Het grote salarisdossier

In welke sector verdien je het meest? Wat krijgt je baas? En wat als iedereen hetzelfde loon zou hebben? Vragen over salarissen beantwoord

In welke sector verdien je het meest? Wat krijgt je baas? En wat als iedereen hetzelfde loon zou hebben? Vragen over salarissen beantwoord

Foto: ss

Waar zitten de verschillen tussen de salarissen van een bediende en een arbeider? In welke sectoren verdien je het meest? Hoeveel hebben we nodig om behoorlijk te leven? Wij beantwoorden vragen over salarissen met naakte cijfers.

LEES OOK. De ene verdient 926 euro, de andere 6.121 euro: 30 Vlamingen vertellen hun loon

Mannen verdienen niet alleen meer, ze krijgen ook meer opslag

De loonkloof tussen man en vrouw bestaat, en ze bedraagt gemiddeld 500 euro bruto per maand. Een man verdient in Vlaanderen ­gemiddeld 3.597 euro bruto, een vrouw 3.060. De laatste drie jaar is het loon van vrouwen wel sneller gestegen dan dat van mannen.

Waar zit het verschil? Niet in het begin van de carrière, want dan krijgen mannen (2.496 euro) en vrouwen (2.303 euro) ongeveer hetzelfde. Al blijkt ook dan al dat mannen iets vaker kiezen voor beter betaalde jobs. Maar het loon van een man zal in de loop van zijn carrière met 88 procent stijgen, bij vrouwen maar met 61 procent. “Misschien omdat vrouwen nog ­altijd meer gebruik­maken van thematische verlofstelsels of tijdskrediet”, zegt Annelies Baelus van Acerta. “Dat zal misschien hun ­kansen beknotten op verdere promoties of op doorgroeien naar een andere job. De jaren waarin koppels een gezin stichten, tussen hun 25ste en 40ste, moet de aandacht tussen werk en gezin vaak ­verdeeld worden. Het blijkt nog altijd zo dat vrouwen daar grotere ­concessies in doen dan mannen.”

Met masterdiploma verdrievoudigt je loon, ober krijgt amper opslag

Boeiende job, ober in de horeca. Maar je start met een laag loon en je salaris zal nooit astronomische hoogtes bereiken. Gemiddeld start een ober aan zo’n 2.250 euro bruto per maand. Blijft hij z’n hele ­carrière in de sector, dan zal het doorstijgen tot amper 3.224 euro per maand. De fooien zullen dat dus al die tijd moeten goedmaken.

Sowieso zit je voor opslag ­beter als je een masterdiploma hebt. Die zien hun loon over hun hele carrière gemiddeld bijna verdrievoudigen. “Dat komt omdat je meer expertise opbouwt, meer kansen krijgt om opleidingen te volgen en zo productiever en waardevoller wordt voor het bedrijf. Dat is het verschil met bijvoorbeeld obers of poetsvrouwen, daar is die groei veel minder”, zegt Jan Denys van Randstad.

Ook arbeiders maken minder grote sprongen dan bedienden. “Omdat zij meer als afgewerkt product van de schoolbanken komen, met direct al de spe­cifieke skills om hun job in bijvoorbeeld een metaalbedrijf uit te voeren. Daar zit nog minder rek op dan bij bedienden”, zegt Annelies Baelus van Acerta.

Hoe groter het bedrijf, hoe meer je verdient

Als u met nog een tweetal collega’s in een piepklein bedrijfje werkt, zal uw loon waarschijnlijk niet zo hoog liggen. Bedrijven met maximaal negen werknemers betalen gemiddeld net iets onder de 3.000 euro bruto per maand. Grote bedrijven met meer dan duizend werknemers zitten daar een heel eind boven: 3.953 euro.

Hoe komt dat? Omdat grote bedrijven een ­eigen hr-dienst hebben die het loonbeleid uitstippelt en via barema’s uw loon systematisch kunnen laten stijgen. De aanwezigheid van een vakbond doet de ­lonen ook nagenoeg ­altijd goed. “Bij heel kleine bedrijven speelt vaak ook nog dat de ­eigenaars zelf ook personeelslid zijn. Dan ­keren ze zichzelf maar een klein loon uit om de rest in het bedrijf te ­investeren”, zegt Jan Denys van Randstad.

