij enorm veel kunnen filmen, tot wel zes films per jaar. Daar ben ik wel jaloers op, al is bewondering eigenlijk een beter woord. Ik wil ook zo veel mogelijk op de set staan.”

Ben je kieskeurig?

“Ik denk dat ik in heel mijn leven nog maar een keer of drie een rol heb geweigerd omdat het me echt niet lag. Kieskeurig kun je alleen zijn als je je dat kunt veroorloven. Ik wil niet zitten wachten tot de perfecte rol me aangeboden wordt. Al moet ik zeggen dat ik het geluk heb dat de aanbiedingen die ik krijg meestal héél plezant zijn. Ik zie acteren ook als een vak, net zoals loodgieter zijn. Een loodgieter wacht ook niet op die perfecte job. Die doet wat hem gevraagd wordt en maakt er in alle omstandigheden het beste van. Als je eer van je werk wil, moet je vooral zorgen dat je zelf iets moois doet met de rol die ze je geven. Ik denk dan altijd aan die uitspraak van Luc Philips. Die zei dat er geen kleine rollen bestaan, alleen kleine acteurs. Beter dan dat kan ik het niet zeggen.”

“Weet je waarom ik niet getwijfeld heb toen Studio 100 me vroeg voor Nachtwacht? En toen ze me vroegen voor #Likeme? Die kinderen en jongeren die daar naar kijken, dat is het publiek van morgen. Wie weet helpt het wel om hen ook live naar het theater te krijgen omdat ze Vega (zijn personage in ‘Nachtwacht’, nvdr.) kennen van op televisie. Dat is mijn missie.”

Op welke kwaliteit ben je trots?

“Dan ga ik voor mijn diplomatie: het vermogen om niet te veel ruzie te maken als het niet nodig is.”

Komt alles altijd goed?

“In de vele films die ik zie, is dat meestal toch het geval. Misschien ben ik daarom ook in mijn hoofd best optimistisch. Op het einde komt alles meestal goed. Ik probeer om het positieve te zien in elke situatie, ook als er iets misgaat. Dat is de beste manier om altijd verder te kunnen gaan.”

Wat zou je graag wat meer zijn?

“Een avonturier. Ik ga nooit bungeejumpen, daar ben ik me bewust van en dat hoeft ook niet. Maar ik zou wel een beetje avontuurlijker willen zijn. Ik laat me niet makkelijk verleiden om dingen te doen die ik niet durf of die ik nog nooit gedaan heb. Zo lijkt een safari me wel geweldig om eens te doen. Over die leeuwen maak ik me weinig zorgen. Maar ik ben dan al aan het denken aan de insecten die ik dan ga tegenkomen en die me uit mijn slaap gaan houden. Dus doe ik het maar niet.”

Begrijp je waar het allemaal om draait?

“Soms wel. Vaak denk ik dat ik het snap, maar de dag erna denk ik er totaal anders over. Sommige dingen blijven wel overeind. Zoals dat beeld van iemand die een dakloze helpt. Want elkaar helpen waar het kan, dat blijft de basis van veel dingen. Ik probeer ook meer en meer om de dingen simpel te houden. Je kunt alles moeilijk maken. Maar wat brengt dat op? Simpel is zo slecht nog niet.”