“Kinderen in buitengewoon onderwijs zijn steevast genegeerd tijdens lockdown, alsof ze geen deel uitmaken van de maatschappij”

“Kinderen in buitengewoon onderwijs zijn steevast genegeerd tijdens lockdown, alsof ze geen deel uitmaken van de maatschappij”

Themabeeld Foto: BART DEWAELE

Kinderen in het buitengewoon onderwijs zijn tijdens de lockdown straal genegeerd. Dat bleek uit de getuigenis van Frauke Cosaert tijdens een hoorzitting in het Vlaams Parlement over het coronabeleid voor mensen met een handicap. “Het nieuwe normaal ligt ver van het recht op zorg”, luidde het.

Het Vlaams Parlement organiseert in zijn Covid-commissie een reeks hoorzittingen over de gevolgen van het coronabeleid voor personen met een handicap. Maandag is het de beurt aan de Federatie van ouderenverenigingen en gebruikersraden (FOVIG), Gezin en Handicap en Onafhankelijk Leven. Vrijdag komen vertegenwoordigers van het Multifunctioneel Centrum De Hagewinde en van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) langs.

Frauke Cosaert getuigde voor Gezin en Handicap over haar ervaringen met haar dochter in het buitengewoon onderwijs. Toen de scholen dichtgingen, betekende dat dat het gezin elf weken lang instond voor haar opvang. “Elf slopende weken”, zei Cosaert. In theorie moesten scholen wel in noodopvang voorzien, maar volgens Cosaert kregen veel ouders van kinderen in het buitengewoon onderwijs de boodschap dat ze de rest van het jaar thuis zouden moeten blijven.

Scherp voor ministers

Ze was daarbij ook scherp voor minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA). “Telkens werd onze doelgroep in elk interview genegeerd. In de befaamde powerpoints werden ze vergeten, alsof ze geen deel uitmaken van de maatschappij. Er was een draaiboek voor de kleuterscholen, voor de lagere scholen, voor het secundair onderwijs, maar er was geen draaiboek voor het buitengewoon onderwijs. Het recht op onderwijs was blijkbaar geen recht meer voor kinderen in het buitengewoon onderwijs.”

Ook minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) kreeg kritiek. “De ouders die nog energie hadden om het kabinet-Beke te contacteren, werden straal genegeerd. Over woonzorgcentra had hij de mond vol, maar de andere zorgvormen kwamen niet aan bod.” Ze hekelde voorts dat ouders soms tot 15 weken werden gescheiden van een kind, indien dat in een voorziening verbleef. “Begeleiders mochten intussen elke dag naar huis. Waarom werden ouders zo lang gewantrouwd?”

Cosaert stond ook stil bij de veertien dagen quarantaine die worden opgelegd wanneer kinderen terug naar hun leefgroep konden, of omgekeerd, wanneer ze weer naar huis mochten. “Die quarantaine wordt als het nieuwe normaal beschouwd. Het nieuwe normaal ligt ver van het recht op zorg.”

“Veel mensen met handicap voelden zich aan lot overgelaten”

Corona heeft ook op volwassen mensen met een handicap een zware impact gehad. Dat blijkt uit een bevraging die Onafhankelijk Leven uitvoerde onder haar leden. Meer dan een derde van die leden voelde zich aan zijn of haar lot overgelaten tijdens de coronacrisis en de lockdown. En bijna de helft geeft aan dat zijn leven en gezondheid is verslechterd.

Op basis van duizenden vragen van haar leden en van een gerichte bevraging, die door 269 mensen werd beantwoord, concludeert Onafhankelijk Leven dat mensen met een handicap nog steeds aan hun lot worden overgelaten in de coronacrisis. “De lockdown zorgde voor paniek en onzekerheid”, luidt het bij de bijstandsorganisatie, die ervoor ijvert dat mensen met een handicap hun leven zo zelfstandig mogelijk kunnen invullen.

Uit de bevraging bleek dat 42 procent van de leden meer dan drie weken geen beroep kon doen op zijn voorziening, dat 64 procent minder (para)medische zorgen kreeg dan anders en dat 49 procent niet zelf kon beslissen over de organisatie van zijn of haar zorg en assistentie. Ruim de helft heeft meer dan anders een beroep gedaan op familie en vrienden. Liefst 48 procent vindt dat zijn leven en gezondheid door de omstandigheden erop achteruit is gegaan en 35 procent voelde zich aan zijn of haar lot overgelaten.

“Steunmaatregelen kwamen zeer laat”

De Vlaamse regering kwam met een financiële compensatie voor de extra kosten van mensen met een handicap. “De steunmaatregelen kwamen zeer laat en zijn bijzonder ingewikkeld om aan te vragen. Bovendien eindigt de financiële compensatie eind september. We weten nog steeds niet hoe het vanaf 1 oktober verder moet”, zegt algemeen directeur Dave Ceule. Hij pleit er voor die compensatie nog op te krikken en inzetbaar te maken tot eind 2020.

Stafmedewerker Eddy Vandemeulebroucke van de Federatie van Ouderverenigingen en gebruikersraden (FOVIG) schetste de periode rond 13 maart, toen de richtlijn kwam dat de voorzieningen “op slot” gingen. Meteen moest worden beslist of de personen met een handicap in de voorziening zouden blijven of naar huis zouden gaan. De families konden in het begin begrip opbrengen voor de situatie, alleen kon niemand zeggen hoe lang het zou duren. Bovendien was de keuze “heel confronterend”, aldus Vandemeulebroucke. Hij haalde het voorbeeld aan van iemand met een diepverstandelijke handicap, die plots geen lichamelijk contact meer had.

Geen beschermingsmateriaal

Ook FOVIG legde haar oor te luister bij de leden. Die waren “zeer verbijsterd en verontwaardigd” dat er geen beschermings- en testmateriaal voorhanden was. Ook Vandemeulebroucke wees op de gevolgen van de fel verminderde ondersteuning. Denk aan mensen die dagelijks kine of ergotherapie moeten krijgen. “Dat is achteraf een probleem.” Vandaag is er volgens de federatie nog een probleem met het vervoer vanuit de voorzieningen. Door de afstandsmaatregelen zijn er mensen die daar nog steeds niet op kunnen rekenen. En de veertien dagen afzondering bij de terugkeer naar een voorziening is voor iemand met een verstandelijke handicap een “onmenselijke regel”, benadrukte Vandemeulebroucke.

Op de hoogte blijven van al het nieuws rond het coronavirus? Volg hier de laatste updates.

Meer over Coronavirus

Corrigeer

MEER NIEUWS

AANGERADEN