Grote bedrijven hebben nog wel een paar voordelen: ze zijn dankzij dat uitgebreide hr-departement vaak ook guller met verlof. Bij grote bedrijven heb je gemiddeld 30 dagen verlof per jaar, bij de kleintjes 23.

Baas verdient gemiddeld 5.500 euro

Wil u binnen het bedrijf waar u werkt opklimmen naar het hoogste loon, dan zit er niets anders op dan baas worden. Functies binnen het management en directie zijn met gemiddeld 5.532 euro per maand ­veruit de best verdienende. Inge­nieurs en onderzoekers uit research & development verdienen ook goed, maar moeten het toch met fors minder stellen.

“5.500 euro is veel, en tegelijk is het verschil met een normaal loon nu ook weer niet zó groot”, zegt Annelies Baelus van ­Acerta. “Als chef ben je natuurlijk ook de eindverantwoorde­lijke: voor de omzet, voor de winstmarge, voor het personeel. Je hebt een veel grotere impact op de organisatie. De één wil en kan dat, de ander heeft liever een job die om 17 uur gedaan is. Het verschil in loon tussen die verschillende functies zou ik ­realistisch noemen.”

Bediende krijgt veel meer extralegale voordelen dan arbeider

Driekwart van de voltijds ­werkende werknemers in Vlaanderen krijgt een eindejaarspremie. Daarmee is dat het populairste extralegale voordeel. Ook maaltijdcheques, een hospitalisatieverzekering en een 13de maand zijn wijd verspreid. Maar welk extra­legaal voordeel is eigenlijk het meest waard? “Fiscaal is een bedrijfswagen krijgen het interessantst, omdat dat maar voor een symbolische waarde belast wordt”, zegt Annelies Baelus van Acerta. “Maar op de lange termijn zullen pensioenplannen of groepsverzekeringen ­misschien het interessantst blijken. Vooral als je ziet onder welke druk de wettelijke pen­sioenen op dit moment staan, kan het goed zijn dat die extra pensioensystemen later heel belangrijk gaan blijken.”

Ook opmerkelijk: een arbeider krijgt maar de helft zoveel voordelen als een bediende. “Zeker een bedrijfswagen is bij uitstek een bediendenvoordeel, vaak omdat bedienden mobieler moeten zijn voor de job en die auto dus nodig hebben”, zegt Baelus. “Maar arbeiders krijgen ook minder vaak hos­pitalisatieverzekeringen en pensioenplannen. De overheid heeft de bedrijven nu wel ­opgelegd dat ze die pensioenplannen moeten harmoniseren: arbeiders en bedienden moeten hetzelfde krijgen. Maar ze krijgen daarvoor wel nog tijd tot 2025: het zal dus nog een tijd duren voor er gelijkheid is.”

Chemie betaalt erg goed, maar ambtenarij ook

Met stip op één, met een behoorlijke straat voorsprong op de rest: de chemie- en de farmasector zijn de beste betalers. In die sectoren steken werknemers gemiddeld 4.264 euro per maand op zak. ­Andere goeie betalers: de energie- en milieusector, en bank- en ­verzekeringsbedrijven. “Chemiebedrijven zijn kapitaalintensief”, zegt Jan Denys van Randstad. “Dat betekent dat hun geld vooral in de grote machines zit die ze moeten aankopen. Die machines moeten ook de klok rond draaien, dus zijn er in de chemie veel nacht- en weekendpremies. Het personeelsbudget maakt maar een klein deel uit van het geld dat in zo’n chemiebedrijf omgaat. Dat geeft meer ruimte voor hogere lonen. In pakweg de retail zit bijna al het geld in het personeel, en in die sector zijn de marges ook veel kleiner dan in de petrochemie. Dat vertaalt zich in lagere lonen daar.”

Op vier: de overheid. Met gemiddeld 3.674 euro worden ambtenaren lang niet slecht ­betaald. “Tegen de perceptie in biedt de overheid heel competitieve lonen in ons land”, zegt Denys. “De kans dat je er ontslagen wordt, is ook veel kleiner dan in de privésector. Die twee troeven maken jobs bij de overheid zeer gegeerd in België.”

Voor hoger loon moet je er wel dagelijks gependel bijnemen

Er is een reden waarom we met vele tienduizenden elke dag de trein nemen of in de file gaan staan om in Brussel te gaan werken: de lonen liggen er fors hoger dan ­elders. Wie in Brussel aan de slag is, verdient gemiddeld 4.009 euro per maand. In Limburg is dat gemiddeld 3.156 euro. “Er zitten meer bedrijven op een kleine ­oppervlakte dan in pakweg West-Vlaanderen, dus de concurrentie is groter”, zegt Wim Demey van Partena. “Het gaat ook om heel grote bedrijven, vaak internatio­nale spelers, die specifieke profielen nodig hebben die je niet zomaar vindt. Vandaar dat de lonen daar ­hoger liggen. Dat zie je ook rond Antwerpen en in mindere mate rond Gent.”

Je bent dus financieel slechter af als je in de ­provincie blijft? “Een bedrijf in pakweg Limburg zal zijn werknemers dan zeggen dat hun voordeel is dat je niet elke dag in de file moet gaan staan of een uur op de trein moet zitten”, zegt ­Demey. “Dat is inderdaad een gemak, maar je betaalt er wel voor.”

Verrassing: leerkrachten hebben het meest congé

Wie heeft er het meeste congé? Het antwoord is ­duidelijk: wie in “onderwijs, vorming en opleiding” aan de slag is, heeft met 43 dagen per jaar veruit het meeste vakantiedagen per jaar. Dat hoeft met de school­vakanties niet te verbazen. Leerkrachten hebben uiteraard nog meer dan 43 dagen verlof – de zomervakantie ­alleen al duurt langer dan dat. Maar ook het ondersteunende personeel in onderwijs en opleiding geniet vaak grotendeels mee van het ritme van het schooljaar.

Ook ambtenaren blijken ruime verlofstelsels te hebben. Wie bij een overheidsdienst werkt, krijgt gemiddeld 33 dagen verlof. De chemiesector scoort al goed op het vlak van loon, maar blijkt ook lucratief te zijn qua ­vakantiedagen, met gemiddeld 32 dagen per jaar.

De bouw scoort met 25 dagen in de middenmoot. “Maar zij hebben een weinig aantrekkelijk systeem, omdat er weinig te kiezen valt: het bouwverlof ligt vast”, zegt Wim Demey van Partena. “Ook in sommige industriële sectoren, zoals bijvoorbeeld de chemie, zal je verlof voor een deel vastliggen omdat de fabriek een bepaalde periode van het jaar sluit voor iedereen.”

Hoeveel hebben we nodig om behoorlijk te leven?

Welk inkomen heb je eigenlijk nodig om min of meer goed te leven? Voor een alleenstaande is dat ruim 1.300 euro per maand, voor een gezin met twee kinderen is dat ruim 2.500 euro, becijferde de Thomas More-hogeschool.

Meer dan tien jaar al berekent het Centrum voor budgetadvies en -onderzoek (Cebud) van de Thomas More-hogeschool zogenaamde “referentiebudgetten”. In mensentaal: het bedrag dat je per maand minimaal nodig hebt om een behoorlijke levensstandaard te garanderen.

“Dat wil zeggen dat je kan deelnemen aan de samenleving en aan die samenleving een bijdrage kan leveren”, zegt Bérénice Storms van Cebud. “Wat betekent dat? Gezonde voeding en kledij kunnen kopen, je kinderen veilig opvoeden, mobiel kunnen zijn, goed gehuisvest zijn, toegang hebben tot de gezondheidszorg, enzovoort.”

Die budgetten worden elk jaar opnieuw bepaald. Voor 2019 lagen ze op 1.767 euro voor een koppel zonder kinderen dat een private woning huurt. Een gezin met twee kinderen heeft elke maand 2.518 euro nodig voor een goed leven. Een alleenstaande heeft 1.344 euro nodig, een alleenstaande ouder 2.079 euro. Een gepensioneerd koppel heeft een budget nodig van 1.735 euro. Deze budgetten bevatten nog geen uitgaven voor een auto en medische kosten voor ernstig zieken.

“Die bedragen tonen ook dat de minimum­lonen in ons land, de werkloosheidsuitkeringen, het leefloon en de inkomensgarantie voor ouderen zelden volstaan om menswaardig te ­leven”, zegt Marieke Frederickx van Cebud.

Een belangrijke vaststelling: er is een diepe kloof tussen wie zijn huis op de privémarkt huurt, en wie een sociale woning huurt. “De hoge woonkosten op de privémarkt duwen veel gezinnen in armoede.”

Gaat zorgpersoneel eindelijk meer verdienen “dankzij” corona?

Ze hebben het land rechtgehouden tijdens de coronacrisis, en toch worden mensen in de zorgsector slecht betaald in vergelijking met veel andere sectoren. Komt daar verandering in? “Het zou moeten”, zegt professor Xavier Baeten (Vlerick Business School).

Voor het loon moet je het niet doen in de zorgsector, zo blijkt uit het Salariskompas. Maar waarom is die sector ­eigenlijk zo slecht betaald, nu toch duidelijk blijkt dat het werk dat verplegers, bejaardenverzorgers en andere zorgkundigen doen, zo cruciaal is?

“Er klopt daar duidelijk iets niet”, zegt ­Xavier Baeten, loon­expert aan de Vlerick Business School. “We zien dat de lonen er lager liggen en ook dat de jobtevredenheid lager is dan in andere sectoren. De vraag is of er nu een momentum is om daar iets aan te doen.” Onder meer CM-voorzitter Luc Van Gorp pleitte al voor een “structurele opslag en geen eenmalige premie” voor de zorgsector.

Maar hoe komt het dat de situatie zo is gegroeid dat zo’n cruciale jobs zo slecht betaald worden?

“Waarschijnlijk speelt het een rol dat mensen met een zorgend profiel niet de grootste tafelspringers zijn als het om opslag gaat, en finan­cieel dus niet het onderste uit de kan halen”, zegt Baeten. “Dan kan zo’n situatie groeien.”

“En de zorg is sowieso een sector die voor het grootste stuk afhankelijk is van overheidsmiddelen. Er is de afgelopen jaren vaak naar daar gekeken als het om besparingen ging. Ik denk dat die neerwaartse druk nu wel weg is. Omdat men, hopelijk toch, nieuwe inzichten heeft gekregen in het belang van die sector.”

En wat als we iedereen hetzelfde inkomen gaven?

Wat zou er gebeuren als we iedereen hetzelfde basisinkomen zouden geven, ons ­hele leven lang? De co­ronacrisis en de enorme klap die de economie erdoor te verduren krijgt, doet het idee van zo’n “universeel basis­inkomen” weer ­herleven. “De tijd is rijp”, zeggen ze in Schotland.

Het idee van een basisinkomen zit zo: iedereen krijgt elke maand hetzelfde bedrag, zonder dat daar verdere vragen bij worden gesteld en zonder dat er voorwaarden aan zijn verbonden. Het geld ­ervoor haal je bijvoorbeeld uit taksen op CO2-uitstoot, of uit de belastingen die je op robots en machines heft.

Knettergek? Toch niet: verschillende landen denken erover na.

Wat zijn de voordelen van zo’n “geld voor ­iedereen”-plan? Het vervangt de huidige systemen van uitkeringen, tijdskrediet, kinderbijslag, enzovoort: dat is dus een (administratieve) besparing. Het neemt extreme armoede weg bij wie nu weinig of niets heeft. En de hoop is dat het mensen “bevrijdt”: als er geen druk meer is om koste wat het kost je job te houden, zou je flexibeler worden om bij te ­scholen om dingen te doen die je écht wilt.

Er zijn al experimenten geweest, onder meer in Finland (2.000 werklozen kregen daar twee jaar lang 560 euro per maand). Maar het opzet was te beperkt, het experiment werd ook niet voortgezet. In Schotland willen ze er wel mee aan de slag. “De tijd is rijp”, zegt premier Nicola Sturgeon. En in Spanje is de socialistische regering van plan om op termijn tot één miljoen gezinnen een basisloon van 462 euro tot 1.015 euro per maand te geven. “Een permanent veiligheidsnet voor de allerzwaksten”, zegt de Spaanse minister van Sociale Zekerheid José Luis Escrivá. “We hopen dat het een permanent systeem wordt.”

Corrigeer

NIEUWS